Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VOLKS119 - Van een Student die een Boerin bedroogh

Een sprookje (), 1891

Hoofdtekst

Van een Student die een Boerin bedroogh
Seeker Student hebbende, (gelijck 'er veele zijn), al sijn geldt in de bauchen tot Parys verquist, konde aldaer niet langer subsisteeren, soo dat hy, overvloet van schulden, ende gheen crediet meer hebbende, op een vroegen morgen ghedwongen was, sonder den Weerdt te groeten, te verkuysschen; hebbende alle syne kleedren, om te light'er te voet syn Reys te vervoorderen, hier en daar te pande gelaeten. Hy dus als een armen pelgrim langst het lant naer huys reysende, ende by de Boeren de kost bedelende, deede volkomen penitentie voor syn bedreven dertelheden, tot dat hy eyndelijck Picardien door-reyst hebbende, aan Artoys begon te komen; hy quamp ontrent ten acht uren voor middagh aan een groote Hofstede, daer hy, ghelijck over al sijn reys, om Eten beedelde, de vrauwe een goe ende onnoosel Boerinne zijnde (hebbende weduwe geweest, ende weder hertrouwt wesende, was just alleen t'huys, haer man, ende al de knechten, mits het Ougst was, in 't veldt zijnde) siende dat hy geen gemeenen Beedelaer en was, vraeghde hem van waer hy quamp. Hy antwoorde van Parijs. Die slechte vrauwe verstond' van 't Paradijs; vraegde hem heel nieuwsgierigh: hebt gy mijn last gestorven man Jacques daer niet gesien? - O ja doch, al menighmael, antwoorde den loosen student, haer onnooselheyt merckende, ende daer mede meenende sijn voordeel te doen; wel, hoe stelt hij het al dogh? vraeghde sy. Heel slecht, seyde hij, want hy daer van Huys tot Huys sijn broot moet beedelen ende niet en heeft als een slechte vodde om sijn nackte billen te decken. Wel hoe, seyde die goede vrauw, heel bedroeft, hoe ellendigh moet hem dat komen, hy die ghewoon was hier soo goede daeghen te hebben; wanneer keert gy weder naer het Paradijs? Ick ben soo op de wegh, sprak den Student. Daer op deede sy hem in Huys komen, gaf hem lustigh te eeten, ende mackte een paxken van haer overleden Mans kleederen, die daer in een kasse noch hingen, met eenigh lynwaet: Ghy sult wel so goedt zyn, vraeghde sy hem, van dat aen mijnen Man te draegen, ende hem dat gelt te geven; hem 30 pistolen in een saxken gebonden gevende, ende hem twee voor sijn moyte toe reykende. O ja, met pleysier, seyde den Student heel verheught zijnde om dees verkregen buyt, ende het paxken onder sijn aerm nemende ende het gelt in sijn sack stekende, spoede hem op de reyse, voorwendende, dat hij haestigh was, want hy vreesde dat er jemandt moghte 't Huys komen, die hem die buyt soude belet hebben mede te draegen. Den Man uyt het Veldt 't Huys komende, verhaelde hem sijn vrauwe heel de saeke, daer den boer om haer om haer onnooselheydt stont en sien [d.i. stond te zien], doch van vreese, ofte sy hem den wegh van den Student niet soude hebben willen ontdecken, veynsde hy hem oock wat te willen medegeven, mits sy niet genoegh ghegeven en hadde. De vrauwe prees sijn goedheyt die hy hadde voor haer eerste Man, ende wees hem de wegh, die den Student genomen hadde; den Boer sprong strackx te peerde, ende reed hem naer, om hem sien t'achterhaelen, ende hem alles t'ontnemen, dat sijn slechte vrauwe hem gegeven hadde. Den Student op den gemeenen wegh zijnde, die voor by een kreupel bostjen liep, sagh den Boer van verren te volle galop aenkomen; hy, voor vervolgers bedught zijnde, smeet het paxken in een droogen graght, met sijn kleet, van vreese dat de vrauwe hem soude gedeciffreert [Uiteen gedaan hoe hij er uit zag] hebben, ende sette he, met sijn groote bedelaers stock, ende in sijn gescheurt onder-kleetjen op den wegh neder, den Boer inwachtende, die niet soo haest by hem ghekomen en was, ofte vraeghde ofte hy niet eene met een paxken daer en hadde sien passeeren. Jae ick, sprack den Student, soo heeft (lees: haest) als hy u sagh aenkomen, is hy over die gracht in dat bosjen met een paxken gevlucht. Den Boer trock stracks sijn kasack uyt, ende gaf die met het peert aan den Student, om in dat Bostjen sijn kleet niet te scheuren, die, soo haest den Boer wat diep daer in was geloopen, om den gast met het paxken te soecken, den Student het paxken uyt de graght nemende ende den Boers casack aentreckende, op het Peert sprongh, ende haestig wegh reed. Den Boer, hebbende het Bostjen door-soght ende niemandt vindende, quamp uyt, maer vond niemandt met syn peert, nochte kasacke, dan alleen de gescheurde kasacke vanden Student in de graght vindende, haest sagh hoe hy bedroghen was, keerde weer heel bedroeft weder, dogh durvende aen sijn vrauwe niet gebaeren, seyde hy haer, als sy hem vraegde ofte hy den Gast gevonden hadde: Och jaick, vrauwe, ick heb hem ghevonden, ende siende hem soo slecht gekleet, ende te voet, hebbe ick hem myn kleet ghegeven, ende mijn peert, omdat hy ter eerder in 't Paradijs soude wesen; waerover sijn goede vrauwe hem seer bedanckte voor de groote Liefde, die hy tot haer overleden man was draegende.
(Bron: Den seer vermaeckelijcken Kluchtvertelder, bestaende in aerdighe Vertellingen, geestighe Slaeghen, scherpsinnighe Antwoorden, stichtelijcke Onderwijsingen, vremde Potsen, etc. Meest in Vlaenderen en Brabandt voorghevallen. Door A.J.W.L. tot Ypre gedruckt. Men vindtse te koopen tot Antwerpen by Willem van Bloemen. Uit de 17e eeuw).

