Hoofdtekst
Als de nood het hoogst is
Meneer en mevrouw zitten op dansles. Op de dag dat ze afdansen heeft meneer diarree. Hij wil eigenlijk liever niet gaan, maar laat zich door zijn vrouw overhalen om toch mee te komen. Eerst gaat dat goed, maar tijdens de laatste dans krijgt hij het te kwaad. Hij trekt zich terug op het toilet en blijft een tijd weg.
Als hij weer terug is, begint zijn vrouw te kiften: "Waar was je nou? Waarom doe je zo moeilijk?"De man legt uit wat er aan de hand was: "Mijn onderbroek was helemaal vuil. Ik heb hem uitgetrokken en zo goed en zo kwaad als het ging schoongemaakt. Daarna heb ik hem in wc-papier gewikkeld en in je handtasje gestopt."
"Maar ik heb helemaal geen handtas bij me!"
(Wil Pijnenburg, 17 juni 1992. Waargebeurd, zei de man die het hem vertelde, hij kende die mensen persoonlijk.)
Meneer en mevrouw zitten op dansles. Op de dag dat ze afdansen heeft meneer diarree. Hij wil eigenlijk liever niet gaan, maar laat zich door zijn vrouw overhalen om toch mee te komen. Eerst gaat dat goed, maar tijdens de laatste dans krijgt hij het te kwaad. Hij trekt zich terug op het toilet en blijft een tijd weg.
Als hij weer terug is, begint zijn vrouw te kiften: "Waar was je nou? Waarom doe je zo moeilijk?"De man legt uit wat er aan de hand was: "Mijn onderbroek was helemaal vuil. Ik heb hem uitgetrokken en zo goed en zo kwaad als het ging schoongemaakt. Daarna heb ik hem in wc-papier gewikkeld en in je handtasje gestopt."
"Maar ik heb helemaal geen handtas bij me!"
(Wil Pijnenburg, 17 juni 1992. Waargebeurd, zei de man die het hem vertelde, hij kende die mensen persoonlijk.)
Beschrijving
Een echtpaar zit op dansles. Op de dag van het afdansen heeft de man diarree. Tijdens de laatste dans verdwijnt hij naar het toilet. Omdat zijn onderbroek vies is trekt hij hem uit en stopt hem in de handtas van zijn vrouw, die hem vertelt dat ze helemaal geen handtas bij zich heeft.
Bron
Peter Burger: De gebraden baby. Amsterdam, 1995, p.89
Commentaar
17 juni 1992
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20