Hoofdtekst
DITS VANDEN TANDEN
Buten Bruesele soudic varen
Spelen op Morele mijn paert.
Hen .ij. vandic die vroelijc waren
Neven tslots berghe inden wigaert.
5 Si speelden daer onder hem tween
Een spel dat wel vremde sceen.
Een bagaert dede ere baghine
Ene alte grote medicine,
Daer men af sprect in menech lant,
10 Want hi toech haer vte enen tant.
In wiste niet wat beesten het waren;
Der weert namic minen vaert.
Ene baghine sagic haer baren
Ende op hare enen bogaert.
15 Si lach stilder dan een steen
Ende hi wriemelde al in een,
Soe dat hi moede dochte in schine.
Hi gaf haer ene descipline.
Doen seide hi te mi: rijt wech te hant,
20 Ic trecke haer vte maer enen tant.
Ic sprac: God moet v bewaren,
Van mi en dorfdi niet sijn vervaert,
Om mi en dorfdi oec niet sparen,
Want ic ben v vrient Mergaert.
25 Ende emmer lach hi ende green
Ende sprac: al liggic hier tusschen haer been,
Ic hebbe al die meeste pine.
Hi ware wel vol van venine
Die aerch hadde in dit samblant:
30 Ic trecke haer vte maer enen tant.
Amen .xxx. verse
(De Middelnederlandse boerden. Voor het eerst verzameld uitgegeven door C. Kruyskamp. 's Gravenhage 1957, p.62-63)
Buten Bruesele soudic varen
Spelen op Morele mijn paert.
Hen .ij. vandic die vroelijc waren
Neven tslots berghe inden wigaert.
5 Si speelden daer onder hem tween
Een spel dat wel vremde sceen.
Een bagaert dede ere baghine
Ene alte grote medicine,
Daer men af sprect in menech lant,
10 Want hi toech haer vte enen tant.
In wiste niet wat beesten het waren;
Der weert namic minen vaert.
Ene baghine sagic haer baren
Ende op hare enen bogaert.
15 Si lach stilder dan een steen
Ende hi wriemelde al in een,
Soe dat hi moede dochte in schine.
Hi gaf haer ene descipline.
Doen seide hi te mi: rijt wech te hant,
20 Ic trecke haer vte maer enen tant.
Ic sprac: God moet v bewaren,
Van mi en dorfdi niet sijn vervaert,
Om mi en dorfdi oec niet sparen,
Want ic ben v vrient Mergaert.
25 Ende emmer lach hi ende green
Ende sprac: al liggic hier tusschen haer been,
Ic hebbe al die meeste pine.
Hi ware wel vol van venine
Die aerch hadde in dit samblant:
30 Ic trecke haer vte maer enen tant.
Amen .xxx. verse
(De Middelnederlandse boerden. Voor het eerst verzameld uitgegeven door C. Kruyskamp. 's Gravenhage 1957, p.62-63)
Beschrijving
De verteller komt in een wijngaard een vrijend paartje tegen, een begijn en een begard. De begard legt aan de verteller uit dat hij een tand trekt bij de begijn.
Bron
De Middelnederlandse boerden. Ed. C. Kruyskamp. 's Gravenhage 1957, p.62-63
Commentaar
14e eeuw
Zie ook: F. Lodder, `Een genre der boerden', in: Queeste 2 (1995) p. 54-71.
Naam Overig in Tekst
Bruesele   
Morele   
Mergaert   
Naam Locatie in Tekst
Brussel   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
