Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ESOPET35

Een sprookje (), 13e eeuw

Hoofdtekst

Die hert quam metten wolf ghegaen
daer hi vele scaep sach staen
van ghenen scapen bat hi enen
710 dat hi hem terwe soude lenen
des boet hi hem den wolf te borghe
tscaep hadde van den wolue sorghe
te wedersegghene dese dinc
maer doe die wolf wech ginc
715 sprac tscaep aldus toten herte
ic kenne wel seit hi dijn herte
ten iersten dat die dach sal comen
van geldene die ghi hebt ghenomen
du loeps metten herten int wout
720 wien heischic dan mine scout
dijn borghe es valsch ende quaet
dune best oec niet sonder baraet
die vele beslaen ende luttel sorghen
soeken gherne valsche borghen
725 maer die es .i. vroet man
diere hem voren wachten can

Beschrijving

Een hert laat zich vergezellen door een wolf. Aan een schaap vraagt het hert tarwe te leen. Hij stelt de wolf als borg. Zolang de wolf er bij is, durft het schaap niet te weigeren. Wanneer de wolf echter is weggegaan, zegt het schaap tegen het hert dat hij zijn bedrog doorheeft en dat hij niets aan hem uitleent.

Bron

handschrift UB Leiden Ltk. 191 (95r-103v)

Commentaar

13e eeuw
Voor een teksteditie zie Esopet. Ed. G. Stuiveling. Amsterdam 1965. Deel 2.
Zie ook: J.A. Schippers, Middelnederlandse fabels: studie van het genre, beschrijving van collecties, catalogus van afzonderlijke fabels. Nijmegen 1995. nr. 137. Hert, schaap en wolf 1.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21