Hoofdtekst
Daar was eenmaal een schipper die was met zijn schip in zee en toen verongelukte hij met zijn schip en kwam met een stuk van zijn schip aan land drijven en toen kwam hij daar aan land en hij was droevig dat hij zijn schip verloren had en toen kwam daar een zwarte hond bij hem en die vroeg hem wat hem scheelde toen zeide de schipper dat hij kon hem doch niet helpen. toen zeide de hond dat hij zou het hem maar zeggen hij kon hem wel helpen en de schipper meende dat het de Duivel was maar hij zeide dat hij zijn schip verloren had en dat hij geen weer krijgen konde.
toen zeide de hond dat hij zoude maar een schip bestellen en toen bestelde de schipper hem een schip en toen zij daar met aan het timmeren waren liep de hond daar altijd bij om omdat hij geld voor het schip moest geven
en toen het schip klaar was betaalde hij het schip, toen was daar nog geen zeilen en touwen op toen zeide de hond daar hebt gij geld koop daar zeilen en touwen voor en toen die er op waren toen zeide de schipper nu heb ik nog geen knegten en geen eeten om op een reis te gebruiken toe zeide de hond daar hebt gij geld koop daar eten voor en huur daar knegten voor en toen het alles klaar was toen zeide de hond nu moet ik ook met varen toen zeide de schipper goed en zij staken in zee en toen zij in zee waren zeide de hond dat zij moesten al noord aan zijlen goed zeide de schipper goed.
en toen zij drie dagen gezeyld hadden zeide de hond tegen de schipper gij moet u gereed maken wij krijgen een storm van een en een halve dag. goed! en toen kregen zij ook de storm en toen de storm over was zeide de hond nu hebben wij een langen tijd mooi weer.
en toen zij een tijdlang mooi weer gehad hadden zeide de hond wij krijgen weer storm van een dag of drie en de schipper maakte hem weer gereed en toen de storm weer over was zeide de hond nu hebben wij een langen tijd mooi weer en zij kregen ook een langen tijd mooi weer en toen zeide de hond nu krijgen wij een groote storm van een week
lank dat zij moesten het anker vallen laten en zij maakten haar weer gereed en toen die storm over was zeide de hond nu hebben wij zoo lang mooi weer als wij op zee zijn en toen zij een langen tijd gezeild hadden zeide de hond ziet gij ook haast land neen! zeide de schipper toen zeide de hond gij moet vooral noord aan zeilen de schipper meende dat zij naar de hel zeilden en toen zij een dag of drie gezeild hadden zeide de hond ziet gij nog geen land. neen ik zie geen land maar ik zie een grood vuur branden.
toen zeide de hond dat is geen vuur maar dat is mijn vaders kasteel dat is goud en daar schijnt de zon op. toen zeilden zij nog een dag of drie en toen kwamen zij bij 't land maar zij konnen niet digt bij 't land komen omdat het daar niet diep genoeg was, toen zeide de hond kom schipper wij gaan na land en toen brachten zij haar met de bood na land en toen ging de hond en de schipper na het kasteel en toen zij in het kasteel kwamen was daar geen mensch dan zij met hun beiden en toen zeide de hond nu moet gij drie kwade nagten uitstaan maar gij moet maar stille wezen goed zeide de schipper en toen kwam de nagt aan en toen de kaarsen opkwamen was er een kamer vol volk en toen kregen zij de schipper in handen en kaatsen elkander toe en de een den ander zo de geheele nagt door en toen den dag aanbrak was al dat volk weg en zij waren met hun beiden en des daags aten zij met hun beiden en toen werd het weer avond en toen de kaarsen opkwamen en de tweede nagt ging het weer zo en de tweede nacht zeiden ze dat is een mooie kaatsbal en de derde nagt alweer zoo toen zeide de hond zi zo nu is 't goed en toen kwamen zij in een kamer en daar lag een groot zweert op den tavel en toen zeide de hond daar moet gij mij de kop met ofhouwen neen dat kan ik niet doen gij hebt mij zo veel goed gedaan toen zeide de hond anders moet gij de kop of maar het is best dat ik de kop of koom en toen hieuw de schipper de hond den kop af en toen wierd het een mensch.
Zi zo zeide de hond nu is het beter dat ik de kop of koom dan gij nu ben ik een mensch en mijn vader die had mij verwenscht in een schim van een hond en op zoo een manier moest ik weer een mensch worden toen was de schipper heel blijde en hij gaf de schipper zooveel geld mede daar hij al zijn levend genoeg aan had. en de schipper ging voort met zijn geld.
Onderwerp
VDK 0443* - De prins als hond   
SINAT 0443* - Der Königssohn als Hund   
ATU 0540 - The Dog and the Sailor   
Beschrijving
Bron
Motief
B211.1.7 - Speaking dog.   
B581 - Animal brings wealth to man.   
D6 - Enchanted castle (building).   
F771.1.1 - Golden castle (palace, house).   
D1645.3 - Magic castle shines from afar.   
F771.4.3 - Abandoned castle.   
H1411 - Fear test: staying in haunted house.   
D711 - Disenchantment by decapitation.   
D141 - Transformation: man to dog.   
B541.4 - Dog rescues drowning man.   
