Hoofdtekst
Een ongenoemde uit Antwerpen maakte mij opmerkzaam op de plaats, aan Geeraard den Duivel gewijd in C.J. Hansen 's Reisbrieven uit Dietschland en Denemarken, p.40. Ziehier hoe schrijver zich uitdrukt:
"Nabij den Reep staan de overblijfsels van een oud en uitgestrekt Steen met twee ronde zijtorens. Het hoorde toe aan Geerhard den Duivel, die zoo verleidelijk was, dat de huisvaders hunne vrouwen en dochterlijns naar binnen trokken, als hij aankwam. Zijne slangenschoonheid en de schatten, waarmede hij den krijg tegen Eva's geslacht volhield, kostten Geerhard eene verbintenis met Satan. Lang was de bepaalde tijd verstreken, eer Meester Zielengrijp er aan dacht zijne prooi tc vatten. Toen er eindelijk (zegt men) geene onnoozele meisjes noch trouwe echtwijven meer te verleiden waren, en de minnaars er van afzagen om zich van wanhoop der helle over te geven, — eenen zekeren nacht kwam Moentjen hem halen, hief hem met zich in de lucht, en hield hem zoo hardnekkig vast, dat het spreekwoord daarvan ontstond: hij zit erop gelijk de Duivel op Geerhard."
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
C. J. Hansen   
Reisbrieven uit Dietschland en Denemarken   
Geeraard de Duivel   
Reep   
Geerhard den Duivel   
[Gerard de Duivel] Satan   
Meester Zielengrijp   
Moentjen [Moenen]   
Naam Locatie in Tekst
Antwerpen   
Steen   
