Hoofdtekst
(De inleiding vertel je met een leeg toneel.)
Aan de rand van een donker bos leefde eens een moeder met haar dochtertje. Omdat het meisje altijd een rood kapje op haar hoofd zette, als ze naar buiten ging, noemde moeder haar maar Roodkapje.
Diep in het bos stond een klein huisje, waarin de grootmoeder van Roodkapje woonde. Zij was al erg oud en het meisje ging er graag met haar moeder heen. Grootmoeder verwende haar dan en je begrijpt, dat Roodkapje dat wel goed vond!
Op een keer had grootmoeder kou gevat en ze moest van de dokter in bed blijven. Nu kon ze niet zelf naar het dorp gaan om boodschappen te doen. De moeder van Roodkapje deed het toen voor haar. Maar op een morgen had ze het erg druk met het schoonmaken van het huis. "Roodkapje", zei ze, "je kent goed de weg door het bos, breng jij dit mandje met boodschappen eens naar haar toe. Maar niet van het pad gaan, denk je daar goed om?" Roodkapje beloofde het, nam het mandje en wandelde zingend het bos in.
(steek Roodkapje omhoog)
Roodkapje:
Ik heet Roodkapje en ik ga heel alleen door het donkere bos, om mijn zieke grootmoeder lekkere dingen te brengen. Wat is het hier stil en donker... Maar ik ben toch niet bang, hoor.
(laat mandje naast Roodkapje zien)
Hier is m'n mandje. Kijk eens, wat erin zit! Als oma dat opgegeten en opgedronken heeft, zal ze wel weer beter zijn, denk ik.
Oh -- zulke grote bloemen heb ik nog nooit gezien. Die moet ik beter bekijken. Even tussen de bomen gaan, eventjes maar. Dat is niet zo erg.
(laat de wolf langzaam dichterbij komen)
wolf (vriendelijk brommend):
Goede morgen, meisje.
Roodkapje (schrikkend):
Hè -- wie is dat?! O, meneer wolf, u laat me zo schrikken.
wolf:
Maar dat is toch niet nodig. Zie ik er dan zo boosaardig uit?
Roodkapje:
Nou -- nee. U lijkt me wel vriendelijk. Ik wilde juist wat bloemen voor mijn zieke grootmoeder plukken.
wolf:
Dat is erg lief van je, kind. Wens je grootmoeder maar beterschap van me. En wandel maar prettig.
(wolf gaat toneel af)
Roodkapje:
Wolven zijn niet zo lelijk als moeder mij vertelde. Deze wolf is een aardig beest.
(Roodkapje gaat weg, wolf verschijnt weer.)
wolf (grommend):
Hahahaha! Als ik handig ben, kan ik straks twee hapjes verschalken! Eerst naar grootmoeders huisje. Daar doe ik haar nachthemd aan en zet haar muts op. Nadat ik grootmoeder heb opgegeten, ga ik gewoon in bed liggen wachten. Ik vind mezelf een slimmerd, zeg! Het meisje zal niet merken, dat ik haar grootmoeder niet ben. Dan kan ik haar ook opeten. Wat een heerlijk etentje zal me dat zijn, haha!
(vertellend met leeg toneel)
Na een uurtje kwam Roodkapje bij grootmoeders huisje aan en klopte op de deur.
(laat kloppen horen)
Roodkapje :
Dag, omaatje! Mag ik binnenkomen?
wolf (onzichtbaar):
Ach, dat is flink van je, Roodkapje, om alleen te komen. De deur is open hoor.
(vertellen met leeg toneel)
Zo liep Roodkapje de kamer in, op het bed toe. Ze vond grootmoeder er maar vreemd uitzien!
Roodkapje:
Oma, je bent vast erg ziek. Wat zijn je oren lang geworden!
wolf:
Dat zijn oren, om goed te horen.
Roodkapje:
En wat kijk je toch raar naar me!
wolf:
Dan zie ik goed mijn meisje zoet!
Roodkapje:
Maar grootmoeder wat hebt u een grote mond...
wolf:
Daarmee kan ik je in één hap opeten -- Hap!
(vertellend)
Met één grote hap slikte de gulzige wolf Roodkapje naar binnen. Nu was er in het bos ook een boswachter, die grootmoeder heel goed kende. Af en toe ging hij haar opzoeken en een praatje maken. Die morgen kwam hij ook langs het huisje.
(steek boswachter omhoog)
boswachter:
Och, laat ik nog even bij grootmoeder aangaan. Ze ligt daar zo alleen. Ik kan dan meteen wat thee voor haar maken. Dat is gezellig.
(vertellend)
Toen hij vlak bij de deur gekomen was, bleef hij staan luisteren.
boswachter:
Wat hoor ik daar? Zou grootmoeder zo hard snurken? Dat is vreemd! Toch maar even binnen kijken.
(vertellend)
Wat denk je dat hij zag. -- Verschrikkelijk, geen grootmoeder, maar een slapende wolf in bed!
boswachter:
Vlug, mijn jachtmes. Misschien leeft grootmoeder nog. Zo, met één haal z'n buik open -- klaar!
(vertellend)
Wat verbaasd was de boswachter, toen hij niet alleen grootmoeder, maar ook een klein meisje uit de buik van de wolf zag komen! Gelukkig waren ze er beiden goed van afgekomen. Grootmoeder gaf de boswachter naald en draad, om de buik van de wolf weer dicht te naaien. Ook Roodkapje moest wat doen.
(steek boswachter en oma op)
boswachter:
Roodkapje, ga jij eens naar buiten naar de beek en breng me een paar grote stenen. Die doe ik eerst in de buik. Als de wolf dan wakker wordt, merkt hij niet, dat jullie eruit verdwenen zijn.
Roodkapje:
Wat knap van u, meneer de boswachter. Ik ga al.
(vertellend)
Zo gezegd, zo gedaan. Grootmoeder, de boswachter en Roodkapje verschuilden zich in de keuken. Toen de wolf ontwaakte, klom hij langzaam en zuchtend uit bed en strompelde het huisje uit.
(laat de wolf zien)
wolf (steunend):
O! O! 0!, ik voel me niet goed. Wat rommelt mijn buik akelig. En wat heb ik een erge dorst. Misschien helpt het, als ik wat drink aan de beek. -- Ja, dat is lekker.
(vertellend)
Maar terwijl de wolf voorover stond te drinken, gleed hij van de oever het water in met een luide plons.
wolf (proestend):
Ik kan -- niet zwemmen -- bloep -- ! ploep -- ! bloep -- ! ik ben -- blup -- te zwaar! -- ik -- blop blop -- verdrink.
(vertellend met leeg toneel)
Dat was zo. De wolf zonk naar de bodem van de beek.
(steek oma, de.boswachter en Roodkapje omhoog)
(laat Roodkapje heen en weer dansen)
Roodkapje:
Hoeraaaaaa -- we hoeven niet meer bang te zijn. Eet maar gauw wat lekkers uit het mandje, grootmoeder!
boswachter:
Prachtig, dan ga ik voor alledrie een kop heerlijke thee maken!
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Bron
KB: KW XKR 4718
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
B211.2.4 - Speaking wolf.   
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
