Man die kan toveren zet een rijtuig vast waarin iemand zit die ook kan toveren en die dreigt met maatregelen. Uit angst laat de man het rijtuig weer gaan.
Man toont knecht dat hij wagens kan vastzetten. In de vastgezette wagen zit echter een man die dat ook kan, en hij dwingt de ander het vastzetten op te heffen.