Een graveur laat een plaat aan een klant zien. De klant vindt het mooi ('soet') en vraagt of de kunstenaar het zelf heeft uitgesneden. De graveur antwoordt dat zijn dochter het gemaakt heeft die een zeer 'soet sneetken' heeft.
De 16-jarige Johannes Castiones, een schilderijendrager uit Italië, logeerde in logement De Eendenpoel in Oirschot in 1838 en wordt vandaaruit vergezeld door een marskramerszoon, een ondeugdelijke kerel, die aan het Ossenpad Johannes met een klippel…