Hoofdtekst
Roodkapje
In dit mooie huisje woont Roodkapje. Ze is een lief en behulpzaam meisje en een vriend van iedereen die het bos woont, van alle dieren en ...
Wat een slaapkop! Haar moeder heeft al een paar keer geroepen, maar ze is nog steeds niet wakker. Ze droomt erg spannende avonturen.
Maar spoedig bemerkt ze toch dat dromen bedrog zijn, en staat op. Ze kijkt naar buiten, wat 'n zon. Hallo, zegt de eekhoorn vrolijk.
Dan, na alle dieren begroet te hebben, kleedt ze zich aan. Dit is een prachtige muts, gekregen van oma. Die zal zij vandaag opzetten.
Wat een heerlijke chocolade, zegt ze. Ze moet wat meer eten dan gewoonlijk, want moeder vertelde gisteren al dat ze vandaag naar grootmoeder moet.
En het huisje van haar grootmoeder ligt ver weg in het donkere bos en dan moet ze voldoende kracht hebben. Moeder bakt intussen een mooie taart.
Grootmoeder is ziek en kan niet koken. Daarom maakt de moeder van Roodkapje zo'n heerlijke taart voor haar klaar. Dat zal haar vast en zeker wel smaken.
Wat een prachtige taart! roept zij uit. Moeder glimlacht en maakt de mand gereed. Daar moet ze de taart in dragen. Gelukkig is ie groot genoeg daarvoor.
Moeder bedekt de taart met een doek en geeft de mand dan aan Roodkapje. Je weet dat oma op je komst rekent, dus rechtdoor en geen omwegen maken.
Ja mam, maak je geen zorgen. Ik ken de weg uit mijn hoofd. Tot straks! En met deze woorden gaat Roodkapje op weg naar haar zieke grootmoeder.
Maar ze gaat eerst nog even naar de kippenren, vlakbij het huis. Ze wil haar vriendinnen nog even begroeten. Hallo! zegt ze. Mooi weertje, niet?
Hetzelfde doet ze met de vogeltjes ... Weet je, ik ga naar mijn grootmoeder, die ziek is. De vogel piept meelevend en zegt: - Wens haar een snel herstel!
Tenslotte ontmoet ze nog een konijn, een héél aardig beest, dat ze altijd snoepjes geeft. Oh, zegt ze, nu heb ik toch niks voor je mee kunnen nemen.
Vlak daarbij, leest de Wolf de krant, héél aandachtig. - Geen interessante berichten vandaag. Alles wordt alleen maar duurder, vooral dat malse vlees!
Een melodietje bereikt zijn oren. Het is Roodkapje, die een liedje zingt. Hij gooit de krant opzij, - Gratis ontbijt, gromt ie tevree.
Hij springt naar voren met z'n fluit en tovert een prachtige melodie uit het instrument. Roodkapje, verbaasd, blijft vol aandacht staan luisteren.
- U kunt prachtig fluiten, Meneer Wolf. Dat doet me veel genoegen, lief meisje. Maar weet je dat ik me eigenlijk verveel? Zullen we een leuk spelletje bedenken?
Roodkapje glimlacht breed. Daar houdt ze van, spelletjes! De wolf zegt dan verder: - Ik neem die weg naar grootmoeders huis en wie er het eerste aankomt, is winnaar.
En de wolf gaat dan vlug op pad ... maar niet in de richting van oma's huisje. Oh jee, wat is hij van plan? Waarheen gaat de lelijke bedrieger?
Intussen wandelt Roodkapje rustig. Ze bekijkt de mooie bloemen en de prachtige bosvogels. Een fijne dag! En ze maakt helemaal geen haast.
Dan speelt ze wat met kleine vogels, dan plukt ze een bosje bloemen voor haar grootmoeder ... Het arme meisje vermoedt nog niets van het gevaar.
Intussen bereikt de Wolf, die hard gerend heeft, zijn eigen huis. Hij heeft een plan en om dat te kunnen volvoeren, moet hij op zijn zolder rondneuzen.
Want op zijn zolder staat een kist en in die kist zit een rode muts, precies zo één als het meisje haar hoofd heeft. Hij lacht tevree!
Hij zet hem op zijn kop en rent heen. Ik moet er eerder dan Roodkapje zijn. Ze zal nog wel ergens rondhangen en aan het zingen zijn, die malle meid!
