Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE157 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1970

525086_a realistic color photograph of Little Red Riding _xl-1024-v1-0.png

Hoofdtekst

Roodkapje
Er was eens een heel aardig meisje. Zij was een schat! Iedereen hield van haar. Haar grootmoeder was dol op het meisje. Zij gaf het lieve kind allerlei geschenken. Op een keer kreeg het meisje een schitterend mutsje van haar grootmoeder. Het was gemaakt van rood fluweel. “O, wat prachtig!" riep het meisje uit. “Ik, vind dat mutsje zo mooi, dat ik het altijd zal dragen!" Vanaf de dag dat zij het mutsje droeg, kreeg zij de bijnaam Roodkapje. Iedereen ging haar nu zo noemen. Zelfs haar moeder en haar grootmoeder.
Op een dag werd grootmoeder ziek. "Mag ik naar grootmoeder?" vroeg Roodkapje. "Wat wil je daar doen?" vroeg haar moeder. "Grootmoeder is immers ziek? Dan kan zij geen kleine meisjes gebruiken. Zij heeft vast geen zin om spelletjes met je te doen." "Maar ik zou grootmoeder wat lekkers kunnen gaan brengen," stelde Roodkapje voor. "Ja," antwoordde moeder peinzend, "nu grootmoeder ziek is, zal zij niet zo gemakkelijk de deur uit kunnen. Dan is het wel prettig, als jij haar wat komt brengen!" Moeder ging naar de keuken, deed de grote keukenkast open en keek er onderzoekend in. "Hier, deze koek," zei ze. Daarna greep haar hand een fles wijn. "En hier is nog iets versterkends," zei ze. "Dat heeft grootmoeder nodig!" Moeder pakte alles in een mandje. "Ga dit maar aan grootmoeder brengen, Roodkapje," zei moeder. "Ja, dat zal ik doen!"; "Onderweg niet blijven staan, Roodkapje!" "Nee, moeder!" "En ook niet rondslenteren!" "Nee, moeder!" "Flink doorlopen!" “Ja, moeder, ik zal hard lopen!" "O nee, Roodkapje." "Niet hard lopen?" "Nee, niet hard lopen! Dan breekt de fles wijn." "Goed, moeder." "Wees aardig voor grootmoeder en verbaas je niet als zij er een beetje vreemd uitziet. Zij is ziek en heeft misschien een doek om haar hoofd gedaan vanwege de kou." "Ik zal aardig voor grootmoeder zijn, moeder. En ik zal haar ook niet uitlachen als zij er een beetje gek uitziet." "Best, ga dan nu maar, Roodkapje!"
Roodkapje ging op weg. Het mandje hing aan haar arm. Vrolijk trippelde zij over het pad. Grootmoeder woonde ver weg in het bos. Het was wel een half uur lopen vanaf het dorp. Roodkapje liep vrolijk door het bos en lachte naar de vogeltjes. Plotseling kwam Roodkapje een wolf tegen. Roodkapje schrok helemaal niet. De wolf leek precies op een herdershond en Roodkapje was gek op dieren. De wolf was echter helemaal niet aardig. Deze wolf was een gemeen dier. Toch was Roodkapje niet bang voor de wolf, omdat zij niet wist dat hij zo gemeen was. "Dag, Roodkapje," sprak de wolf. "Dag, wolf," zei Roodkapje. "Waar ga je heen?" vroeg de wolf. "Ik ga naar mijn grootmoeder!" "Zo, zo! Wat heb je in je mandje?" "Koek en wijn. Ik heb ook nog andere dingen. En dat breng ik allemaal naar grootmoeder. Die heeft dat nodig, want zij is ziek." "Och, Roodkapje," sprak de wolf, "wat vind ik dat nou erg dat het goede mens ziek is." "Ja, dat is niet leuk." "Waar woont dat goede, zieke mens van een grootmoeder?" vroeg de wolf medelijdend. "Zij woont achterin het bos. Haar huis staat onder drie grote eiken. Je weet toch die notebomen wel te staan?" "Ja, die weet ik," sprak de wolf. "Nou, daar woont zij vlakbij." "Juist, juist," zei de wolf. Hij bekeek Roodkapje eens goed. Dat is een lekker mals hapje, dacht hij. Zo'n klein meisje zal vast en zeker heel wat lekkerder smaken dan een zieke, oude grootmoeder. Maar ja ... ik ben slim. Ik neem ze natuurlijk allebei te pakken. "Zeg," zei de wolf. "Heb je geen grootvader?" "Nee, die heb ik niet meer," antwoordde Roodkapje. "Jammer," zei de wolf. Jammer, dacht hij, anders had ik er drie. Roodkapje, de grootmoeder en de grootvader! De wolf liep een poosje met Roodkapje mee.
"Roodkapje," zei hij, "wat merk ik?" "Wat merk je?" vroeg Roodkapje. "Je let helemaal niet op de natuur!" "Nee, ik heb haast," zei Roodkapje. "Maar je hebt toch op school wel geleerd dat je goed op de natuur moet letten? Kijk eens naar die prachtige bloemen en die prachtige insekten!" "Dat zijn wespen," zei Roodkapje. "Dat vind ik geen leuke dieren. Wespen steken!" "Welnee, Roodkapje," zei de wolf, "dat zijn geen wespen, dat zijn lieve bijtjes die honing maken. Als je heel lief bent, geven ze je misschien wel honing mee voor je zieke grootmoeder. Ga het ze maar eens vragen. Je hebt nog best even de tijd. En misschien kun je ook nog wat bloemen plukken voor je grootmoeder. Dat staat zo gezellig!"
