Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE214 - Roodkapje

Een sprookje (boek), donderdag 01 januari 2009

Hoofdtekst

Roodkapje
Er was eens een klein meisje met goudblonde haren en grote, blauwe ogen. Niemand wist eigenlijk hoe ze heette - behalve natuurlijk haar ouders en haar oma. Iedereen noemde haar Roodkapje, omdat ze altijd als ze uitging een rode mantel en een rood kapje droeg. Roodkapje woonde in een leuk huisje aan de rand van een groot bos, waar ze nooit alleen mocht spelen, omdat daar een gevaarlijke, grote wolf leefde.
"Roodkapje! Roodkapje!", zei haar moeder op een goede dag. "Ik heb net gehoord dat oma ziek is. Hoe kunnen we haar helpen?" Roodkapje was heel verdrietig toen haar moeder vertelde dat oma ziek was. "Oma woont aan de andere kant van het bos." zei ze. "Het is een heel lange weg naar haar toe, is 't niet?" "Ja," antwoordde haar moeder, "maar ik kan vandaag niet gaan. Bovendien zal ze het fijn vinden als jij komt, Roodkapje, ze houdt zoveel van jou." "Laat mij dan gaan, mama, riep Roodkapje uit. "Arme oma! Laten we veel lekkers voor haar inpakken, dan wordt ze gauw weer beter." "Goed', zei haar moeder, "ik zal het mandje vullen met eieren, koekjes, honing en een potje verse roomboter. Als je flink doorstapt Roodkapje, kun je er voor theetijd zijn." "Ik zal goed op het mandje passen', beloofde Roodkapje, "en ik zal nergens onderweg blijven staan!" Toen gaf ze haar moeder een zoen en holde het tuinpad af.
"Misschien is het niet erg als ik de kortste weg neem, door het bos.”, zei ze bij zichzelf, terwijl ze doorrende. Roodkapje vergat haar zieke oma bijna toen ze over de mooie paddestoelen sprong en door het frisse, groene gras huppelde. Roodkapjes dansende voetjes droegen haar luchtig voort en ze was voor niets en niemand bang. Ze zong er een liedje bij.
Toen herinnerde Roodkapje zich opeens haar oma weer en vlug liep ze door. "Grootmoeder is ziek.”, zei ze bij zichzelf. "Ik moet geen vlinders najagen en geen liedjes meer zingen. Ik moet voortmaken, voortmaken, zo gauw mogelijk het bos weer uit."
Haar liedje had de oren van de grote, boze wolf bereikt die diep in het bos woonde. De wolf was sluw en listig en hij had altijd ontzettende honger. Het was al een hele tijd geleden dat hij zijn laatste hapje had verslonden. Aha! Oho!, bromde de boze wolf toen hij Roodkapje langs zag rennen. "Aha! Oho!" De wolf bleef nog heel even liggen. Toen draafde hij vlug door de struiken, zodat hij eerder bij de dikke boom was dan Roodkapje.
"Goedendag." zei hij met de aardigste, zachtste stem die hij kon nadoen. "Wat ben jij een leuk meisje en wat heb je een mooi mandje bij je. Wat zit erin? En voor wie is dat allemaal?" "Het mandje is voor mijn zieke oma.", zei Roodkapje. "Ahá!', zei de grote, boze wolf. "Laat mij raden, jij bent op weg naar oma!" "Ja, zo is het.”, zei Roodkapje. "Weet je, oma is ziek en ze moet lekkere dingen eten, dan wordt ze gauw weer beter." "Waar woont je zieke oma dan?" vroeg de wolf, die zijn best deed om er onverschillig uit te zien. "Net aan de andere kant van het bos.”, zei Roodkapje, "in een aardig klein huisje. Ze woont helemaal alleen en ze houdt veel van mij. Maar ik moet nu weer vlug verder lopen." "Natuurlijk”, zei de grote, boze wolf breed grijnzend, "ik zal je niet ophouden. Loop maar vlug door, liefje, ik weet zeker dat oma al met smart op je zit te wachten. Waar zei je ook weer dat haar huisje staat?" "Niet zo ver, aan de andere kant van het bos,”, zei Roodkapje, "ik zal nog vlug een paar bloemen voor oma plukken en dan moet ik echt gaan hoor!"