Ik zal die oma even laten schrikken! Maar ik moet ook mijn maag verzorgen, dus zal ik een list moeten gebruiken. Maar dat soort werk is mij vertrouwd.
En vol vertrouwen rende de wolf verder tot hij bij grootmoeders huisje kwam. Alles was er nog heel stil. Het meisje is er kennelijk nog niet, zei de wolf.
Grootmoeder, die zich deze morgen beter voelde, zag in haar schommelstoel een spannend avonturenboek te lezen. Wat een lelijke schurk, zei zij.
Maar plotseling hoorde zij aan de deur een lieve bekende stem die zei: - Lieve grootmoeder! Het was de slechte wolf, die Roodkapjes stem goed nabootste.
De stem was die van Roodkapje. Nu nog even door het raam kijken. Inderdaad de rode muts, dus vlug de deur geopend. De wolf! roept ze.
Zonder een ogenblik te verliezen of om haar stramme botten te denken, verbergt ze zich in een inmaakpot. - Had ik mijn boek maar meegenomen.
De wolf is tevreden met de gang van zaken. Hij inspecteert zorgvuldig het hele huis. Als hij een nachthemd ziet, keurig op een houtje, lacht hij geheimzinnig. Ha! Ha!
Hij trekt het aan en vermomt zich zo als grootmoeder. Hij bekijkt zichzelf in een spiegel en zegt: - Uitstekend! Het verstrooide kind zal niets merken.
Op dat moment komt Roodkapje aan, bij zich een bos bloemen, geplukt in het bos. Ze springt vrolijk bij het idee haar grootmoedertje weer eens te zien.
Grootmoeder! Open de deur! Ik ben het! Roodkapje! Ik heb een heerlijke taart meegenomen, gebakken door moeder. Er zitten kersen, noten en rozijnen door.
Bij deze uitgebreide omschrijving van de overheerlijke taart, valt de wolf bijna uit zijn rol. Hij houd zich in en zegt: - Kom binnen, meisje, toe maar.
Ze rent naar binnen en roept blij: Hallo Oma! Hier is je Roodkapje met veel lekkers. De wolf heeft de lakens helemaal tot zijn kin getrokken. Tja.
Maar het meisje is niet van gisteren en bij het zien van de voeten zegt ze: Grootmoeder wat heb je grote voeten! Je bed is bijna niet groot genoeg!
En oh, grootmoeder, wat een enorme tanden heb je! De wolf wordt nu wel zenuwachtig en zegt: - Meisje, je moet niet zoveel en zo druk praten, want ik ben erg ziek.
Roodkapje laat haar gedachten gaan ... Bovendien, denkt ze, heeft ze snorharen en die hebben grootmoeders meestal niet. Wolven daarentegen altijd wel.
Ik zal die schurk een lesje geven. Hij zal zich deze taart lang geheugen! En ze pakte zonder zich te bedenken een grote fles met vieze wonderolie.
Na de wonderolie in een mooi flesje gedaan te hebben, bracht Roodkapje de taart met de fles naar binnen en gelijk een engeltje bediende ze de wolf.
Maar laat ik eerst een slokje drinken om de eetlust op te wekken. Aggg! Glub! De arme wolf stikt bijna in het drankje dat hij met grote slokken wilde drinken.
Poef! Wat een ellende! Ik ga dood! De wolf klaagt dat het een lust is. Roodkapje staat heel sereen toe kijken hoe de wolf kokhalst. Boeh!
Water! Een koninkrijk voor water! Ik moet die ellendige smaak kwijt! Ik geloof dat ik ondanks de honger een week niet zal eten, brult hij.
Als de wolf wat tot zichzelf is gekomen, schreeuwt hij woedend: Jij bent de schuld van alles! Dit zal ik je betaald zetten!
Oh! zei Roodkapje. Nu moet ik me snel verstoppen. Maar waar? Dit ondier zit me op de hielen en is sneller dan kleine meisjes. Ja, ja.
Gelukkig komt een ongeluk zelden alleen en de wolf verstapte zich en maakte een reuzensmakkert. Zo kon Roodkapje veilig ontsnappen.
Met grote vaart rent Roodkapje door het bos. - Dit is de enige manier om de boze wolf te ontlopen. Grootmoeder zal wel veilig in d'r huisje blijven.
Ha, meneer de Jager! roept zij uit, als ze haar vriend ziet. Ik heb Uw hulp nodig! Wat heb ik nu aan mijn kar hangen, denkt de jager verward.