Roodkapje vond dat de wolf mooie ideeën had. De ideeën van de wolf waren zeker mooi, maar zijn gedachten waren lelijker. Roodkapje verliet het bospad en ging een praatje met de bijen maken. "Wij hebben nu geen tijd, Roodkapje," zoemden de bijen. "Wij moeten honing zuigen!" "Voor grootmoeder?" "Welnee, voor de bijenkast! Al die honing wordt verkocht. Dat is een heel bedrijf. Heus, wij hebben het erg druk. Stoor ons nou niet meer." "Ik wil wat bloemen plukken," zei Roodkapje. "Best,” zoemden de bijen, "als je dan maar daar in de verte gaat. Daar zit geen honing meer in, want daar zijn we al bezig geweest!" Roodkapje ging bloemen plukken.
Intussen liep de wolf door naar het huisje van grootmoeder. Hij kon het heel gemakkelijk vinden, want Roodkapje had hem goed uitgelegd waar hij het kon vinden. De wolf klopte aan de deur. "Wie is daar?”, klonk een oude, beverige stem. "Ik ben het, Roodkapje," riep de wolf met schorre stem. "Wat ben je schor," zei grootmoeder. "Dat klopt, ik heb op de tocht gestaan," zei de wolf. "Doe nou maar gauw open, want ik kom koek en wijn brengen." "Druk maar op de deurknop," riep grootmoeder, "dan gaat de deur vanzelf open. Ik ben te ziek om op te staan." De wolf drukte de knop omlaag. De deur ging open. Zonder een woord te zeggen, rende de wolf naar het bed waar de zieke grootmoeder in lag en at de arme vrouw op. Daarna trok hij haar nachtjapon aan en zette ook haar nachtmuts op. Zo ging hij in het bed van grootmoeder liggen.
Toen Roodkapje genoeg bloemen had geplukt, dacht zij pas weer aan grootmoeder. "Ik moet nu opschieten," mompelde zij. Roodkapje was heel verbaasd dat de deur van grootmoeders huisje openstond. zij ging de kamer binnen. Daar lag grootmoeder in bed. Roodkapje werd heel bang. Wat zag grootmoeder er griezelig uit! Toen herinnerde Roodkapje zich wat haar moeder haar had gezegd. Grootmoeder was ziek en kon er dus wel wat vreemd uitzien. Nou, grootmoeder zag er vreemd uit! Roodkapje kon haar verwondering niet onderdrukken.
"Maar grootmoeder," zei Roodkapje, "wat hebt u een grote oren!"
"Dat is om je beter te kunnen horen, lieve schat," zei de wolf.
"Maar grootmoeder," zei Roodkapje, "wat hebt u een grote ogen!"
"Dat is om je beter te kunnen zien, lieve schat," zei de wolf.
"Maar grootmoeder," zei Roodkapje, "wat hebt u een grote handen!"
"Dat is om je beter te kunnen vasthouden, lieve schat," zei de wolf.
"Maar grootmoeder," zei Roodkapje, "wat hebt u een grote tanden.'
"Dat is om je beter te kunnen opeten, lieve schat!" riep de wolf.
En nu sprong hij in het nachtgoed van grootmoeder het bed uit. Hij at nu ook Roodkapje op. Arme, kleine Roodkapje. Daarna ging hij weer in bed liggen en begon luid te snurken.
Op dat ogenblik kwam er een jager langs het huis van grootmoeder. "Wat snurkt die oude vrouw vreemd," mompelde de jager. "Ik ga binnen eens kijken wat er aan de hand is. Misschien hangt die oude vrouw wel met haar hoofd uit het bed en dat is niet gezond." De jager ging het huis binnen. Hij liep naar het bed. Wat zag hij daar? Daar in het bed lag niet grootmoeder! Daar in dat bed lag een dikke wolf te slapen. "Zo, gemene schurk!" riep de jager uit. "Lig jij hier! Ik zoek al dagen naar je!" De jager nam zijn geweer en wilde op de wolf schieten. Toen bedacht de jager zich. "Misschien heeft die wolf grootmoeder wel opgegeten," mompelde hij. "Dan kan ik beter niet schieten. Misschien is de goede vrouw nog te redden." Toen nam de jager zijn mes en sneed de buik van de slapende wolf open. Direct kwam er een rood mutsje te voorschijn. De jager sneed opgewonden verder. En daar kwam Roodkapje uit de buik van de wolf springen. “O, wat was ik bang in die donkere buik van de wolf!" riep Roodkapje uit. "Ik stikte bijna.” Nu kwam ook grootmoeder te voorschijn. "Wat ben ik geschrokken," riep zij.
"Roodkapje," zei de jager, "ga jij gauw eens buiten wat grote stenen halen. Die stop ik in de wolf!" Roodkapje haalde de stenen. De jager stopte ze in de buik van de wolf en naaide deze toen dicht. De wolf werd wakker, zag de jager en wilde weglopen. De stenen hielden hem echter tegen en hij viel dood neer. Grootmoeder was erg blij met het mandje van Roodkapje. En Roodkapje was blij dat alles zo goed was afgelopen. Wel nam zij zich voor, voortaan beter naar haar moeder te luisteren. Want ... als zij beter had geluisterd, was al dat ergs niet gebeurd!
Roodkapjes moeder was al ongerust geworden en kwam even later in grootmoeders huis aan. Eerlijk vertelde Roodkapje haar wat er was gebeurd. Aan wie kun je beter vertellen wat er gebeurd is dan aan je eigen moeder?

