Hoofdtekst
Een jochie loopt met zijn vader over het strand.
Zegt dat jochie: "Papa, moet je eens kijken, die knobbels in die zwembroeken van die mannen, wat is dat nou? Hoe komt dat toch?"
Zegt die vader, helemaal radeloos: "Nou, mannen met een klein knobbeltje zijn arme mannen, en de mannen met die grote knobbels zijn rijke mannen."
Een uur erna komt het jochie de duinen uitstormen en zegt: "Vader, wat ik nou gezien heb in de duinen... een hele arme meneer werd ineens schatrijk."
(Harry Touw, periode ca. 1965-1975)
Zegt dat jochie: "Papa, moet je eens kijken, die knobbels in die zwembroeken van die mannen, wat is dat nou? Hoe komt dat toch?"
Zegt die vader, helemaal radeloos: "Nou, mannen met een klein knobbeltje zijn arme mannen, en de mannen met die grote knobbels zijn rijke mannen."
Een uur erna komt het jochie de duinen uitstormen en zegt: "Vader, wat ik nou gezien heb in de duinen... een hele arme meneer werd ineens schatrijk."
(Harry Touw, periode ca. 1965-1975)
Beschrijving
Een vader geeft zijn zoontje op het strand uitleg over de knobbels in de zwembroeken: kleine knobbels zijn arme mannen, grote knobbels rijke. Later komt het zoontje melden dat hij in de duinen een arme man ineens heel rijk heeft zien worden.
Bron
<i>Uit het leven van Harry Touw alias Fred Haché. Bakkenboek</i>, verteld aan Kees Haak.
Commentaar
ca. 1965 - 1975
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20