Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ESOPET50

Een sprookje (), 13e eeuw

Hoofdtekst

Tenen hope stonden in .i. perc
1040 goede weders ende sterc
alsi den vleeschhouwer saghen comen
dene woude achter den andren dromen
elc woude andren steken voert
int ende vielen si alle over boert
1045 die vleeschouwer sloech sine hant
ane den vortsten die hi vant
ende dodene metter vaert
doe doken die ander achterwaert
elc riep daer hi lach ende doec
1050 ic bens ontgaen soe ben ic oec
als men den achtersten soude slaen
nv eest seegt hi wel te rechte vergaen
soe hert eest hoeft anden weder
wi hadden wel ghesteken neder
1055 hadden wijs ghedreghen over een
wi hadden quaden raet dat sceen
nochtan eest .i. ghemeen ghebod
helpt di seluen soe helpti god
es .i. gheslachte groet van maghen
1060 ende conen si niet over .i. ghedraghen
hare cracht es al verloren
als biden weder van te voren

Beschrijving

Een aantal rammen probeert het eigen leven te redden, wanneer de slager komt. Omdat de rammen niet gezamenlijk verzet bieden kan de slager gemakkelijk alle rammen doden.

Bron

handschrift UB Leiden Ltk. 191 (95r-103v)

Commentaar

13e eeuw
Voor een teksteditie zie Esopet. Ed. G. Stuiveling. Amsterdam 1965. Deel 2.
Zie ook: J.A. Schippers, Middelnederlandse fabels: studie van het genre, beschrijving van collecties, catalogus van afzonderlijke fabels. Nijmegen 1995. nr. 328. De rammen en de slagers.

Naam Overig in Tekst

God    God   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21