- Oh, ben jij het Roodkapje! Wat moet ik doen? - Mijn grootmoeder van de wolf redden! - Dat treft goed. Ik zit juist achter één aan, een bekende kippendief!
- Jij bent juist degene die ik zoek! De wolf, als iedere boef, is erg laf en geeft zich zonder slag of stoot aan het gezag over. Hij trilt als een riet.
Dat is een succes, een levende wolf. De dierentuin heeft er juist om gevraagd. Ik zal hem in een kooi stoppen en meteen naar de stad sturen. Da's mooi werk!
Als de wolf achter de tralies zit, zegt de jager: - Mooi vriend, jouw streken zijn nu voorbij. Van nu af kan iedereen je komen bekijken.
De wolf vroeg: - Krijg ik daar te eten? Daar is het een paradijs. Alléén eten en slapen. En de wolf een luiaard, is daar tevreden mee.
Hij bood zelfs zijn excuses aan, aan Roodkapje en d'r grootmoeder. Dan ging hij blijmoedig mee met de jager. Lekker eten zonder zorg.
De schrik is voorbij en Roodkapje rent om haar grootmoeder te bevrijden. Nog een bof dat ik mijn boek kan uitlezen, zegt die. Het is zo spannend!
Maar eerst gaan ze de overwinning op de wolf vieren. Ze beginnen met de bekende taart en drinken er champagne bij. Wel wordt de wonderolie zorgvuldig verwijderd.
In dit mooie huisje woont Roodkapje. Ze is een lief en behulpzaam meisje en een vriend van iedereen die het bos woont, van alle dieren en ...
Wat een slaapkop! Haar moeder heeft al een paar keer geroepen, maar ze is nog steeds niet wakker. Ze droomt erg spannende avonturen.
Maar spoedig bemerkt ze toch dat dromen bedrog zijn, en staat op. Ze kijkt naar buiten, wat 'n zon. Hallo, zegt de eekhoorn vrolijk.
Dan, na alle dieren begroet te hebben, kleedt ze zich aan. Dit is een prachtige muts, gekregen van oma. Die zal zij vandaag opzetten.
Wat een heerlijke chocolade, zegt ze. Ze moet wat meer eten dan gewoonlijk, want moeder vertelde gisteren al dat ze vandaag naar grootmoeder moet.
En het huisje van haar grootmoeder ligt ver weg in het donkere bos en dan moet ze voldoende kracht hebben. Moeder bakt intussen een mooie taart.
Grootmoeder is ziek en kan niet koken. Daarom maakt de moeder van Roodkapje zo'n heerlijke taart voor haar klaar. Dat zal haar vast en zeker wel smaken.
Wat een prachtige taart! roept zij uit. Moeder glimlacht en maakt de mand gereed. Daar moet ze de taart in dragen. Gelukkig is ie groot genoeg daarvoor.
Moeder bedekt de taart met een doek en geeft de mand dan aan Roodkapje. Je weet dat oma op je komst rekent, dus rechtdoor en geen omwegen maken.
Ja mam, maak je geen zorgen. Ik ken de weg uit mijn hoofd. Tot straks! En met deze woorden gaat Roodkapje op weg naar haar zieke grootmoeder.
Maar ze gaat eerst nog even naar de kippenren, vlakbij het huis. Ze wil haar vriendinnen nog even begroeten. Hallo! zegt ze. Mooi weertje, niet?
Hetzelfde doet ze met de vogeltjes ... Weet je, ik ga naar mijn grootmoeder, die ziek is. De vogel piept meelevend en zegt: - Wens haar een snel herstel!
Tenslotte ontmoet ze nog een konijn, een héél aardig beest, dat ze altijd snoepjes geeft. Oh, zegt ze, nu heb ik toch niks voor je mee kunnen nemen.
Vlak daarbij, leest de Wolf de krant, héél aandachtig. - Geen interessante berichten vandaag. Alles wordt alleen maar duurder, vooral dat malse vlees!
Een melodietje bereikt zijn oren. Het is Roodkapje, die een liedje zingt. Hij gooit de krant opzij, - Gratis ontbijt, gromt ie tevree.
Hij springt naar voren met z'n fluit en tovert een prachtige melodie uit het instrument. Roodkapje, verbaasd, blijft vol aandacht staan luisteren.
- U kunt prachtig fluiten, Meneer Wolf. Dat doet me veel genoegen, lief meisje. Maar weet je dat ik me eigenlijk verveel? Zullen we een leuk spelletje bedenken?
