Zoek in de Collectie
- Maker / Verteller: Louis Cools (verwijderen)
Zoekresultaten beperken
Itemtype
- Volksverhaal (24)
Maker / Verteller
- Louis Cools (24)
Taal
- Antwerps (24)
Type bron
- mondeling (24)
Subgenre
- sage (24)
Decennium_group
- 1960 (24)
Verzamelaar
- J. Van Hout (24)
Plaats van Handelen
- Aart (1)
- Afrika (1)
- Geel (1)
- Geel-Zammel (1)
- Kaap de Goede Hoop (1)
- Keulen (1)
- Scherpenheuvel (1)
- Tongerlo (1)
- Zammel (1)
Naam Overig in Tekst
24 resultaten voor ""
- Dwaaslichten waren de zieltjes van ongedoopte kinderen die op de aarde ronddwaalden. Als men zei: "Ik doop u", dan kwam het zieltje dichterbij. Zodra men dan een kruisteken had gemaakt, was het…
- Op de Wimpehoeve zag men vroeger iedere avond een groep witte vrouwen rondzweven. De mensen waren erg bang voor de verschijningen. Om middernacht gingen de verschijningen in de hoeve slapen.
- Een palingvisser hoorde op een nacht gedruis in de lucht. Hij keek omhoog, maar zag niets. Het gedruis werd luider en even later zag de man een paard zonder kop door de lucht zweven. Twintig meter…
- In Zammel stond vroeger een oude schuur waar volgens de mensen een schat verborgen zou liggen. Velen hebben naar die schat gezocht, maar er werd nooit iets gevonden. De oudste mensen beweerden…
- Drie mannen waren op een avond in de heide gaan wandelen. Plots begon één van de mannen te bibberen van angst en zei: "Zie je dat daar niet?" De tweede man zag niets, maar de derde werd ook bang, want…
- Enkele kabouters waren met ketelhout naast een hooimijt vuur aan het stoken. Merkwaardig genoeg vatte het hooi geen vuur.
- Een man die 's nachts paling ging vangen, zag een hert door de lucht springen.
- Vroeger waren de mensen erg bang voor de weerwolf. Het was een griezelig beest dat zich overdag nooit liet zien, maar 's nachts kippen en fruit kwam stelen. Men heeft meermaals geprobeerd het dier met…
- Molenaar Jan K. kwam na zijn dood spoken in zijn molen. Toen de mensen al veertien opeenvolgende dagen de wieken hadden zien draaien en een schim in de molen hadden zien zitten, gingen ze op bedevaart…
- Kabouters hielpen de mensen, vooral tijdens de oogst. Soms gebeurde het dat 's ochtends een heel veld gemaaid was of een hele schuur koren gedorsen. De kaboutertjes zijn op zeker ogenblik verdwenen.…
- De tienurenhond of waterhond zat meestal in het water. Hij kon heel lang onder water blijven zonder te moeten ademen en zelfs zonder nat te worden. Om tien uur 's avonds kwam hij boven en liep de…
- Een jongen durfde 's avonds niet op straat te komen uit angst voor de achturenmoeier die de kinderen meenam. Dat was een oude vrouw die buiten het dorp in een oude hut woonde.
- Menneke pek was een gevaarlijk waterduiveltje. Als men te ver over het water hing, dan trok Menneke pek je met zijn haak naar beneden. Vooral de kinderen waren erg bang voor Menneke pek.
- Heksen hielden bijeenkomsten en vlogen dan op hun bezem naar de wijnkelders in Keulen om er te drinken en te dansen.
- In Geel zou ooit een reiziger in de heide zijn verdwaald. Plots hoorde die man kerkklokken luiden, waardoor hij de grote baan bereikte. Toen hij de kerk binnenging om Onze Heer te bedanken, stelde hij…
- Een man die door de mare werd bereden, had het gevoel alsof er honderd kilo op zijn lichaam drukte. De man kon niet bewegen en stikte bijna. Na dat voorval zette de man zijn klompen omgekeerd naast…
- Enkele mensen die 's avonds bij hun deur stonden te praten, zagen plots een grote vlammende bol uit de lucht vallen. Doodsbang stoof het gezelschap uiteen. Enkele honderden meters verderop sloeg de…
- Een boer had achtereenvolgens drie koeien gekocht, maar de dieren waren allemaal na enkele dagen gestorven. De boer geloofde dat de kwade hand in de stal zat en ging daarom bij de paters te rade. Daar…
- Bij de beek in Geel-Zammel zouden omstreeks 1877 verschillende dragonders hebben vertoefd. Op een dag werden drie van die soldaten vermoord.
- Op een hoeve had men in de stal met de kwade hand af te rekenen. 's Avonds begonnen de dieren te stampen en aan de riemen te trekken. Wanneer men ging kijken, zag men een grote rode hand op de deur…
- De vrijmetselaars kon men herkennen aan een speldje op hun jas. Op hun linkerborstzak droegen ze namelijk een truweeltje.
- Het Galgehof lag op de Aart. Vroeger zouden daar rovers van een bende zijn opgehangen. Ze waren door iemand uit hun eigen bende verraden.
- Op een boerderij waar men geen boter kon maken, ging men naar de paters van Tongerlo. Daar kreeg de boer de raad om zout onder het botervat te strooien om de kwade hand af te weren. De boer volgde de…
- Een heks zat vaak in de maneschijn te spinnen. Toen haar man naar de kerk wilde gaan, verbood ze het hem, maar hij ging toch. De heks zei echter: "Je zal niet ver lopen". Toen de man in de kerk wilde…