Hoofdtekst
Op een dag zei haar moeder: 'Luister eens, Roodkapje, grootmoeder is ziek. Ze ligt heel alleen in haar huisje in het bos. Je moet haar wat brengen; een paar koeken en een fles wijn. Daar zal ze wel van opknappen. Ga nu maar gauw. En denk erom, ga niet van het pad af! Want als je dát doet kun je in het bos verdwalen!' 'Goed moeder!' zei Roodkapje. 'En vraag netjes: 'Hoe gaat het met u?' En niet overal aankomen, als je bij grootmoeder bent!' zei Roodkapjes moeder. Roodkapje beloofde het en ging op weg.
Grootmoeders huisje lag ver van het dorp. Het was wel een half uur lopen door een dicht bos. Het pad liep langs braamstruiken en tussen hoge donkere dennen. Roodkapje liep een poos flink door. Maar ineens zag ze iets. Wat liep daar tussen de bomen?... Het was een wolf! De wolf zag Roodkapje ook. Hij kwam naar het kleine meisje toe. Maar Roodkapje bleef staan. Ze holde niet weg, want ze wist niet hoe gevaarlijk een wolf kan zijn!
De wolf groette heel vriendelijk: 'Dag Roodkapje!' En toen vroeg hij: 'Waar ga je zo alleen naartoe?' 'Ik ga naar grootmoeder toe.' 'En wat heb je daar bij je?' 'Een paar koeken en een fles wijn. Die zijn voor grootmoeder, omdat ze ziek is. Daar zal ze wel beter van worden.' 'Zo... zo...' zei de wolf, 'en waar woont grootmoeder?' 'Niet meer zo héél ver lopen', zei Roodkapje, 'aldoor maar het pad af. Dan kom je vanzelf bij haar huisje. Het staat onder drie grote eiken en er is een notehaag vóór.'
De wolf liep een eindje met Roodkapje mee. Hij loerde opzij naar het kleine meisje. Mmmmm, wat een lekker hapje, dacht de wolf ... En die grootmoeder kan er óók wel bij! Maar de wolf zei: 'Wat heb je toch een haast, Roodkapje. Hoor je de vogels niet zingen? Zie je niet, hoe mooi de zon schijnt? Kijk toch eens naar de bloemen. Die staan hier overal!' Toen bleef Roodkapje staan. Ze keek eens rond. De zon scheen op het mos en op de blaadjes van de struiken. Nu zag ze ook de bloemen, tussen de bomen. En nog veel meer bloemen op een open plek in het bos. Ik kan nog wel even een paar bloemen plukken, dacht Roodkapje. Het is zó vroeg; ik heb er nog wel tijd voor. En wat zal grootmoeder blij zijn als ik een bos bloemen voor haar mee breng ... Toen ging Roodkapje van het pad af. Ze plukte de bloemen naast het pad en daarna de bloemen op de open plek. Elke keer zag ze, wat verder weg, bloemen die nóg mooier waren. Zo liep Roodkapje steeds dieper het bos in!
Maar de wolf rende zo vlug als hij kon naar het huisje onder de drie eiken. Daar klopte de wolf op de deur. Hij hoorde de stem van grootmoeder: 'Wie is daar?' 'Ik ben het ... Roodkapje!' riep de wolf. 'Ik breng u koeken en wijn. Doe open!' 'Ik ben ziek!' riep grootmoeder. 'Ik kan niet opstaan. Druk maar op de knop, dan gaat de deur wel open!'
De wolf deed wat de oude vrouw zei en de deur ging open. Meteen sprong de wolf naar binnen, recht naar het bed, waar grootmoeder in lag. Hij schrokte haar op met huid en haar! Toen deed de wolf haar kleren aan, hij zette haar muts op en zelfs haar bril. Daarna ging hij in het bed liggen. De gordijnen om het bed schoof de wolf dicht. Hij trok het dek op tot aan zijn neus en toen bleef hij stil liggen. De wolf wachtte op Roodkapje ...
