Iemand begint te tellen hoeveel soorten dichters er wel niet zijn: 'heroïsche, lyrische, etc.'. Een ander merkt op dat hij de grootste groep vergeten is, namelijk 'de hongerige'.
Een boer zag een schildering van enkele naakte beelden en vroeg wat het was. Hij kreeg als antwoord dat het poëterij, dichtkunst was. De boer zei hierop: 'Ik dacht dat het potterij was, omdat ik zoveel naakte mannen en vrouwen zag.'