Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE176

Een sprookje (boek), zaterdag 01 januari 2005

Hoofdtekst

Er was eens een klein meisje dat Roodkapje heette. Eigenlijk heette ze helemaal niet Roodkapje, maar iedereen noemde haar zo omdat ze altijd een rood mutsje droeg. Samen met haar moeder woonde Roodkapje aan de rand van het dorp.
Op een zekere dag zei haar moeder: 'Luister goed, Roodkapje. Grootmoeder is een beetje ziek. In dit mandje zitten verse koekjes, een doosje eitjes, lekkere vruchten en een flesje bessensap. Wil je het haar brengen? Beloof je op het bospad te blijven en onderweg nergens te stoppen?' 'Ja moeder, ik zal voorzichtig zijn en aan alles denken', beloofde Roodkapje. 'Ik zal direct naar grootmoeder gaan.' Ze pakte het mandje van de tafel, gaf moeder een dikke zoen en ging op pad. Toen ze aan de rand van het bos was, wuifde ze nog een keer naar moeder.
Grootmoeder woonde in een huisje bij de drie grote eiken. Dat was wel een half uur lopen buiten het dorp. Omdat het in het bos donker was, begon Roodkapje te zingen: Ik ga naar grootmoeder koekjes brengen, in het bos, in het bos. Ik ga naar grootmoeder koekjes brengen, in het bos.
Opeens zag ze onder een boom iemand staan. Het was een wolf! De wolf grijnsde haar toe en zei: 'Dag Roodkapje, wat kun jij mooi zingen. Maar waar ga jij naar toe?' Omdat de wolf zo vriendelijk was, was Roodkapje helemaal niet bang. 'Dag meneer Wolf,' zei ze, ‘ik breng koekjes naar mijn zieke grootmoeder. Ik moet nu snel verdergaan, want ik mag niet treuzelen van moeder. Nog een fijne dag, meneer Wolf, en tot ziens.' Toen zei de wolf: 'Och, ik bedenk me opeens dat ik dezelfde kant op moet.'
'Zal ik een eindje meelopen? Dat is toch veel gezelliger, nietwaar?' Dat vond Roodkapje ook en zo wandelden Roodkapje en de wolf dieper het bos in. Toen ze een eindje hadden gelopen, zei de wolf." 'Roodkapje, ik weet een plek waar je de lekkerste aardbeien kunt plukken.'
Roodkapje bleef staan. Ze had moeder toch beloofd onderweg nergens te stoppen? Toen sprak de wolf weer: 'Zo'n maaltje heerlijke aardbeitjes. Daar wordt grootmoeder vast weer beter van. Dat zou je toch heel fijn vinden?' Hij lachte vriendelijk en zei: 'Kom maar, het is hier vlakbij.' Roodkapje bedacht zich niet langer en volgde de wolf door de struiken. Even later kwamen ze bij een plek waar prachtige aardbeien groeiden. Opeens had de wolf haast. 'Eh, ik bedenk ineens dat ik op tijd thuis moet zijn voor het eten. Dagdag'. Voordat Roodkapje nog iets kon zeggen, was hij al tussen de bomen verdwenen.
De wolf rende, dwars door het bos, naar het huisje van grootmoeder.
Daar aangekomen klopte hij aan. 'Wie is daar?' vroeg Roodkapje's grootmoeder zwak. De wolf sprak met een hoog stemmetje: 'Dag grootmoeder, ik ben het, Roodkapje. Ik breng je een mandje met koekjes en een flesje bessensap...' ‘O, ben jij het, Roodkapje,' klonk de stem van grootmoeder. 'Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open.' De wolf trok aan het touwtje en gooide de deur open. Met een enorme sprong was hij bij het bed van grootmoeder. En voordat de oude vrouw om hulp kon roepen, at hij haar in één hap op. Toen zette de wolf de muts van grootmoeder op en kroop in haar bed. 'Zo', zei hij, 'nu moet ik wachten tot Roodkapje komt!'
Een tijdje later kwam Roodkapje bij het huisje. Ze was blij dat ze haar grootmoeder zou zien. Toen ze aan de deur klopte, klonk een krakende stem: 'Ben jij dat Roodkapje?' De wolf hoopte dat zijn stem net zo klonk als die van grootmoeder. 'Dag grootmoeder. Ja, ik ben het, Roodkapje. Ik breng koekjes en ik heb ook aardbeitjes voor je geplukt.' 'Kom maar snel binnen, lief kind', zei de wolf. 'Ik kan haast niet wachten tot je naast m'n bed staat.' Toen Roodkapje binnenkwam, dacht ze: 'Wat ziet grootmoeder er vreemd uit. Ze is vast erg ziek.'