Intussen plukte Roodkapje de ene bloem na de andere; witte en paarse en blauwe bloemen. Ze moést ze wel plukken!
Na een poos was de bos heel groot. Ze kon hem haast niet meer dragen! Toen dacht Roodkapje weer aan haar grootmoeder. Nu moest ze heus voortmaken. Ze was al véél te lang in het bos! Roodkapje ging terug naar het pad en liep vlug door tot ze bij grootmoeders huisje kwam. Daar bleef ze verbaasd staan, want de deur van het huisje stond wijd open! Roodkapje wachtte even, maar toen liep ze naar binnen. Ze keek om zich heen. Het was zo vreemd binnen; het was niet als anders ... Roodkapje ging altijd graag naar grootmoeder toe. Ze kwam vaak op bezoek, want het was altijd fijn in het huisje bij grootmoeder. Maar nú was er iets akeligs. Wat wás er toch? ...
'Goedemorgen!' riep Roodkapje. Maar er kwam geen antwoord. Roodkapje liep naar het bed en schoof het gordijn opzij. En toén schrok ze vreselijk, want grootmoeder zag er erg raar uit! 'O, grootmoeder', zei Roodkapje, 'Wat hebt u een grote oren!' 'Dat is om je beter te kunnen horen!' zei de wolf. 'Maar grootmoeder, wat hebt u een grote ogen!' 'Dat is om je beter te kunnen zien!' zei de wolf. 'Maar grootmoeder, wat hebt u een grote handen!' 'Dat is om je beter te kunnen pakken!' 'O, grootmoeder, wat hebt u een grote tanden!' 'Daarmee kan ik je opeten!' Toen de wolf dát zei, sprong hij uit bed en slokte Roodkapje met één hap naar binnen!
Nu had de wolf zijn zin; hij had geen honger meer en met zó'n volle maag wilde hij eens lekker gaan slapen! De wolf kroop weer in bed en sliep meteen in. Al gauw snurkte de wolf zó hard dat je het buiten kon horen!
Juist op dát uur liep de jager door het bos. Hij kwam langs het huisje onder de drie eiken. De jager hoorde iets. Hij bleef staan ... Nee maar, wie snurkte daar zo hard? Was dat de oude grootmoeder?! Dat is vreemd, dacht de jager. Laat ik maar eens gaan kijken, wat er aan de hand is. Hij liep het huisje in en daar vond hij de wolf in grootmoeders bed! 'zo, hiér ben je dus, lelijke boef!’ zei de jager. 'Ik loop al heel lang naar je te zoeken!'
De jager pakte zijn buks. Hij wilde de wolf dood schieten. Maar ineens dacht hij: Ik zie grootmoeder niet. Waar zou ze zijn? ... Misschien at de wolf haar wel op! Misschien kan ik haar nog redden. De jager legde zijn buks neer. Hij pakte een grote schaar en knipte daarmee vlug de buik van de wolf open, terwijl de wolf maar door sliep! Al gauw zag de jager een stukje van een rood mutsje. Hij knipte verder en daar was Roodkapje! Ze sprong naar buiten. 'O, wat was ik bang! Het was pik-donker in de buik van de wolf' zei Roodkapje. Nu kwam grootmoeder ook te voorschijn, levend en wel!
Roodkapje haalde gauw een paar grote stenen. Die stopte ze in de buik van de wolf. Nu werd de wolf wakker. Hij wilde vlug weg lopen maar dát ging niet. De stenen waren te zwaar en de boze wolf viel dood neer!
Het liep goed af voor Roodkapje, voor de grootmoeder en óók voor de jager. Hij stroopte de huid van de wolf en nam die mee naar huis. Grootmoeder at van de koek en ze dronk van de wijn. Daar knapte ze van op! Maar Roodkapje dacht: Ik ga nóóit meer van het pad af! Toen ging Roodkapje naar huis. Ze liep terug door het bos en kwam veilig thuis.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Bron
KB: 4162374
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
B211.2.4 - Speaking wolf.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
