Hoofdtekst
Roodkapje
Er was eens een meisje dat met haar moeder aan de rand van een groot, donker bos woonde. Iedereen noemde het meisje Roodkapje omdat ze altijd zo'n schattig, rood kapje op haar hoofd had. Roodkapje was heel lief. Ze deed alles wat haar moeder vroeg. Ze hielp met de afwas en met boodschappen doen. In de winter gaf ze de dieren in het bos te eten. Dan strooide ze elke dag brood voor de vogels en de eekhoorntjes. Wanneer er een konijn ziek was, nam Roodkapje het mee naar huis. Ze zorgde ervoor tot het helemaal beter was en liet het daarna weer los. De dieren waren dol op haar. En ook de mensen hielden veel van Roodkapje.
Op een dag zei haar moeder: 'Roodkapje, oma is ziek. Ik heb een mandje voor haar klaargemaakt met lekkere koeken, een paar sinaasappels en een fles bessensap. Zou jij dat willen brengen? Oma is vast blij als jij haar een bezoekje brengt. Maar wees voorzichtig! Het huis van oma is aan de andere kant van het bos. En in het bos woont de boze wolf! Die wil je maar al te graag opeten! Beloof me dat je op het pad blijft.' Roodkapje wilde heel graag op bezoek gaan bij oma. Ze beloofde haar moeder dat ze op de bosweg zou blijven. Ze zette haar rode kapje op en liep vrolijk met het mandje aan haar arm het bos in.
Ze stapte flink door en ze bleef braaf op het pad, zoals haar moeder gevraagd had. 'Arme oma,' dacht Roodkapje, 'zo alleen in haar huis. Wat zal ze blij zijn als ze me ziet.' En ze liep nog een beetje vlugger om maar gauw bij oma te zijn. De zon scheen door de bomen. Roodkapje lachte de dieren vriendelijk toe en zong een vrolijk liedje over vlinders, bijen en bloemen. Toen ze aan bloemen dacht, kreeg Roodkapje een idee: ze zou voor oma een flinke bos plukken. Ze keek eens links en ze keek eens rechts. Hier vond ze een bloem en daar zag ze nog twee mooie bloemen. Langs het pad stonden er niet veel. Maar iets verder, daar in het gras, daar stonden er veel meer. Roodkapje plukte en plukte. Het werd een prachtig boeket. Ze had het er heel druk mee. En ze hoorde daardoor niet hoe de vogels haar wilden waarschuwen en riepen: 'Fwiet-fwiet-fwiet, Roodkapje, dat mag toch helemaal niet! Je mag van je moeder niet zo diep in het bos. Ga terug naar het pad. Dit is veel te gevaarlijk! Pas op! Pas toch op!' Nee, Roodkapje liep steeds dieper het bos in, terwijl ze de mooiste bloemen plukte.
Helaas was ze niet alleen in het bos. Vanachter de bomen loerde de wolf naar haar. Roodkapje plukte nog een paar bloemen. Nu had ze er wel genoeg. Ze wilde terug naar het pad. Maar waar was dat ook alweer? En wat hoorde ze daar? Een zware stem riep haar: 'Zeg meisje, wie ben jij? Wat doe jij hier zo alleen in het bos?' Roodkapje keek angstig om zich heen. Wie was dat met die vreemde, zware stem? 'Zoek me dan! Hier ben ik!' klonk het vanachter een dikke boom. Daar stond de wolf! Roodkapje schrok heel erg. Ze dacht opeens aan wat haar moeder gezegd had voor ze vertrok: 'Wees voorzichtig! In het bos is het gevaarlijk. Daar woont de boze wolf. Die wil jou wel opeten!' Oooo, wat moest ze nu doen? Was ze maar op de weg gebleven! De wolf stond nu heel dicht bij Roodkapje en hij zei heel vriendelijk: 'Dag meisje, wat een mooie bloemen. Mag ik weten voor wie ze zijn? En wat een lekker mandje met die fles bessensap. Voor wie is dat allemaal? Is het soms voor mij?' 'Nee!' zei Roodkapje. 'Dat is voor mijn oma. Die is heel erg ziek.' 'Zo?' zei de wolf. 'Vertel eens, waar woont jouw oma dan? Hier in het bos?' De dieren probeerden Roodkapje te waarschuwen. De vogels kwetterden: 'Pas op, pas op, Roodkapje, luister toch niet naar die lelijke wolf!' Een eekhoorn gooide een noot op Roodkapjes mutsje en schudde naar haar met zijn kop. Dat betekende: nee, geen antwoord geven! Maar Roodkapje begreep het niet. Ze vond de wolf wel lief. Ze dacht helemaal niet meer aan de waarschuwing van haar moeder. Ze vond de wolf juist aardig. En ze vertelde hem heel precies waar het huis van oma stond en dat oma daar helemaal alleen in bed lag. De wolf luisterde aandachtig. En hij dacht bij zichzelf: 'Dat vrouwtje zal ik eens een bezoekje brengen, ha, ha, ha!' Na een poos namen Roodkapje en de wolf afscheid.
