Hoofdtekst
Van Boer Bezemen, Boer Bladeren en Boer IJzer
Er waren zoo eens drie vieze boeren, en die woonden alle drie in hetzelfde bosch. En de eerste maakte daar een huisje van bezemen, de tweede een huisje van bladeren, en de derde een huisje van ijzer, en zoo kregen zij den naam van "Boer Bezemen", "Boer Bladeren" en "Boer IJzer."
Op eenen kouden winterdag kwam een wolf bij Boer Bezemen aankloppen, en riep: "Boer Bezemen, Boer Bezemen, doe toch open, vriend-lief, mijne handjes zijn zoo koud en mijne voetjes zijn bevrozen!" - "Ik en doe niet open!" antwoordde Boer Bezemen stug. - "Dan loop ik heel uw huis kapot!" En de wolf liep zoo hard hij kon tegen de deur, en de deur viel open, en de wolf ging bij Boer Bezemen aan het vuur zitten.
Boer Bezemen was justement bezig patatten te schillen, en de wolf begon te bidden: "Warm in den buik! Straks eten wij vette varkens! Warm in den buik! Straks eten wij vette varkens!" - "Wat babbelt ge daar allemaal," vroeg Boer Bezemen onnoozel weg. - "Wel", antwoordde de wolf, "dat is een gebed voor u... Maar geef mij nu toch eenen patat, ik heb zulken honger..." Boer Bezemer stak eenen patat op den punt van zijn mes, en reikte dien van ver naar den wolf, maar deze slokte boer, mes en patat alle drie in een zelfde mondsvol op.
's anderendaags ging de wolf bij Boer Bladeren aankloppen. - "Boer Blâren, Boer Blâren, doe eens open, vriend-lief, mijne voetjes zijn zoo koud en mijne handjes zijn bevrozen." - "Ik doe niet open," antwoordde Boer Bladeren barsch. - "Dan loop ik heel uw huis kapot t!" En hij liep, en hij liep, en de deur viel in en de wolf ging bij Boer Blâren aan de stoof zitten... Deze was ook aan 't patatten schillen, en de wolf begon weer: "Warm in den buik ik! Straks eten wij vette varkens! Warm in den buik! Straks eten wij vette varkens!" - "Maar wat mompelt gij daar toch," vroeg Boer Blâren. - "Wel," zei de wolf, "dat is zoo een gebedeken voor u, maar geef mij toch een patatje, ik heb zulken honger."
Boer Blâren stak zijn mes uit met eenen patat er op, en de wolf slokte boer, mes en patat in éens binnen.
Den derden dag ging hij bij Boer IJzer. Deze had hem zien aankomen, en eenen zwaren pot met erwten op den zolder gezet. De wolf klopte aan: "Boer IJzer, doe eens open. Mijne handjes zijn zoo koud en mijne voetjes zijn bevrozen!" - "Ik doe niet open!" - "Dan loop ik heel uw huis kapot." - "Loop maar," zegde Boer IJzer, en de wolf liep, liep en liep zijne vier pooten kapot, en hij bloedde, bloedde, dat Boer IJzer er compassie mêe kreeg, en zijne deur eindelijk toch opende... En nu kwam de wolf, en zette zich bij het vuur, nevens Boer IJzer, die ook al aan het patatten schillen was, en aldra begon hij weer: "Warm in den buik uik! Straks eten wij vette varkens! Warm in den buik! Straks eten wij vette varkens!" - "Wat belieft?" vroeg Boer IJzer spottend. "Wat vertelt gij daar toch allemaal?" - "Wel," zegde de wolf, "dat is een schietgebed voor u... Maar geef mij nu toch eenen patat... Ik heb zulken honger." Boer IJzer stak eenen patat uit, en de wolf wilde hem opslokken, maar ineens viel de pot met erwten om, en al de erwten rolden met groot lawijd over den zolder. - "Wat is dat, wat is dat?" vroeg de wolf, opspringende - "Dat is de wet, die achter uwe veêren zit," antwoordde Boer IJzer lachend: "zij willen u hangen, omdat gij Boer Bezemen en Boer Blâren hebt opgeëten!" - "Och! Gottekens, Boer IJzer lief, langs waar kan ik toch weg geraken?" smeekte de wolf. - "Loop maar gauw op zolder," zegde Boer IJzer; "ik zal u niet verraden!" De wolf liep de ladder op, en Boer Ijzer nam eenen ketel kokend water van het vuur, en zette hem onder aan de ladder. De wolf strunkelde door zijne haastigheid, viel in den ketel, en verbrandde zich deerlijk. Boer IJzer haalde er hem uit, sneed zijnen buik open, en zie nu eens! Boer Bezemen en Boer Blâren kwamen er levend uitgekropen... Met hun drieën wierpen zij den wolf buiten, en ieder ging weer terug naar zijn hutteken, Boer Bezemen, Boer Bladeren en Boer IJzer!
Er waren zoo eens drie vieze boeren, en die woonden alle drie in hetzelfde bosch. En de eerste maakte daar een huisje van bezemen, de tweede een huisje van bladeren, en de derde een huisje van ijzer, en zoo kregen zij den naam van "Boer Bezemen", "Boer Bladeren" en "Boer IJzer."
Op eenen kouden winterdag kwam een wolf bij Boer Bezemen aankloppen, en riep: "Boer Bezemen, Boer Bezemen, doe toch open, vriend-lief, mijne handjes zijn zoo koud en mijne voetjes zijn bevrozen!" - "Ik en doe niet open!" antwoordde Boer Bezemen stug. - "Dan loop ik heel uw huis kapot!" En de wolf liep zoo hard hij kon tegen de deur, en de deur viel open, en de wolf ging bij Boer Bezemen aan het vuur zitten.
