Hoofdtekst
Er was eens een meisje dat altijd een rode cape met een kapje droeg. Daarom werd ze Roodkapje genoemd. Op een dag zei haar moeder tegen haar: "Je oma is ziek. Ga haar een appeltaart en een potje slagroom brengen." "Goed doorlopen," voegde ze eraan toe, "en niet praten met mensen die je niet kent." Het meisje gaf haar moeder een kus en vertrok.
Haar oma woonde aan de andere kant van het bos. Roodkapje stapte stevig door, maar opeens hoorde ze iemand aankomen. Doodsbang bleef ze staan, Er dook een grote grijze wolf op. “Hallo, lief kind," zei hij vriendelijk, “waar ga je naartoe?" "Een wolf is geen mens," zei Roodkapje bij zichzelf. Daarom antwoordde ze: Ik ben op weg naar mijn oma." "Ik ken een kortere weg," zei de wolf hulpvaardig. "Je moet die kant op." Dat vond het meisje een goed idee. Ze deed wat de wolf had gezegd. "Wat een aardige wolf was dat," dacht Roodkapje. "Ik heb nu nog alle tijd om een bos bloemen voor oma te plukken."
De dieren in het bos maakten zich ongerust. Als de wolf het meisje niet had opgegeten, voerde hij iets in zijn schild. Inderdaad, de wolf was naar het huisje van oma gerend en klopte aan. "Wie is daar?" vroeg de oude vrouw met trillende stem. "Ik ben Roodkapje," antwoordde de wolf poeslief. "Ik kom u iets lekkers brengen." Oma zei blij: "Kom maar gauw binnen, lieverd." Dat had ze niet moeten zeggen. De wolf werkte haar in één hap naar binnen. Met de slaapmuts van oma op en haar nachthemd aan ging de wolf in haar bed liggen.
Even later klopte Roodkapje op de deur van het huis. "Kom maar binnen, lieverd," zei de wolf met verdraaide stem. "Wat is het hier donker, oma. Mag ik het licht aandoen?" zei het meisje. Ze ging naast het bed van oma zitten. "U bent erg veranderd," zei ze verbaasd. "Wat hebt u grote ogen!" De wolf antwoordde: "Dan kan ik je beter zien, meisje." "En wat hebt u grote oren!" ging Roodkapje verder. De wolf antwoordde: "Dan kan ik je beter horen, meisje." "En wat hebt u grote tanden!" Toen het meisje dat zei, schreeuwde de wolf" "Dan kan ik je beter opeten!" Hij verslond Roodkapje met huid en haar.
De volgevreten wolf wandelde naar een hooischuur even verderop om daar in alle rust zijn eten te laten zakken. Hij was te slaperig om te merken dat de dieren uit het bos achter hem aan naar binnen glipten. Hij liep met open ogen in de val. De wolf wilde net een dutje gaan doen toen hij een grote hooivork op zijn hoofd kreeg. Bewusteloos tuimelde hij in het hooi. De eekhoorns en de konijnen moesten zich tot het uiterste inspannen om de wolf aan zijn staart omhoog te hijsen. Toen de wolf eenmaal ondersteboven hing, begonnen de dieren flink te schudden. Roodkapje en haar oma rolden naar buiten. Want de gulzige wolf had hen in één keer opgeslokt, zonder te kauwen. Alleen oma's jurk was een klein beetje gekreukt!
Roodkapje bedankte haar vrienden de dieren. Ze beloofde dat ze voortaan goed naar haar moeder zou luisteren. De wolf kwam langzaam weer bij kennis.
Alle dieren lachten hem uit: "Wegwezen, gemenerik. We willen je hier nooit meer terugzien!"
Haar oma woonde aan de andere kant van het bos. Roodkapje stapte stevig door, maar opeens hoorde ze iemand aankomen. Doodsbang bleef ze staan, Er dook een grote grijze wolf op. “Hallo, lief kind," zei hij vriendelijk, “waar ga je naartoe?" "Een wolf is geen mens," zei Roodkapje bij zichzelf. Daarom antwoordde ze: Ik ben op weg naar mijn oma." "Ik ken een kortere weg," zei de wolf hulpvaardig. "Je moet die kant op." Dat vond het meisje een goed idee. Ze deed wat de wolf had gezegd. "Wat een aardige wolf was dat," dacht Roodkapje. "Ik heb nu nog alle tijd om een bos bloemen voor oma te plukken."