Zo snel hij kon, rende de wolf naar het huis van oma. Toen hij daar aankwam, gluurde hij naar binnen. Oma lag met haar slaapmuts op ziek in bed. De wolf klopte op de deur. 'Wie is daar?’ vroeg oma. De wolf piepte met een hoge stem: 'Ik ben het, Roodkapje. Ik kom een mandje met lekkers brengen.' 'Kom maar binnen, kind, de deur is niet op slot!' Met een klap duwde de wolf de deur open. En met één hap slokte hij oma op. Daarna zette hij oma's bril op zijn neus, trok hij een nachtpon van oma aan en zette hij haar slaapmuts op. Toen kroop hij vlug onder de dekens.
Intussen liep Roodkapje vrolijk door het bos, met haar bloemen en de mand vol met lekkers. De vogels floten haar iets in de oren, de eekhoorn fluisterde haar toe en het konijn probeerde ook iets te zeggen. Maar Roodkapje lette er niet op. Het was al laat en ze moest zo vlug mogelijk naar oma. Toen ze eindelijk bij het huis van oma aangekomen was, liep Roodkapje snel het pad op. Ze klopte zacht op de deur. 'Wie is daar?' vroeg de wolf met een krakerige, oude stem. 'Ik ben het, Roodkapje', zei het meisje. 'Kom maar binnen, kindje, de deur is niet op slot!' zei de wolf. Roodkapje liep naar binnen. 'Kijk eens, oma, in dit mandje zitten koeken, sinaasappels en een lekkere des bessensap. Dit heeft moeder voor u meegegeven. Voelt u zich al wat beter?' Oma antwoordde niet. Ze gromde maar wat. 'Dat, komt vast door haar verkoudheid', dacht Roodkapje. 'Maar oma,' zei ze, 'wat hebt u een grote neus!' 'Dat is om je beter te kunnen ruiken, lief kind', bromde oma. Roodkapje keek een beetje verbaasd. Ze kwam wat dichter bij het bed en zei: 'Maar oma, wat hebt u grote oren!' 'Dat is om je beter te kunnen horen, meisje', zei oma met een schorre stem. 'Maar oma,' zei Roodkapje, 'wat hebt u een grote mond!' Op dat moment sprong de wolf uit het bed en brulde: 'Dat is om je beter te kunnen opeten!' Toen zag Roodkapje dat het niet oma, maar de wolf was. Ze wilde weglopen, maar de wolf schrokte haar in één hap naar binnen. Na zijn zware maaltijd viel de wolf vermoeid op de grond in slaap. Zijn gesnurk was tot ver in het bos te horen.
De dieren uit het bos, die begrepen wat er gebeurd was, waarschuwden de boswachter. Ze wezen hem de weg naar het huis aan de rand van het bos. Toen hij de grote, boze wolf op de grond zag liggen, schrok hij vreselijk. 'Snel, of het is te laat!' zei hij tegen zichzelf. Hij greep zijn geweer, stormde naar binnen en schoot de wolf dood. Daarna sneed hij met zijn mes de buik van de wolf open. Als eerste sprong Roodkapje eruit, gevolgd door oma. 'Wat ben ik blij u terug te zien, oma!' zei Roodkapje opgelucht. Samen met de dieren van het bos smulden ze van al het lekkers dat in Roodkapjes mand zat. De boze wolf was eindelijk dood en dat moest gevierd worden!
Er was eens een meisje dat met haar moeder aan de rand van een groot, donker bos woonde. Iedereen noemde het meisje Roodkapje omdat ze altijd zo'n schattig, rood kapje op haar hoofd had. Roodkapje was heel lief. Ze deed alles wat haar moeder vroeg. Ze hielp met de afwas en met boodschappen doen. In de winter gaf ze de dieren in het bos te eten. Dan strooide ze elke dag brood voor de vogels en de eekhoorntjes. Wanneer er een konijn ziek was, nam Roodkapje het mee naar huis. Ze zorgde ervoor tot het helemaal beter was en liet het daarna weer los. De dieren waren dol op haar. En ook de mensen hielden veel van Roodkapje.