Zodra Roodkapje verdwenen was, maakte de wolf dat hij weg kwam. Hij wist een heel korte weg door het bos, recht naar het huisje van Roodkapjes oma. Hij zou er veel eerder aankomen dan zij. Alle oma's zijn lief, maar de oma van Roodkapje was bijzonder lief en zachtaardig. Zodra een klein bosvogeltje haar had toegezongen dat Roodkapje haar kwam opzoeken, voelde ze zich al beter. Weldra was ze sterk genoeg om rechtop in bed te zitten en een beetje te breien. Intussen luisterde ze goed of ze het zachte stemmetje van Roodkapje nog niet hoorde. "Ik hoop dat ze een potje honing meebrengt.', zei grootmoeder bij zichzelf. "Een lepeltje honing na mijn nare drankje zal veel heerlijker smaken dan een pepermuntje."
Opeens keek grootmoeder naar de deur. Ze was er zeker van dat ze iemand buiten hoorde lopen. "Grootmoeder, grootmoeder, mag ik binnenkomen?" riep de grote, boze wolf met een honingzoete stem. "Hier is Roodkapje die u eens komt opzoeken." "Dat is heerlijk, m'n kind!" riep grootmoeder uit. "Wat ben ik blij dat je er eindelijk bent. Ja, kom maar gauw binnen." "De deur is dicht, oma" riep de wolf terug. "Hoe moet ik binnenkomen?" "Trek maar aan het touwtje.”, zei de oude dame. "Trek maar aan het touwtje en de deur gaat open. Ik dacht toch dat je dat wel wist!" De grote, boze wolf likte zijn lippen af toen hij aan het touwtje trok en de deur opensprong. De grote boze wolf sprong op grootmoeder toe en in een grote hap had hij haar verslonden. Toen wikkelde hij zijn lelijke kop in haar sjaal, zette haar slaapmutsje op en deed haar ronde brilletje voor zijn sluwe ogen. "Als ik de gordijnen dichttrek", zei de lelijke wolf bij zichzelf, "en goed onder de dekens blijf, dan zal Roodkapje mooi in de val lopen."
Met die gedachte wipte hij in oma's bed en ging liggen wachten.
Intussen rende Roodkapje stevig door. De zon begon al te dalen en er stak een fris windje op, waarvan ze huiverde. "Ik zal voor oma een lekkere kruik maken om haar voeten warm te houden." zei Roodkapje bij zichzelf. "Een kopje sterke thee is ook goed voor zieke mensen. We kunnen er een paar koekjes bij eten en misschien nog een boterhammetje met verse roomboter." Eindelijk zag ze het huisje voor zich en Roodkapje holde vlug naar de deur. Zachtjes klopte ze aan. "Hier ben ik oma, Roodkapje!”, riep ze. "Kom maar binnen, liefje, kom maar vlug binnen.”, riep de wolf met een krakerig gefluister, waarvan hij hoopte dat het een beetje klonk als de stem van de oude grootmoeder. "Trek maar aan het touwtje, liefje, en kom vlug binnen. Je arme, zieke, oude oma kan bijna niet wachten tot je binnenkomt." "Ik kom al, oma', riep Roodkapje terug. Ze trok aan het touwtje en de deur sprong open. "Kom vlug binnen, kind, kom maar vlug binnen." zei de wolf met een fluisterstem. "Kom maar dicht bij m'n bed staan, kind." Roodkapje glimlachte allerliefst toen ze naar het bed kwam. Wat zou oma opkijken als ze zag wat er in het mandje zat en wat voor mooie bloemen ze voor haar had geplukt! En wat zou ze blij zijn met de koekjes, de honing, de roomboter en de eitjes! "Zo is het goed." zei de boosaardige wolf, toen Roodkapje op haar tenen aan het bed kwam. "Kom hier en geef je oma een dikke zoen!"
