Hoofdtekst
Er was eens iemand die ging naar z'n meisje in Genderen. Hij
woonde in Meeuwen, dat moest vroeger allemaal te voet gebeuren.
Het was zo ongeveer een uur lopen. Maar die jongens van Genderen,
die hadden niet graag dat hij hun dat meisje afpikte. Dat was
vroeger heel erg in onze streek en dan werd er soms heel erg om
gevochten. Maar van deze jongen waren ze in Genderen toch een
beetje bang. Nou was daar in Genderen iemand die wat meer kon
als gewoon en daar gingen die jongens eens naar toe. Ze vertelden
tegen hem hoe de zaak zat: "Kunt gij ons niet helpen? Van u is hij
misschien wel bang". En ja, hij wilde ze helpen.· "Maar", zei hij,
"dan moeten jullie netjes thuisblijven, dan zal ik hem vanavond wel
eens thuis laten brengen". Nou moest die jongen een lange eenzame
weg af. Die weg is d'r nog. En halverwege die weg is een kerkhof.
Toen die jongen, hij was niet zo erg jong meer, vijfentwintig
jaar oud, tegenover die begraafplaats was, kwam er iemand van de
begraafplaats af gelopen. Hij ging vlak naast hem lopen en zei niks.
Tot Meeuwen toe liep hij naast hem. Toen hij thuis aan de deur
kwam, was die man opeens weg. De jongen was druipnat van het
zweet. Zijn schoenen waren net of hij in de sloot had gezeten. En
het ergste was, hij had zwart haar en dat was spierwit geworden in
een uur tijd.
woonde in Meeuwen, dat moest vroeger allemaal te voet gebeuren.
Het was zo ongeveer een uur lopen. Maar die jongens van Genderen,
die hadden niet graag dat hij hun dat meisje afpikte. Dat was
vroeger heel erg in onze streek en dan werd er soms heel erg om
gevochten. Maar van deze jongen waren ze in Genderen toch een
beetje bang. Nou was daar in Genderen iemand die wat meer kon
als gewoon en daar gingen die jongens eens naar toe. Ze vertelden
tegen hem hoe de zaak zat: "Kunt gij ons niet helpen? Van u is hij
misschien wel bang". En ja, hij wilde ze helpen.· "Maar", zei hij,
"dan moeten jullie netjes thuisblijven, dan zal ik hem vanavond wel
eens thuis laten brengen". Nou moest die jongen een lange eenzame
weg af. Die weg is d'r nog. En halverwege die weg is een kerkhof.
Toen die jongen, hij was niet zo erg jong meer, vijfentwintig
jaar oud, tegenover die begraafplaats was, kwam er iemand van de
begraafplaats af gelopen. Hij ging vlak naast hem lopen en zei niks.
Tot Meeuwen toe liep hij naast hem. Toen hij thuis aan de deur
kwam, was die man opeens weg. De jongen was druipnat van het
zweet. Zijn schoenen waren net of hij in de sloot had gezeten. En
het ergste was, hij had zwart haar en dat was spierwit geworden in
een uur tijd.
Beschrijving
Een man met 'talenten' maakt een jongen bang, vanwege rivaliteit tussen Meeuwen en Genderen.
Bron
Kooijman, Henk: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988. p. 275.
Naam Locatie in Tekst
Meeuwen   
Genderen   
Plaats van Handelen
Genderen   
Meeuwen   
