Hoofdtekst
Er gebeurden rare dingen daar in dat huis op de Haarlemmerdijk. In het holst van de nacht werd er met het meubilair gesmeten, alles ging ondersteboven; er werd geld vermist, potten, pannen, serviesgoed, kleren en schoenen lagen kris kras in het rond. De wildste verhalen gingen van mond tot mond en de hele buurt griezelde lekker.
'Daar moet toch wat aan gedaan worden,' zeiden de buren. 'Vandaag of morgen krijgen wij misschien ook die troep in huis!' Wat te doen? 'De schout moet er maar worden bijgehaald,' meende men. Dat gebeurde. De schout kwam eens kijken, schudde bedenkelijk zijn hoofd en zegde toe dat hij maatregelen zou nemen. Inderdaad gaf hij enige van zijn rakkers opdracht om een oogje in het zeil te houden en zo mogelijk een eind te maken aan de vertoning. De dienders voelden er wel niet zo veel voor om zich met spokerij te bemoeien, maar konden er toch niet goed onderuit en zo verstopten zich een paar van die mannen 's nachts in het huis, waar ze zich echt niet op hun gemak voelden.
Om een uur of één hoorden ze gerommel en ging de vrolijke keuken in werking. Angstig gluurden ze uit hun schuilplaatsen en zagen dat het nog maar zestienjarige dienstmeisje Trijntje haar zonderlinge hobby aan het beoefenen was. Het kind werd gegrepen en voorlopig opgeborgen. Toen ze verhoord werd kwam er uit, dat ze het echtpaar waar ze bij diende niet erg leuk gevonden had en ze daarom die spokerij op touw had gezet. Ook was ze nogal krap bij kas zodat een beetje aanvulling van haar inkomsten wel nodig was. Dat ging dan in één moeite door! Het gerecht kon niet veel begrip opbrengen voor de motieven van Trijntje maar was toch, zeker naar de maatstaven van die tijd (1680), vrij mild bij het bepalen van de op te leggen straf. Immers veertien dagen opsluiting in het Spinhuis onder het genot van water en brood en nadien een rondleiding in gezelschap van twee dienders over de Dam, gold in die dagen als een zeer licht vonnis.
'Daar moet toch wat aan gedaan worden,' zeiden de buren. 'Vandaag of morgen krijgen wij misschien ook die troep in huis!' Wat te doen? 'De schout moet er maar worden bijgehaald,' meende men. Dat gebeurde. De schout kwam eens kijken, schudde bedenkelijk zijn hoofd en zegde toe dat hij maatregelen zou nemen. Inderdaad gaf hij enige van zijn rakkers opdracht om een oogje in het zeil te houden en zo mogelijk een eind te maken aan de vertoning. De dienders voelden er wel niet zo veel voor om zich met spokerij te bemoeien, maar konden er toch niet goed onderuit en zo verstopten zich een paar van die mannen 's nachts in het huis, waar ze zich echt niet op hun gemak voelden.
Om een uur of één hoorden ze gerommel en ging de vrolijke keuken in werking. Angstig gluurden ze uit hun schuilplaatsen en zagen dat het nog maar zestienjarige dienstmeisje Trijntje haar zonderlinge hobby aan het beoefenen was. Het kind werd gegrepen en voorlopig opgeborgen. Toen ze verhoord werd kwam er uit, dat ze het echtpaar waar ze bij diende niet erg leuk gevonden had en ze daarom die spokerij op touw had gezet. Ook was ze nogal krap bij kas zodat een beetje aanvulling van haar inkomsten wel nodig was. Dat ging dan in één moeite door! Het gerecht kon niet veel begrip opbrengen voor de motieven van Trijntje maar was toch, zeker naar de maatstaven van die tijd (1680), vrij mild bij het bepalen van de op te leggen straf. Immers veertien dagen opsluiting in het Spinhuis onder het genot van water en brood en nadien een rondleiding in gezelschap van twee dienders over de Dam, gold in die dagen als een zeer licht vonnis.
Onderwerp
SINSAG 0475 - Spuk in Gestalt einer lebendigen Person.
  
Beschrijving
In een huis aan de Haarlemmerdijk spookt het. Als de schout collega's inschakelt om te gaan kijken wat er aan de hand is, komen ze erachter dat het dienstmeisje zich voordoet als spook om de bewoners bang te maken en geld te stelen.
Bron
Koord, Ch.: Oude Amsterdamse Volksverhalen. Heerlen 1981. p. 95-96
Naam Overig in Tekst
Trijntje   
Naam Locatie in Tekst
Haarlemmerdijk   
Spinhuis   