De dieren in het bos maakten zich ongerust. Als de wolf het meisje niet had opgegeten, voerde hij iets in zijn schild. Inderdaad, de wolf was naar het huisje van oma gerend en klopte aan. "Wie is daar?" vroeg de oude vrouw met trillende stem. "Ik ben Roodkapje," antwoordde de wolf poeslief. "Ik kom u iets lekkers brengen." Oma zei blij: "Kom maar gauw binnen, lieverd." Dat had ze niet moeten zeggen. De wolf werkte haar in één hap naar binnen. Met de slaapmuts van oma op en haar nachthemd aan ging de wolf in haar bed liggen.
Even later klopte Roodkapje op de deur van het huis. "Kom maar binnen, lieverd," zei de wolf met verdraaide stem. "Wat is het hier donker, oma. Mag ik het licht aandoen?" zei het meisje. Ze ging naast het bed van oma zitten. "U bent erg veranderd," zei ze verbaasd. "Wat hebt u grote ogen!" De wolf antwoordde: "Dan kan ik je beter zien, meisje." "En wat hebt u grote oren!" ging Roodkapje verder. De wolf antwoordde: "Dan kan ik je beter horen, meisje." "En wat hebt u grote tanden!" Toen het meisje dat zei, schreeuwde de wolf" "Dan kan ik je beter opeten!" Hij verslond Roodkapje met huid en haar.
De volgevreten wolf wandelde naar een hooischuur even verderop om daar in alle rust zijn eten te laten zakken. Hij was te slaperig om te merken dat de dieren uit het bos achter hem aan naar binnen glipten. Hij liep met open ogen in de val. De wolf wilde net een dutje gaan doen toen hij een grote hooivork op zijn hoofd kreeg. Bewusteloos tuimelde hij in het hooi. De eekhoorns en de konijnen moesten zich tot het uiterste inspannen om de wolf aan zijn staart omhoog te hijsen. Toen de wolf eenmaal ondersteboven hing, begonnen de dieren flink te schudden. Roodkapje en haar oma rolden naar buiten. Want de gulzige wolf had hen in één keer opgeslokt, zonder te kauwen. Alleen oma's jurk was een klein beetje gekreukt!
Roodkapje bedankte haar vrienden de dieren. Ze beloofde dat ze voortaan goed naar haar moeder zou luisteren. De wolf kwam langzaam weer bij kennis.
Alle dieren lachten hem uit: "Wegwezen, gemenerik. We willen je hier nooit meer terugzien!"
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Ondanks de waarschuwing van moeder om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven en niet met vreemden te praten, is Roodkapje ongehoorzaam. Ze komt de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar die woont, denkt dat de wolf haar een kortere weg wijst waardoor ze wel tijd heeft om bloemen te plukken. Intussen gaat de wolf naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de ogen, oren en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet en naar de hooischuur. De dieren in het bos die ongerust zijn geworden, gaan naar de hooischuur, laten een hooivork op zijn kop vallen waardoor de wolf bewusteloos raakt, hijsen hem aan zijn staart op, schudden als hij ondersteboven hangt, waarop grootmoeder en Roodkapje uit de bek van de wolf vallen. Roodkapje belooft nooit meer ongehoorzaam te zijn. De dieren verjagen de wolf.
Bron
A. van Gool. Beroemde sprookjes. Alphen aan den Rijn: Atrium, 2011. Oorspr. uitg. Nazareth: Creations for Children International
KB: 5293912
Collectie Roodkapje/Karsdorp
KB: 5293912
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
B211.2.4 - Speaking wolf.   
K2011.1.3 - Hyena poses as father and kills child.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Commentaar
Ills A.M. Lefèvre
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
Datum Invoer
2019-04-24