Op een dag zei haar moeder: 'Roodkapje, oma is ziek. Ik heb een mandje voor haar klaargemaakt met lekkere koeken, een paar sinaasappels en een fles bessensap. Zou jij dat willen brengen? Oma is vast blij als jij haar een bezoekje brengt. Maar wees voorzichtig! Het huis van oma is aan de andere kant van het bos. En in het bos woont de boze wolf! Die wil je maar al te graag opeten! Beloof me dat je op het pad blijft.' Roodkapje wilde heel graag op bezoek gaan bij oma. Ze beloofde haar moeder dat ze op de bosweg zou blijven. Ze zette haar rode kapje op en liep vrolijk met het mandje aan haar arm het bos in.
Ze stapte flink door en ze bleef braaf op het pad, zoals haar moeder gevraagd had. 'Arme oma,' dacht Roodkapje, 'zo alleen in haar huis. Wat zal ze blij zijn als ze me ziet.' En ze liep nog een beetje vlugger om maar gauw bij oma te zijn. De zon scheen door de bomen. Roodkapje lachte de dieren vriendelijk toe en zong een vrolijk liedje over vlinders, bijen en bloemen. Toen ze aan bloemen dacht, kreeg Roodkapje een idee: ze zou voor oma een flinke bos plukken. Ze keek eens links en ze keek eens rechts. Hier vond ze een bloem en daar zag ze nog twee mooie bloemen. Langs het pad stonden er niet veel. Maar iets verder, daar in het gras, daar stonden er veel meer. Roodkapje plukte en plukte. Het werd een prachtig boeket. Ze had het er heel druk mee. En ze hoorde daardoor niet hoe de vogels haar wilden waarschuwen en riepen: 'Fwiet-fwiet-fwiet, Roodkapje, dat mag toch helemaal niet! Je mag van je moeder niet zo diep in het bos. Ga terug naar het pad. Dit is veel te gevaarlijk! Pas op! Pas toch op!' Nee, Roodkapje liep steeds dieper het bos in, terwijl ze de mooiste bloemen plukte.
Helaas was ze niet alleen in het bos. Vanachter de bomen loerde de wolf naar haar. Roodkapje plukte nog een paar bloemen. Nu had ze er wel genoeg. Ze wilde terug naar het pad. Maar waar was dat ook alweer? En wat hoorde ze daar? Een zware stem riep haar: 'Zeg meisje, wie ben jij? Wat doe jij hier zo alleen in het bos?' Roodkapje keek angstig om zich heen. Wie was dat met die vreemde, zware stem? 'Zoek me dan! Hier ben ik!' klonk het vanachter een dikke boom. Daar stond de wolf! Roodkapje schrok heel erg. Ze dacht opeens aan wat haar moeder gezegd had voor ze vertrok: 'Wees voorzichtig! In het bos is het gevaarlijk. Daar woont de boze wolf. Die wil jou wel opeten!' Oooo, wat moest ze nu doen? Was ze maar op de weg gebleven! De wolf stond nu heel dicht bij Roodkapje en hij zei heel vriendelijk: 'Dag meisje, wat een mooie bloemen. Mag ik weten voor wie ze zijn? En wat een lekker mandje met die fles bessensap. Voor wie is dat allemaal? Is het soms voor mij?' 'Nee!' zei Roodkapje. 'Dat is voor mijn oma. Die is heel erg ziek.' 'Zo?' zei de wolf. 'Vertel eens, waar woont jouw oma dan? Hier in het bos?' De dieren probeerden Roodkapje te waarschuwen. De vogels kwetterden: 'Pas op, pas op, Roodkapje, luister toch niet naar die lelijke wolf!' Een eekhoorn gooide een noot op Roodkapjes mutsje en schudde naar haar met zijn kop. Dat betekende: nee, geen antwoord geven! Maar Roodkapje begreep het niet. Ze vond de wolf wel lief. Ze dacht helemaal niet meer aan de waarschuwing van haar moeder. Ze vond de wolf juist aardig. En ze vertelde hem heel precies waar het huis van oma stond en dat oma daar helemaal alleen in bed lag. De wolf luisterde aandachtig. En hij dacht bij zichzelf: 'Dat vrouwtje zal ik eens een bezoekje brengen, ha, ha, ha!' Na een poos namen Roodkapje en de wolf afscheid.