Roodkapje glimlacht breed. Daar houdt ze van, spelletjes! De wolf zegt dan verder: - Ik neem die weg naar grootmoeders huis en wie er het eerste aankomt, is winnaar.
En de wolf gaat dan vlug op pad ... maar niet in de richting van oma's huisje. Oh jee, wat is hij van plan? Waarheen gaat de lelijke bedrieger?
Intussen wandelt Roodkapje rustig. Ze bekijkt de mooie bloemen en de prachtige bosvogels. Een fijne dag! En ze maakt helemaal geen haast.
Dan speelt ze wat met kleine vogels, dan plukt ze een bosje bloemen voor haar grootmoeder ... Het arme meisje vermoedt nog niets van het gevaar.
Intussen bereikt de Wolf, die hard gerend heeft, zijn eigen huis. Hij heeft een plan en om dat te kunnen volvoeren, moet hij op zijn zolder rondneuzen.
Want op zijn zolder staat een kist en in die kist zit een rode muts, precies zo één als het meisje haar hoofd heeft. Hij lacht tevree!
Hij zet hem op zijn kop en rent heen. Ik moet er eerder dan Roodkapje zijn. Ze zal nog wel ergens rondhangen en aan het zingen zijn, die malle meid!
Ik zal die oma even laten schrikken! Maar ik moet ook mijn maag verzorgen, dus zal ik een list moeten gebruiken. Maar dat soort werk is mij vertrouwd.
En vol vertrouwen rende de wolf verder tot hij bij grootmoeders huisje kwam. Alles was er nog heel stil. Het meisje is er kennelijk nog niet, zei de wolf.
Grootmoeder, die zich deze morgen beter voelde, zag in haar schommelstoel een spannend avonturenboek te lezen. Wat een lelijke schurk, zei zij.
Maar plotseling hoorde zij aan de deur een lieve bekende stem die zei: - Lieve grootmoeder! Het was de slechte wolf, die Roodkapjes stem goed nabootste.
De stem was die van Roodkapje. Nu nog even door het raam kijken. Inderdaad de rode muts, dus vlug de deur geopend. De wolf! roept ze.
Zonder een ogenblik te verliezen of om haar stramme botten te denken, verbergt ze zich in een inmaakpot. - Had ik mijn boek maar meegenomen.
De wolf is tevreden met de gang van zaken. Hij inspecteert zorgvuldig het hele huis. Als hij een nachthemd ziet, keurig op een houtje, lacht hij geheimzinnig. Ha! Ha!
Hij trekt het aan en vermomt zich zo als grootmoeder. Hij bekijkt zichzelf in een spiegel en zegt: - Uitstekend! Het verstrooide kind zal niets merken.
Op dat moment komt Roodkapje aan, bij zich een bos bloemen, geplukt in het bos. Ze springt vrolijk bij het idee haar grootmoedertje weer eens te zien.
Grootmoeder! Open de deur! Ik ben het! Roodkapje! Ik heb een heerlijke taart meegenomen, gebakken door moeder. Er zitten kersen, noten en rozijnen door.
Bij deze uitgebreide omschrijving van de overheerlijke taart, valt de wolf bijna uit zijn rol. Hij houd zich in en zegt: - Kom binnen, meisje, toe maar.
Ze rent naar binnen en roept blij: Hallo Oma! Hier is je Roodkapje met veel lekkers. De wolf heeft de lakens helemaal tot zijn kin getrokken. Tja.
Maar het meisje is niet van gisteren en bij het zien van de voeten zegt ze: Grootmoeder wat heb je grote voeten! Je bed is bijna niet groot genoeg!
En oh, grootmoeder, wat een enorme tanden heb je! De wolf wordt nu wel zenuwachtig en zegt: - Meisje, je moet niet zoveel en zo druk praten, want ik ben erg ziek.
Roodkapje laat haar gedachten gaan ... Bovendien, denkt ze, heeft ze snorharen en die hebben grootmoeders meestal niet. Wolven daarentegen altijd wel.
Ik zal die schurk een lesje geven. Hij zal zich deze taart lang geheugen! En ze pakte zonder zich te bedenken een grote fles met vieze wonderolie.
Na de wonderolie in een mooi flesje gedaan te hebben, bracht Roodkapje de taart met de fles naar binnen en gelijk een engeltje bediende ze de wolf.