"Maar grootmoeder', zei Roodkapje toen ze vlak bij het bed was, "grootmoeder, wat heeft u grote armen!"
"Dan kan ik je beter vasthouden, m'n kind!" antwoordde de wolf.
"En grootmoeder, wat heeft u grote oren!"
"Dan kan ik je beter horen, m'n kind!”, zei de wolf.
"En grootmoeder, wat heeft u grote ogen!"
"Dan kan ik je beter zien, kind!'; zei de wolf.
"En grootmoeder, wat heeft u opeens grote tanden!' riep Roodkapje uit.
"Ahá, Ohó!', snauwde de grote, boze wolf. "Daarmee kan ik jou beter opeten!"
En de grote boze wolf sprong uit bed. Arme Roodkapje! Haar mandje viel op de grond, de eitjes braken en de mooie bloemen lagen vertrapt. De boze wolf stond al klaar om haar op te eten. "Help, help!", schreeuwde Roodkapje. "Help, help! Help me toch alsjeblieft!"
Gelukkig was die dag de dappere, sterke jager in het bos. Hij had zijn geweer meegenomen om er een konijntje mee te schieten. De jager was een goede vriend van grootmoeder en hij wist dat ze ziek in bed lag. "Ik zal eens even naar haar huisje gaan om te vragen hoe het met haar is", zei hij bij zichzelf. Maar toen hij dicht bij het huisje kwam, hoorde hij zwak roepen. Het leek wel of er iemand om hulp riep. Vlug holde hij naar het huisje, zijn laarzen stampten zwaar over de grond. Toen hij bij het huisje kwam, keek hij eerst door het raam. En daar zag hij Roodkapje en de grote boze wolf die zijn lippen aflikte.
Zachtjes sloop de jager naar de deur en wierp hem toen snel open en richtte zijn geweer: pief-paf-poef! De wolf buitelde over de vloer en was dood. "Nu hoef je niet meer bang te zijn", zei de jager met zijn vriendelijke zware stem. "De grote, boze wolf is dood. Hij kan je geen kwaad meer doen." "Maar, maar, hij heeft oma opgegeten”, snikte Roodkapje en ze wierp zich in zijn armen. "Dat zullen we dan snel bekijken" zei de jager. Hij trok zijn scherpe mes uit de schede en sneed de wolf open. Wat denk je? Daar stapte grootmoeder, levend en wel, naar buiten. Zo goed als nieuw en helemaal compleet, hoewel ze haar sjaal en haar slaapmuts en leesbrilletje niet op had! En zo liep alles toch nog goed af.
De dappere jager bleef nog een poosje en gaf oma haar drankje. Toen zette Roodkapje een pot vol krachtige thee en gaf oma er koekjes bij. Grootmoeder verklaarde dat ze zich al een heel stuk beter voelde. Na de thee omarmde Roodkapje haar zieke oma en beloofde gauw terug te komen. Toen bracht de jager haar veilig door het donkere bos naar huis. Er was gelukkig geen grote boze wolf meer die op de loer lag!

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Beschrijving uiterlijk Roodkapje, herkomst naam. Roodkapje belooft onderweg naar grootmoeder niet te treuzelen. Roodkapje neemt de kortste weg door het bos, de wolf hoort haar en zoekt haar op, Roodkapje vertelt wat ze gaat doen en waar grootmoeder woont. De wolf neemt de kortste weg naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, zet haar bril en slaapmuts op, doet de gordijnen dicht en gaat in haar bed liggen. Roodkapje klopt aan, de wolf doet de stem van grootmoeder na, Roodkapje verbaast zich over de armen, ogen, oren en tanden, waarna de wolf haar probeert op te eten. Op hulpgeroep van Roodkapje komt de jager af, schiet de wolf dood, snijdt hem open, waarna grootmoeder naar buiten komt.

Bron

Rachelle Meyer. Mijn grote sprookjesboek. Amsterdam: Mediadam, 2009
KB: 5253377
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-04-01