Hoofdtekst
Er komen twee mannen in de woestijn elkaar tegen. De ene draagt een telefooncel op zijn rug, de ander een telefoonpaal.
Vraagt de één: "Waarom draag hij een telefooncel op je rug?"
Zegt de ander: "Als er dan leeuwen komen, ga ik in de telefooncel staan, dan ben ik veilig. Maar waarom draag jij een telefoonpaal op je rug?"
Zegt de man: "Als er dan leeuwen komen, gooi ik 'm weg: dan kan ik harder lopen."
(Theo Meder, gehoord in de jaren '70)
Vraagt de één: "Waarom draag hij een telefooncel op je rug?"
Zegt de ander: "Als er dan leeuwen komen, ga ik in de telefooncel staan, dan ben ik veilig. Maar waarom draag jij een telefoonpaal op je rug?"
Zegt de man: "Als er dan leeuwen komen, gooi ik 'm weg: dan kan ik harder lopen."
(Theo Meder, gehoord in de jaren '70)
Beschrijving
Twee mannen ontmoeten elkaar in de woestijn. De ene man heeft een telefooncel op zijn rug: daar gaat hij in staan als er leeuwen komen. De ander draagt een telefoonpaal op zijn rug: als er leeuwen komen, gooit hij die weg. Dan kan hij harder lopen.
Bron
n.v.t.
Commentaar
tussen 1970 en 1980
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21