Hoofdtekst
Vroeger verdachte ze iemand, dat ie kon weerwolven. Een ouwe boer. Die ken weerwolven. De mensen, die daar 's avonds altijd passeerden, waren daar erg bang voor. Een was d'r zo bang, die nam een mes mee. Dat mes was met een dubbeltie geslepen. Als je een mes had met een dubbeltie geslepen was, daar kon de weerwolf vast en zeker niks tegen beginnen. Daar waren mensen zo bang voor, de weerwolf, een zwarte hond, klaar vuur, die ogen.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
SINSAG 0623 - Der geweihte Schuss   
SINSAG 0804 - Werwolf nimmt viele Gestalten an.   
Beschrijving
Vroeger verdachten ze een oude boer ervan, dat hij kon weerwolven. De mensen waren daar erg bang voor. Eentje was er zo bang dat een mes meenam, wat hij had geslepen met een dubbeltje.
Bron
Kooijman, Henk: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988. p. 247.
Motief
D113.1.1 - Werwolf.   
Commentaar
Het dubbeltje dat hier ter sprake komt, is waarschijnlijk een zilveren dubbeltje. Dit kan worden afgeleid uit andere verhalen over weerwolven. Zie Kooijman1640 en Kooijman1566.