Toen ze bij grootmoeders bed stond, zei Roodkapje: 'Maar grootmoeder, wat heb je grote oren!' 'Dan kan ik je beter horen, m'n kind', antwoordde de wolf vanonder de dekens. Roodkapje ging wat dichter bij het bed staan. 'Maar grootmoeder, wat heb je grote ogen!', zei ze. 'Ja, dan kan ik je beter zien, m'n kind!', grijnsde de wolf. Weer kwam Roodkapje een stapje dichterbij en keek nog eens goed. Opeens riep Roodkapje uit: 'Maar grootmoeder, wat heb je grote tanden!' 'Daar kan ik jou beter mee OPETEN!' gromde de wolf en hij sprong uit bed. Wat schrok die arme Roodkapje! Met één grote hap at de wolf haar op. Daarna aaide hij over zijn dikke buik. Hij smakte en veegde zijn bek af: 'Hmmm, dat was een lekker mals boutje.' Toen werd hij zo moe dat hij al snel in een hele diepe slaap viel.
Gelukkig liep er die dag een jager in het bos. Toen hij bij het huisje van grootmoeder kwam, zag hij dat de deur open stond. Hij hoorde een zwaar gesnurk. Dat is niet pluis, dacht de jager. Zachtjes liep hij naar het huisje. Door de deur keek hij naar binnen. Daar lag de boze wolf met een dikke buik te slapen. Hij snurkte luid. De jager schrok: 'Wat nu? Een wolf!' Daarna bedacht hij zich geen moment. Hij richtte zijn grote geweer op de wolf en schoot: PAF! De wolf viel uit bed op de grond en was morsdood. Even was het stil en toen hoorde de jager van binnenuit de dode wolf een klein stemmetje. 'Help! Help! Help ons dan toch!' Met zijn mes sneed de jager voorzichtig de dikke buik van de wolf open. Daar kwam Roodkapje tevoorschijn. Ze zei: 'Oh, wat was het donker daarbinnen.' Daarna klom ook grootmoeder naar buiten. 'Hè, hè, wat was dat benauwd daarbinnen', zei ze. 'Ik voel me nu een stuk beter.' Ze zette haar leesbrilletje weer op en lachte naar Roodkapje.
De jager bleef om samen met Roodkapje en oma de koekjes en de aardbeien op te eten. En het flesje bessensap dronken ze helemaal leeg. 'Jullie hoeven niet meer bang te zijn', zei de jager. 'De grote boze wolf is dood. Hij kan jullie geen kwaad meer doen.' Na de thee omarmde Roodkapje haar grootmoeder en beloofde gauw terug te komen.
Toen bracht de jager haar veilig door het donkere bos naar huis. En er was geen grote boze wolf meer die op de loer lag!
Roodkapje zong vrolijk:
Ik ga naar grootmoeder koekjes brengen, in het bos, in het bos.
Ik ga naar grootmoeder koekjes brengen, in het bos.
In het bos zijn de wilde dieren, in het bos, in het bos.
In het bos zijn de wilde dieren, in het bos.
Ik ben niet bang voor de wilde dieren, in het bos, in het bos.
Ik ben niet bang voor de wilde dieren, in het bos.
En zo kwam alles toch nog goed…
EINDE

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Roodkapje belooft op het pad te blijven en niet te treuzelen onderweg naar grootmoeder, maar ze maakt een praatje met de wolf, en vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf haalt haar over aardbeien te plukken. Ondertussen gaat hij naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, zet haar muts op en gaat in bed liggen. Roodkapje klopt aan, waarna de wolf de stem van grootmoeder nabootst, Roodkapje verbaast zich over de oren, ogen en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. Hij valt in slaap, een jager hoort gesnurk, gaat kijken, schiet de wolf dood, en snijdt als hij roepen hoort, de buik van de wolf open, en komen Roodkapje en grootmoeder tevoorschijn. De jager brengt Roodkapje thuis.

Bron

Eric van Oudenaarde. Roodkapje. Meppel: Hanzeboek, 2005. Sprookjesbieb 3
KB: 3010628
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

B211.4 - Speaking insects.    B211.4 - Speaking insects.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Ills Fred de Heij

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-03-18