Een jongen weet niet wat hij moet doen. Zijn vrouw heeft zoveel protheses die ze iedere avond in het nachtkastje legt. Hij weet nu niet of hij in bed of in het nachtkastje moet gaan liggen.
Een bruidegom ziet dat zijn bruid in de huwelijksnacht zoveel protheses in het nachtkastje legt, dat hij niet meer weet of hij in bed of in het laatje moet kruipen.