Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DIVTX034 - Het verschot

Een personal narrative (manuscript), dinsdag 12 november 1996

Hoofdtekst

Mijn grootvader was een kleine tuinder, had een paar koetjes en bebouwde wat pachtland. 's Winters kapte hij grienden (in stukwerk) en nam dan voor de hand- en spandiensten één of meer van zijn zeven jonge zonen mee. Héél jonge soms. Zo is b.v. mijn vader op 26 februari 1902 elf jaar geworden bij het griendkappen op De Springer, een polder in de Hollandse Biesbosch. Van een oom hoorde ik het volgende verhaal. 't Zal zo omstreeks 1905 geweest zijn en hij was, denk ik plm. 13 jaar. Mijn grootvader zou met hem een griend gaan hakken aan "de Krab", officieel het Krabbengors aan de Dordtse Kil. Gebruikelijk was dat de griendbaas voor het vervoer een roeiaak ter beschikking stelde, waarmee men dan zelf naar de betreffende griend moest roeien. Meestal was dat in de Brabantse Biesbosch. Bij de eerste reis naar een griend nam men "kist en bult" mede. De kist fungeerde als stoel en tafel, provisie- en kleerkast (voor een stel schoon ondergoed als men al te bezweet was of "doorgeregend"). De bult was een grote zak die het verenbed en de dekens bevatte. De kisten werden in de aanwezige griendkeet langs de wanden geplaatst en de bulten gingen via een ladder naar de zolder. Niet zelden deelden zij die ruimte met de ratten. In het midden van de keet werd op de grond een vuur gestookt waarop men het meegebrachte eten kookte of opwarmde. Aardappelen en enkele wintergroenten en een pannetje met spek. Later gaven de vrouwen jampotjes met voorgekookte groenten mee. Brood voor heel de week werd 's maandagsmorgens vroeg bij de bakker opgehaald. Aan 't eind van de week was dit uiteraard nauwelijks nog te eten. Broodveredelingsproducten waren nog niet bekend. Dit keer moesten mijn grootvader en oom dus buiten de Brabantse Biesbosch gaan hakken. Dus werd op een vroege maandagmorgen via de Nieuwe Merwede en de Dordtse Kil, zoveel mogelijk gebruikmakend van de ebstroom, naar de Krab geroeid. Maar met zorg werd al naar de lucht gekeken en vanwege de sterker wordende tegenwind ging het roeien zwaar. Veel later dan verwacht werd de keet op de Krab bereikt. De ankeraak (de officiële naam omdat er de ankers van de zinkstukken mee werden uitgebracht op de waterwerken) werd vastgelegd en het vuur in de keet ontstoken. Eerst wat eten en een kop (zwarte) koffie! Intussen was het al harder gaan waaien. Tenslotte gierde een zuidwesterstorm om de keet en steeg het water ver boven hoogwaterpeil. Toen ze zich buiten waagden om poolshoogte te nemen stond het water al dicht bij de keet. Met hun vetleren laarzen waadden ze voorzichtig in de richting van de ankeraak. Niet te ver om niet in de kreek te verdwijnen. Tot hun ontzetting zagen ze dat de ankeraak met de achtersteven onder een van de wal overhangende tak was gevloeid, daardoor niet met het aldoor wassende water mee omhoog kon, vol water liep en zonk! Daar zaten ze! Op de Krab, zonder een mogelijkheid om weg te komen! Tot overmaat van ramp kwam het water ook de keet binnen en al sissend doofde het vuur. In allerijl hadden mijn grootvader en oom hun kisten via de ladder naar de zolder gebracht om het eten en de kleren droog te houden. De hoop op weersverbetering bleek ijdel. Al dagenlang kon er niet warm gegeten worden en het brood raakte op. Vanwege de aanhoudende zuidwesterstorm was de waterstand bij eb nauwelijks lager. Het kwam wel meer voor dat de griend wegens slecht onderhouden kaden bij "hoogtij" onderliep maar als hij bij eb weer leegliep werd alsnog gekapt, desnoods 's nachts bij maanlicht, en het gekapte hout naar een intact gedeelte van de kade gedragen en daar "uitgesnoeid". Maar ook dat was nu dus niet mogelijk. Gekapt van de struiken werd met de rijshaak en uitgesnoeid met het snoeimes, op zich ook nog een zwaar soort kapmes. Dan werden de soorten gemaakt: Hollandse en Gelderse rijs voor de waterwerken (zinkstukken), palen (idem), stelen (voor allerlei handgereedschap), slieten (voor de boeren), tonhout (voor de kuiperijen na bewerking in de hoepelmakerijen), boonstaken en als de griend 4- of 5-jarig gewas had: bleeslatten. Deze werden b.v. "in de voet" van waterlopen of kanalen zigzag tussen perkoenpalen gebreid. Ze stonden allemaal in het opschrijfboekje van mijn grootvader. Hij keek er wat mismoedig naar. Want er kwamen deze week geen aantallen achter. En dus geen vermenigvuldigingen met de verschillende tarieven per bos en per soort en ook geen enkele verdienste. Eindelijk, op het einde van de week, klaarde het weer op. Op een gegeven moment zag mijn grootvader enige mensen van een toenmalige visserij-maatschapij met een bootje op de Dordtse Kil varen. Hij wist ze te beroepen en ja hoor, ze begrepen het en kwamen eraan om ze uit hun isolement te verlossen. Ze zetten de onfortuinlijke griendhakkers over naar Dordrecht en kregen daarvoor van mijn grootvader een rijksdaalder. Voor die tijd een heel bedrag! In Dordt namen ze de trein naar Boven-Hardinxveld en vandaar het veerpontje naar Werkendam. Mijn grootvader meldde zich bij de griendbaas met de mededeling: "Verdiend hebben we helaas niets maar om thuis te kunnen komen heb ik wat "Verschot" (voorgeschoten reiskosten). Maar het antwoord van de griendbaas was: "Maar dat is voor je eigen rekening". Overmacht gold blijkbaar niet. Geen leuk thuiskomen als je een vrouw en elf kinderen te eten moet geven!

Beschrijving

De grootvader en oom van de verteller gaan een griend hakken. Hiervoor moeten ze eerst met een roeiaak van de griendbaas naar de griend roeien. Daar aangekomen verblijft men in een griendkeet. Een zuidwesterstorm veroorzaakt een overstroming. De roeiaak komt onder een overhangende tak te zitten, loopt vol met water en zinkt, waardoor men niet meer weg kan komen. Men zit ongeveer een week vast. Dan zakt het water en men wordt door en langskomende boot opgepikt. De bemanning krijgt een rijksdaalder. Er worden meer reiskosten gemaakt omdat men verder moet reizen met de trein en de veerpont. Bij de griendbaas aangekomen deelt de grootvader mee dat ze niets hebben verdiend, maar dat hij wel reiskosten heeft moeten maken. De griendbaas zegt dan, dat ze voor zijn eigen rekening zijn.

Bron

geschreven verhaal (archief Meertens Instituut)

Commentaar

12 november 1996

Naam Overig in Tekst

B. Visser    B. Visser   

De Springer    De Springer   

de Krab    de Krab   

het Krabbengors    het Krabbengors   

de Dordtse Kil    de Dordtse Kil   

de Nieuwe Merwede    de Nieuwe Merwede   

Naam Locatie in Tekst

de Hollandse Biesbosch    de Hollandse Biesbosch   

de Brabantse Biesbosch    de Brabantse Biesbosch   

Dordt    Dordt   

Dordrecht    Dordrecht   

Boven-Hardinxveld    Boven-Hardinxveld   

Werkendam    Werkendam   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21