Zoek in de Collectie
- Naam Locatie in Tekst: Schepdaal (verwijderen)
Zoekresultaten beperken
Itemtype
- Volksverhaal (24)
Maker / Verteller
- Jan Rampelbergh (13)
- Suzanne Charbonnier (5)
- Ambrosius Goossens (3)
- Antonia Eylenbosch (3)
Taal
- Brabants (24)
Type bron
- mondeling (24)
Subgenre
- sage (24)
Decennium_group
- 1960 (24)
Verzamelaar
- W. Van Wesenbeek (24)
Plaats van Handelen
- Schepdaal (2)
- Brussel (1)
- Hallepoort (Brussel) (1)
- Hoek (Schepdaal) (1)
- Itterbeek (1)
- Molenbeek (1)
- Neerpede (1)
- Pede (1)
Naam Overig in Tekst
24 resultaten voor ""
- Enkele knechten gingen de dieren hoeden op de weide. Toen daar plots een paard kwam aangelopen, sprongen de knechten op de rug van het dier. Dat probeerden ze althans, want ze vielen er dwars…
- Een vrouw kwam bij een toveres wiens koe twee kalveren had geworpen. De toveres sprak tot de vrouw: Ik wil de kalveren houden en melk hebben. Ik zal eens in mijn boek kijken om de twee (?) te hebben”.
- Als men naar een stallicht had gewezen, dan kwam het lichtje op de deur slaan. Een man die klaver naar Brussel ging brengen, zag de stallichten langs de kant van de weg zitten. Dergelijke lichtjes…
- Als de mensen naar de vroegmarkt gingen, hoorden ze soms een ketting rammelen. Dat was kleudde.
- Een man die naar huis kwam, hoorde een slag op zijn deur. Dat was een stallicht dat tegen de deur was vloog omdat iemand ernaar had gewezen. Stallichten waren de zielen van ongedoopte kinderen.
- Een man had kleudde gezien bij een boomgaard van een boerderij. Kleudde was een witte gedaante die op een paard leek en zo’n vijfenzeventig centimeter groot was.
- Kinderen die van een vrouw een snoepje of een koek hadden gekregen, raakten helemaal uitgemergeld.
- Een man zag op zijn weg naar huis een grote vogel boven zijn hoofd vliegen. Toen de man voorbij het huis van een toveres kwam, zag hij dat de vogel in de tuin van dat huis viel.
- In Schepdaal woonden twee toveressen. Zwangere vrouwen durfden niet voorbij het huis van die toveressen te lopen. De toveressen hadden onderling afgesproken dat diegene die als eerste zou sterven, zou…
- De framassons maakten een ronkend geluid. Op een dag sprak een framasson tot een man: “Zeg je voeten op mijn rug”. De man mocht met de framasson meevliegen.
- Sommige mensen lazen slechte boeken. Wanneer ze die boeken probeerden te verbranden, lukte dat niet. Die mensen stierven van ellende.
- In een hoptuin verscheen altijd een vreemd paard. Toen de mensen daar op een dag gingen graven, vonden ze geld. De geest had het geld daar verborgen.
- In Molenbeek woonde een framasson in een kasteel. Vóór hun vertrek moesten de framassons zeggen: “Door hagen en heggen”. Veel mensen hebben vroeger de muziek van de framassons gehoord.
- Een man die op zondag niet naar de mis ging en in het café ging kaarten, vloekte dat het een lieve lust was. Plots kwam in het café een heer binnen, die besloot mee te spelen. Die heer won ieder spel.…
- Een man had gelzen in een boek waarin zwarte en rode letters stonden. Toen de man naar de Hallepoort reed, zag hij de hele weg vlammen aan zijn linker- en rechterkant. Uiteindelijk heeft de pastoor…
- Paus Leo XIII zou de stallichten naar de zee hebben verbannen.
- Een molenaar en een boer spotten met een beeld van Sint-Rumoldus, die werd afgebeeld met een hond die een mastel in zijn muil had. De molenaar zag daarna allemaal honden tussen zijn zakken graan.…
- De framassons zaten op een dak in Neerpede te zingen.
- Vroeger zeiden de mensen soms: “De zwarte madam is daar!”
- Kleurre kon zich veranderen in een witte en in een zwarte hond met een ketting.
- Een man geraakte niet binnen in zijn huis omdat kleudde bij zijn deur lag.
- In de Hoek in Schepdaal kwamen altijd katten spoken.
- In Pede hadden sommige mensen kleudde moeten dragen. Na een tijdje had kleudde geroepen: “Blijf staan, ik ga eraf!”
- Een knecht die met de paarden naar de boerderij reed, zag aan weerszijden van de weg twee miauwende katten zitten.