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Als Roodkapje naar grootmoeder mag om wat lekkers te brengen, belooft ze moeder om onderweg niet te treuzelen. In het bos komt ze de wolf tegen, en vertelt hem wat ze gaat doen en waar grootmoeder woont. Ze laat zich door de wolf verleiden bloemen te plukken, waarbij ze steeds verder in het bos afdwaalt. De wolf gaat naar grootmoeders huis, klopt aan, doet Roodkapje na, gaat naar binnen, eet grootmoeder op, trekt haar nachtjaon aan en gaat in bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de grote ogen, oren en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De wolf snurkt in zijn slaap zo hard dat een jager gaat kijken, de wolf wil doodschieten, bedenkt dat de wolf grootmoeder kan hebben opgegeten, en met zijn mes de buik van de wolf opensnijdt, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Ze vullen de buik van de wolf met stenen, die, nadat hij wakker is geworden, wil weglopen, maar hij valt dood neer door de zware stenen. Roodkapje neemt zich voor altijd gehoorzaam te zijn.

Bron

Pieter Grashoff. Roodkapje; Doornroosje; Vrouw Holle; Aladdin en de wonderlamp; Tafeltje-dek-je !; Hans en Grietje; De wolf en de zeven geitjes; Repelsteeltje: acht sprookjes. Alkmaar: Kluitman, [ca. 1970]
KB: KW BJ 02934

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

B200 - Animals with human traits.    B200 - Animals with human traits.   

F913 - Victims rescued from swallower‘s belly.    F913 - Victims rescued from swallower‘s belly.   

Commentaar

Ills Pax Steen

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-03-13