Hoofdtekst
Tijdens de hongerwinter zitten twee Nederlanders langs de kant van de rivier. Plotseling komt het lijk van een dikke Duitse soldaat voorbij drijven. De twee mannen vissen de Duitser uit het water, en ze snijden de maag van de soldaat open. De maag blijkt gevuld met zuurkool met worst. De ene Nederlander begint de maaginhoud op te peuzelen, maar de ander zegt er geen trek in te hebben.
Enige tijd later kotst de man de zuurkool met worst weer uit. Meteen begint de andere man het op te eten.
"Ik dacht dat je geen zuurkool met worst lustte?" zegt de ene man.
"Nee," zegt de ander, "koud hoef ik het niet, maar opgewarmd lust ik het wel!"
(Theo Meder, gehoord in de jaren '70)
Enige tijd later kotst de man de zuurkool met worst weer uit. Meteen begint de andere man het op te eten.
"Ik dacht dat je geen zuurkool met worst lustte?" zegt de ene man.
"Nee," zegt de ander, "koud hoef ik het niet, maar opgewarmd lust ik het wel!"
(Theo Meder, gehoord in de jaren '70)
Beschrijving
Tijdens de hongerwinter vissen twee mannen het lijk van een Duitse soldaat uit het water; één eet de zuurkool met worst uit diens maag, maar braakt het even later weer uit. Dan eet de ander het op; hij lust de zuurkool met worst alleen opgewarmd.
Bron
n.v.t.
Commentaar
tussen 1970 en 1980
Naam Overig in Tekst
Nederlanders   
Duitser [Tweede Wereldoorlog]   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