Boer Bezemen was justement bezig patatten te schillen, en de wolf begon te bidden: "Warm in den buik! Straks eten wij vette varkens! Warm in den buik! Straks eten wij vette varkens!" - "Wat babbelt ge daar allemaal," vroeg Boer Bezemen onnoozel weg. - "Wel", antwoordde de wolf, "dat is een gebed voor u... Maar geef mij nu toch eenen patat, ik heb zulken honger..." Boer Bezemer stak eenen patat op den punt van zijn mes, en reikte dien van ver naar den wolf, maar deze slokte boer, mes en patat alle drie in een zelfde mondsvol op.
's anderendaags ging de wolf bij Boer Bladeren aankloppen. - "Boer Blâren, Boer Blâren, doe eens open, vriend-lief, mijne voetjes zijn zoo koud en mijne handjes zijn bevrozen." - "Ik doe niet open," antwoordde Boer Bladeren barsch. - "Dan loop ik heel uw huis kapot t!" En hij liep, en hij liep, en de deur viel in en de wolf ging bij Boer Blâren aan de stoof zitten... Deze was ook aan 't patatten schillen, en de wolf begon weer: "Warm in den buik ik! Straks eten wij vette varkens! Warm in den buik! Straks eten wij vette varkens!" - "Maar wat mompelt gij daar toch," vroeg Boer Blâren. - "Wel," zei de wolf, "dat is zoo een gebedeken voor u, maar geef mij toch een patatje, ik heb zulken honger."
Boer Blâren stak zijn mes uit met eenen patat er op, en de wolf slokte boer, mes en patat in éens binnen.
Den derden dag ging hij bij Boer IJzer. Deze had hem zien aankomen, en eenen zwaren pot met erwten op den zolder gezet. De wolf klopte aan: "Boer IJzer, doe eens open. Mijne handjes zijn zoo koud en mijne voetjes zijn bevrozen!" - "Ik doe niet open!" - "Dan loop ik heel uw huis kapot." - "Loop maar," zegde Boer IJzer, en de wolf liep, liep en liep zijne vier pooten kapot, en hij bloedde, bloedde, dat Boer IJzer er compassie mêe kreeg, en zijne deur eindelijk toch opende... En nu kwam de wolf, en zette zich bij het vuur, nevens Boer IJzer, die ook al aan het patatten schillen was, en aldra begon hij weer: "Warm in den buik uik! Straks eten wij vette varkens! Warm in den buik! Straks eten wij vette varkens!" - "Wat belieft?" vroeg Boer IJzer spottend. "Wat vertelt gij daar toch allemaal?" - "Wel," zegde de wolf, "dat is een schietgebed voor u... Maar geef mij nu toch eenen patat... Ik heb zulken honger." Boer IJzer stak eenen patat uit, en de wolf wilde hem opslokken, maar ineens viel de pot met erwten om, en al de erwten rolden met groot lawijd over den zolder. - "Wat is dat, wat is dat?" vroeg de wolf, opspringende - "Dat is de wet, die achter uwe veêren zit," antwoordde Boer IJzer lachend: "zij willen u hangen, omdat gij Boer Bezemen en Boer Blâren hebt opgeëten!" - "Och! Gottekens, Boer IJzer lief, langs waar kan ik toch weg geraken?" smeekte de wolf. - "Loop maar gauw op zolder," zegde Boer IJzer; "ik zal u niet verraden!" De wolf liep de ladder op, en Boer Ijzer nam eenen ketel kokend water van het vuur, en zette hem onder aan de ladder. De wolf strunkelde door zijne haastigheid, viel in den ketel, en verbrandde zich deerlijk. Boer IJzer haalde er hem uit, sneed zijnen buik open, en zie nu eens! Boer Bezemen en Boer Blâren kwamen er levend uitgekropen... Met hun drieën wierpen zij den wolf buiten, en ieder ging weer terug naar zijn hutteken, Boer Bezemen, Boer Bladeren en Boer IJzer!
Onderwerp
AT 0124A* - Pigs Build Houses of Straw, Sticks and Iron   
ATU 0124 - Blowing the House In   
Beschrijving
Drie boeren wonen in het bos. De eerste heeft een huis van bezemen, de tweede van bladeren en de derde van ijzer. Een wolf komt bij de eerste boer en als deze niet opendoet, trapt hij de deur in en gaat aan het vuur zitten. Hij vraagt om een aardappel, en als de boer die toereikt, wordt hij door de wolf opgegeten. Dit overkomt ook de tweede boer. De derde boer heeft hem al zien aankomen en heeft een pot met erwten op zolder gezet. De wolf loopt eerst zijn poten kapot tegen de ijzeren deur en wordt dan binnengelaten. Als de wolf hem op wil eten, valt op dat moment de pot met erwten om. De boer beweert dat het de wet is die hem achterna zit om hem op te hangen. Hij zegt dat de wolf zich maar verbergen moet op zolder. Als de wolf de ladder oploopt, zet de boer een ketel met kokend water onder de ladder, waar de wolf vervolgens invalt. De boer snijdt zijn buik open en de twee boeren komen er levend uitkruipen.
Bron
Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore. 3 (1890) p. 220
Commentaar
1890
Pigs Build Houses of Straw, Sticks and Iron
Naam Overig in Tekst
Boer Bezemen   
Boer Bladeren   
Boer IJzer   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