Zo snel hij kon, rende de wolf naar het huis van oma. Toen hij daar aankwam, gluurde hij naar binnen. Oma lag met haar slaapmuts op ziek in bed. De wolf klopte op de deur. 'Wie is daar?’ vroeg oma. De wolf piepte met een hoge stem: 'Ik ben het, Roodkapje. Ik kom een mandje met lekkers brengen.' 'Kom maar binnen, kind, de deur is niet op slot!' Met een klap duwde de wolf de deur open. En met één hap slokte hij oma op. Daarna zette hij oma's bril op zijn neus, trok hij een nachtpon van oma aan en zette hij haar slaapmuts op. Toen kroop hij vlug onder de dekens.
Intussen liep Roodkapje vrolijk door het bos, met haar bloemen en de mand vol met lekkers. De vogels floten haar iets in de oren, de eekhoorn fluisterde haar toe en het konijn probeerde ook iets te zeggen. Maar Roodkapje lette er niet op. Het was al laat en ze moest zo vlug mogelijk naar oma. Toen ze eindelijk bij het huis van oma aangekomen was, liep Roodkapje snel het pad op. Ze klopte zacht op de deur. 'Wie is daar?' vroeg de wolf met een krakerige, oude stem. 'Ik ben het, Roodkapje', zei het meisje. 'Kom maar binnen, kindje, de deur is niet op slot!' zei de wolf. Roodkapje liep naar binnen. 'Kijk eens, oma, in dit mandje zitten koeken, sinaasappels en een lekkere des bessensap. Dit heeft moeder voor u meegegeven. Voelt u zich al wat beter?' Oma antwoordde niet. Ze gromde maar wat. 'Dat, komt vast door haar verkoudheid', dacht Roodkapje. 'Maar oma,' zei ze, 'wat hebt u een grote neus!' 'Dat is om je beter te kunnen ruiken, lief kind', bromde oma. Roodkapje keek een beetje verbaasd. Ze kwam wat dichter bij het bed en zei: 'Maar oma, wat hebt u grote oren!' 'Dat is om je beter te kunnen horen, meisje', zei oma met een schorre stem. 'Maar oma,' zei Roodkapje, 'wat hebt u een grote mond!' Op dat moment sprong de wolf uit het bed en brulde: 'Dat is om je beter te kunnen opeten!' Toen zag Roodkapje dat het niet oma, maar de wolf was. Ze wilde weglopen, maar de wolf schrokte haar in één hap naar binnen. Na zijn zware maaltijd viel de wolf vermoeid op de grond in slaap. Zijn gesnurk was tot ver in het bos te horen.
De dieren uit het bos, die begrepen wat er gebeurd was, waarschuwden de boswachter. Ze wezen hem de weg naar het huis aan de rand van het bos. Toen hij de grote, boze wolf op de grond zag liggen, schrok hij vreselijk. 'Snel, of het is te laat!' zei hij tegen zichzelf. Hij greep zijn geweer, stormde naar binnen en schoot de wolf dood. Daarna sneed hij met zijn mes de buik van de wolf open. Als eerste sprong Roodkapje eruit, gevolgd door oma. 'Wat ben ik blij u terug te zien, oma!' zei Roodkapje opgelucht. Samen met de dieren van het bos smulden ze van al het lekkers dat in Roodkapjes mand zat. De boze wolf was eindelijk dood en dat moest gevierd worden!
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Ondanks haar belofte aan moeder om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven, is Roodkapje ongehoorzaam. Ze dwaalt bij het bloemen plukken steeds verder af in het bos, komt de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De dieren waarschuwen haar niet het bos in te gaan, en niet met de wolf te praten, maar Roodkapje begrijpt niet wat ze bedoelen. De wolf gaat naar grootmoeders huis, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Roodkapje klopt aan, de wolf doet de stem van grootmoeder na, Roodkapje verbaast zich over de neus, oren en mond van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De dieren hebben alles gehoord, maar weten niet wat ze kunnen doen, tot een boswachter komt. Ze nemen hem mee naar grootmoeders huis, de boswachter ziet de wolf met een dikke buik, schiet hem dood, en snijdt de buik open, waaruit Roodkapje en grootmoeder komen. Grootmoeder bedankt de boswachter, maar die zegt dat ze gered zijn door de dieren.
Bron
Fantasia sprookjesfestival. [Aartselaar] [etc.]: Deltas, 2001
KB: 5160520
Collectie Roodkapje/Karsdorp
KB: 5160520
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
B211.2.4 - Speaking wolf.   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
Datum Invoer
2019-04-24