Onderwerp

AT 1540 - The Student from Paradise (Paris)    AT 1540 - The Student from Paradise (Paris)   

ATU 1540 - The Student from Paradise (Paris).    ATU 1540 - The Student from Paradise (Paris).   

Beschrijving

Een student die al zijn geld verkwist heeft en al zijn kleren verpand, reist, om geld en eten bedelende, naar huis. Een boerin vraagt hem waar hij vandaan komt en verstaat 'paradijs' als hij 'Parijs' zegt. Ze vraagt hem of hij haar eerste man daar gezien heeft. De student bevestigt dit en zegt dat de man moet bedelen en slecht gekleed gaat. Dan geeft de vrouw de student kleren en geld mee om aan de man te geven. Als de boer thuiskomt, gaat hij de student achterna om de spullen weer terug te krijgen. De student ziet de boer aankomen en gooit zijn jas en het pak in een droge sloot. Hij zegt tegen de boer dat hij de man met het pak over de sloot heeft zien vluchten, een bosje in. De boer trekt zijn jas uit en geeft die met het paard aan de student. Zodra de boer een eind weg is, pakt de student het pak, trekt de jas van de boer aan en gaat er op het paard vandoor. De boer ontdekt de list en gaat terug naar huis, waar hij zijn vrouw vertelt dat hij het paard en de jas aan de student gegeven heeft, opdat hij des te eerder in het paradijs zou wezen. De vrouw bedankt hem voor dit vertoon van liefde voor haar overleden man.

Bron

Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore. 4 (1891) p. 115

Motief

J2326 - The student from paradise.    J2326 - The student from paradise.   

K346.1 - Thief guards his pursuer‘s horse while the latter follows a false trail.    K346.1 - Thief guards his pursuer‘s horse while the latter follows a false trail.   

Commentaar

1891 (gedrukt in 17e eeuw)
Deze 17e-eeuwse versie is afkomstig uit: Den seer vermaeckelijcken Kluchtvertelder, bestaende in aerdighe Vertellingen, geestighe Slaeghen, scherpsinnighe Antwoorden, stichtelijcke Onderwijsingen, vremde Potsen, etc. Meest in Vlaenderen en Brabandt voorghevallen. Door A.J.W.L. tot Ypre gedruckt. Men vindtse te koopen tot Antwerpen by Willem van Bloemen.
The Student from Paradise (Paris)

Naam Overig in Tekst

Jacques    Jacques   

Naam Locatie in Tekst

Parys [Parijs]    Parys [Parijs]   

Picardien    Picardien   

Paradijs    Paradijs   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20