Maar laat ik eerst een slokje drinken om de eetlust op te wekken. Aggg! Glub! De arme wolf stikt bijna in het drankje dat hij met grote slokken wilde drinken.
Poef! Wat een ellende! Ik ga dood! De wolf klaagt dat het een lust is. Roodkapje staat heel sereen toe kijken hoe de wolf kokhalst. Boeh!
Water! Een koninkrijk voor water! Ik moet die ellendige smaak kwijt! Ik geloof dat ik ondanks de honger een week niet zal eten, brult hij.
Als de wolf wat tot zichzelf is gekomen, schreeuwt hij woedend: Jij bent de schuld van alles! Dit zal ik je betaald zetten!
Oh! zei Roodkapje. Nu moet ik me snel verstoppen. Maar waar? Dit ondier zit me op de hielen en is sneller dan kleine meisjes. Ja, ja.
Gelukkig komt een ongeluk zelden alleen en de wolf verstapte zich en maakte een reuzensmakkert. Zo kon Roodkapje veilig ontsnappen.
Met grote vaart rent Roodkapje door het bos. - Dit is de enige manier om de boze wolf te ontlopen. Grootmoeder zal wel veilig in d'r huisje blijven.
Ha, meneer de Jager! roept zij uit, als ze haar vriend ziet. Ik heb Uw hulp nodig! Wat heb ik nu aan mijn kar hangen, denkt de jager verward.
- Oh, ben jij het Roodkapje! Wat moet ik doen? - Mijn grootmoeder van de wolf redden! - Dat treft goed. Ik zit juist achter één aan, een bekende kippendief!
- Jij bent juist degene die ik zoek! De wolf, als iedere boef, is erg laf en geeft zich zonder slag of stoot aan het gezag over. Hij trilt als een riet.
Dat is een succes, een levende wolf. De dierentuin heeft er juist om gevraagd. Ik zal hem in een kooi stoppen en meteen naar de stad sturen. Da's mooi werk!
Als de wolf achter de tralies zit, zegt de jager: - Mooi vriend, jouw streken zijn nu voorbij. Van nu af kan iedereen je komen bekijken.
De wolf vroeg: - Krijg ik daar te eten? Daar is het een paradijs. Alléén eten en slapen. En de wolf een luiaard, is daar tevreden mee.
Hij bood zelfs zijn excuses aan, aan Roodkapje en d'r grootmoeder. Dan ging hij blijmoedig mee met de jager. Lekker eten zonder zorg.
De schrik is voorbij en Roodkapje rent om haar grootmoeder te bevrijden. Nog een bof dat ik mijn boek kan uitlezen, zegt die. Het is zo spannend!
Maar eerst gaan ze de overwinning op de wolf vieren. Ze beginnen met de bekende taart en drinken er champagne bij. Wel wordt de wonderolie zorgvuldig verwijderd.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Moeder waarschuw Roodkapje om zonder treuzelen naar grootmoeder te lopen. Nadat ze de wolf heeft ontmoet gaat ze bloemen plukken. Ondertussen zoekt de wolf thuis een rode muts op, gaat naar grootmoeders huis, zet de muts op, doet de stem van Roodkapje na, wordt binnengelaten, grootmoeder verstopt zich, de wolf trekt haar nachthemd aan, gaat in bed liggen. Roodkapje merkt op dat grootmoeder grote voeten en tanden heeft, de wolf wordt zenuwachtig, Roodkapje besluit dat het niet klopt en presenteert taart en een flesje waar ze wonderolie in heeft gedaan. Na het drinken van de wonderolie is de wolf razend, wil Roodkapje grijpen, maar hij valt, waardoor ze kan vluchten. Ze vraagt een jager mee te gaan, de wolf geeft zich over, wordt in een kooi gezet om naar een dierentuin te gaan en is tevreden dat hij voortaan eten genoeg krijgt. Roodkapje bevrijdt grootmoeder, daarna vieren ze de overwinning op de wolf.
Bron
Francisca Gallarda. Aladin en de wonderlamp ... en nog twee andere verhalen: Roodkapje, Ali-Baba en de veertig rovers. . [S.l.]: De Vrijbuiter, [1973]. Oorspr. uitg. [Barcelona]: Editorial Bruguera, 1973
KB: KW XKR 3603
Collectie Roodkapje/Karsdorp
KB: KW XKR 3603
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
B211.2.4 - Speaking wolf.   
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
Datum Invoer
2019-03-13
