Zoek in de Collectie
- Naam Locatie in Tekst: Olen (verwijderen)
Zoekresultaten beperken
Itemtype
- Volksverhaal (39)
Maker / Verteller
- Fons Heyns (7)
- Gust Lievens (7)
- Jef Boeks (6)
- Marie Van Nuten (6)
- Karel Waegemans (5)
- Jef Aerts (2)
- Denis Baeten (1)
- Filomien De Busscher (1)
- Germaine Boeks (1)
- Jef Van Hout (1)
- Lucienne Heyns (1)
- Pauline Verstrepen (1)
Taal
- Antwerps (39)
Type bron
- mondeling (39)
Subgenre
- sage (39)
Decennium_group
- 1960 (39)
Verzamelaar
- A. Michielsen (39)
Plaats van Handelen
- Herentals (5)
- Olen (3)
- Zoerle (3)
- Tongerlo (2)
- Achter-Olen (1)
- Averbode (1)
- Buul (1)
- Geelse Steenweg (Olen) (1)
- Herenthout (1)
- Hulshout (1)
- Noorderwijk (1)
- Olen-Beylen (1)
- Oosterwijk (1)
- Renderstraat (Zoerle) (1)
- Schaatsbergen (1)
- Tuinsberg (Olen) (1)
- Wallonië (1)
- Westerlo (1)
- Zammel (1)
Naam Overig in Tekst
- Spaanse Jaan (2)
- tenenpater (kinderschrik) (2)
- De Zwarte Stier (café) (1)
- Duitser (1)
- Keizer Karel (1)
- Kleurre (kinderschrik) (1)
- Kleurre met zijn ketting (1)
- Nederlander (1)
- Pruisen (1)
- Tongerlo (paters van) (1)
- bende van de dikke Bree (Herentals) (1)
- café De Zwarte Stier (1)
- dikke Bree (bende van de) (Herentals) (1)
- kerstnacht (1)
- korenpater (kinderschrik) (1)
- paters van Tongerlo (1)
39 resultaten voor ""
- Een boer uit Oosterwijk ging naar Wallonië om een paard te kopen. Intussen zat in zijn huis een heks met een kat. De heks sprak: "Nu zijn ze een paard gaan kopen, maar ze zullen het niet nemen want er…
- In Olen woonde een vroedvrouw die mensen overlas wanneer ze hun hand verstuikt hadden.
- Op een boerderij sprong het varken op de stoelen in het huis. De hond was daar ook behekst. Alle mensen en dieren droegen daar een medaille.
- Een man die ergens boter moest gaan leveren, zag onderweg een kat zitten. Hij schopte de kat van de weg en ging voort. Wat verderop zag de man de kat weer zitten en schopte het dier opnieuw. Toen hij…
- In de Renderstraat in Zoerle wenkte men op een dag naar een dwaaslicht. Daarna sloeg dat licht een rode handafdruk op de deur.
- Vroeger maakte men de kinderen bang voor de Tenenpater die hun tenen zou afsnijden. Zo wilde men ervoor zorgen dat de kinderen niet in de korenvelden liepen.
- Een Nederlander beschikte over bijzondere krachten. Hij trok een haar uit het hoofd van het meisje en daarna moest dat meisje met hem mee. Toen een tovenaar een haar uit een vergiet had getrokken,…
- Een meid moest op een ochtend een emmer aardappelen gaan rooien. De meid vond allemaal knikkers in de grond in plaats van aardappelen. Er was maar één struik waar aardappelen aan stonden. Dat moet…
- In de Hulshoutse bossen stond een torentje. Men vertelde dat 's nachts geiten rond dat torentje draaiden. De dieren waren met koorden vastgebonden.
- Tenenpaters waren spoken die de tenen van de kinderen afsneden. Met zulke verhalen maakte men de kinderen bang.
- Bij de paters van Tongerlo bij Zammel kon men zich laten overlezen wanneer men het Sint-Katrienewiel had. Die mensen moesten dan zes opeenvolgende weken om zes uur opstaan, naar de mis gaan en te…
- De rovers van de bende van de dikke Bree uit Herentals beroofden vrouwen van hun geld. Op een avond was de bendeleider een vrouw tegengekomen, die zei: "Och, ik ben toch zo bang want de dikke Bree…
- Een boerin die boter ging brengen, droeg een mooie boterdoek met witte en blauwe ruitjes. De vrouw bij wie de boerin kwam, zei: "Wat heb jij een mooie blauwe boterdoek!" Toen de boerin op haar…
- Op een boerderij in de Schaatsbergen kon de boer geen boter meer karnen en was er geen schuim meer op de melk. Men stak daar een gewijde kaars onder de deur, waardoor een heks niet meer kon…
- Spaanse Jaan was een brandstichter die afkomstig was uit Zoerle. Hij heeft vaak in de gevangenis gezeten omdat hij schuren in brand stak. Toen de man bijna dood was, werd hij vrijgelaten. Hij werd op…
- Dwaaslichten waren de zielen van ongedoopte kinderen.
- De vader van een notaris in Tongerlo is na zijn dood viermaal verschenen in de kamer waar hij gestorven was. Het spook sprak dan: "Hier is X".
- Kleurre met zijn ketting was een grote zwarte hond. Een man die een os had verkocht, kwam Kleurre onderweg tegen. De hond liep met hem mee tot bij het poortje van zijn boerderij.
- Een christelijke man werd geraadpleegd door mensen die pijn hadden. De man vroeg de leeftijd, het geslacht en de huidskleur van de zieke en kon die dan genezen.
- Op een boerderij had men een grote bol kaas in de schuur gehangen. Een klein grijs heksje kwam daar altijd moer plukken. Omdat men op die boerderij abnormale zaken vaststelde, zond men de heks weg.
- Op de weg naar Herentals woonden heksen. Het gebeurde soms dat de mensen moeilijk thuis konden geraken omdat ze behekst waren.
- Als men van een heks een schouderklopje kreeg, moest men haar onmiddellijk hoger slaan, bijvoorbeeld op het hoofd, om haar machteloos te maken.
- Naar dwaaslichten mocht men niet wenken. Deed men dat toch, dan kon men daarna een hand tegen de deur horen slaan. Zoiets is gebeurd bij de grote canadese populier op de Geelse Steenweg.
- Zes of zeven mannen die boekweit aan het dorsen waren, zagen een heer voorbijkomen, die zei: "Gaat het een beetje?", waarop de mannen antwoorden: "Het komt niet zo nauw, als we het kaf maar hebben".…
- Bij een kapelletje tussen Herentals en Herenthout zag men 's nachts de duivel verschijnen.