Zoek in de Collectie
- Maker / Verteller: Gust Pelsmakers (verwijderen)
Zoekresultaten beperken
Itemtype
- Volksverhaal (18)
Maker / Verteller
- Gust Pelsmakers (18)
Taal
- Antwerps (18)
Type bron
- mondeling (18)
Subgenre
- sage (18)
Decennium_group
- 1960 (18)
Verzamelaar
- A. Michielsen (18)
Plaats van Handelen
- Grobbendonk (2)
- Herentals (2)
- Herenthout (1)
- Larm (1)
- Ouden (1)
- Poederlee (1)
- Watervoort (1)
Naam Overig in Tekst
- Haa (1)
- Poederleehoeve (1)
- Schele Sus (1)
- Schele Sus (bende van) (1)
- Troon (de) (Grobbendonk) (1)
- bende Bens (1)
- bende van Schele Sus (1)
- de Troon (Grobbendonk) (1)
18 resultaten voor ""
- In Herentals woonde een man van een meter vijftig groot. Hij had een grot plat hoofd en had veel haar op zijn lichaam. Op een dag besmeerden enkele grapjassen die man met stroop en schudden daarna…
- Een persoon die door de maan was bereden, had nachtmerries en doolde soms in de velden rond.
- In het hooi zag men soms een Haa, die ronddraaide.
- Een zuiger was iets vreemds in het water. Soms zei men dat het ‘kikvorsen regende’.
- Drie broers die op de Watervoort woonden, vormden de bende Bens van Larm.
- Vroeger zou de stad Ouden hebben bestaan. Het kleine stukje - of 'grobbetje' - dat daarvan overbleef, kreeg de naam 'Grobbendonk'.
- In Herenthout woonde een heks van wie de kinderen geen perziken mochten aanvaarden.
- Herentals betekende 'Herendalia' of 'dal van de heren.
- Een man had ooit een vuurbol gezien. Hij geloofde dat dat iets met donder te maken had. Soms veroorzaakte zo’n vuurbol brand.
- Een man die overal duivels zag, beweerde dat een koe die niet drachtig werd, de duivel in haar buurt had. Toen die man op zijn sterfbed lag, hingen er twee schilderijen van Christus op zijn kamer. De…
- Dwaaslichtjes waren lichtmaden die een soort van fosfor in zich hadden. Men zag die lichtjes vooral op rotte struiken.
- Als men een heks tegenkwam, moest men proberen in haar voetspoor te lopen om haar machteloos te maken. Als het om een echte heks ging, dan zou ze omkijken. In Morkhoven woonde vroeger een vreemde…
- Op de Troon in Grobbendonk woonden vroeger paters. Er waren kelders die men niet kon betreden. Men zou daar ooit paters hebben gegeseld. Soms kon men er nog lawaai horen.
- De brandende scheper was een man die hier en daar bleef kamperen met zijn schapen.
- Op de Poederleehoeve zou de bende van Schele Sus een diefstal hebben gepleegd. Toen de rovers elders eten en onderdak kwamen vragen, antwoordde de boer die daar woonde: "Je hebt gegeten en je kan…
- Op een boerderij waar men geen boter kon karnen en waar de koe niet drachtig werd, schreef men het onheil toe aan hekserij. De mensen gingen naar de paters, waar ze novenen lieten doen. Pastoors…
- Soms kon men in de maneschijn katten zien dansen. Katten met groene ogen waren heksen.
- Een man die vaak naar het kerkhof ging, zag met Pasen 's nachts een zwarte hen. De man beweerde dat dat de duivel was geweest. Bij de hen was een geest in een licht kleed te zien.