Hoofdtekst
Een man loopt over straat. Hij heeft enorme honger, maar heeft weinig geld. Hij gaat een restaurant binnen, kijkt op de menukaart en ziet dat hij net voldoende geld heeft om een bord soep te kunnen bestellen.
Hij bestelt bij het dienstertje een bord soep, maar als hij het bord half leeg heeft gegeten, weet hij al dat hij straks nog steeds honger zal hebben. De man bedenkt hoe graag hij wat brood bij de soep zou willen eten. Desnoods maar één sneetje brood zonder boter. Hij besluit het dienstertje erom te vragen. Hij wenkt haar, en als zij aan komt lopen, vraagt hij:
"Juffrouw, heeft u misschien een droog sneetje?"
"Nee mijnheer," zegt zij: "Dat zijn mijn schoenen die zo kraken."
(Theo Meder, gehoord in de jaren '80)
Hij bestelt bij het dienstertje een bord soep, maar als hij het bord half leeg heeft gegeten, weet hij al dat hij straks nog steeds honger zal hebben. De man bedenkt hoe graag hij wat brood bij de soep zou willen eten. Desnoods maar één sneetje brood zonder boter. Hij besluit het dienstertje erom te vragen. Hij wenkt haar, en als zij aan komt lopen, vraagt hij:
"Juffrouw, heeft u misschien een droog sneetje?"
"Nee mijnheer," zegt zij: "Dat zijn mijn schoenen die zo kraken."
(Theo Meder, gehoord in de jaren '80)
Beschrijving
Een hongerige man heeft net genoeg geld om een bord soep te bestellen in een restaurant. Als hij halverwege merkt dat hij nog honger zal hebben, wil hij om een sneetje brood zonder boter vragen. Hij vraagt aan het dienstertje: "Juffrouw, heeft u misschien een droog sneetje?" Zij antwoordt: "Nee mijnheer, dat zijn mijn schoenen die zo kraken."
Bron
n.v.t.
Commentaar
tussen 1979 en 1983
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
