Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE361 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1930 - 1939

Hoofdtekst

Er was eens een klein meisje: je hebt zeker nog nooit zoo’n mooi gezien. En het was moeilijk te zeggen wie het meest van haar hield: haar moeder of haar grootmoeder. Van haar grootmoeder kreeg ze eens een klein rood mutsje, en het stond haar zoo lief, dat ze na een tijdje overal Roodkapje genoemd werd.
Op een goeien dag had haar moeder wafels gebakken. Ze riep Roodkapje en zei: “Je moest eens gaan kijken hoe het met grootmoeder gaat, want ik heb gehoord dat ze ziek is, en neem dit voor haar mee: een lekkere wafel en dit potje boter”.
En Roodkapje ging dadelijk op weg naar grootmoeder, die in een ander dorp woonde.
Toen ze door het bosch ging, kwam ze den wolf tegen, die erg veel zin had om haar op te eten, maar hij durfde niet, want er waren houthakkers in de buurt. Hij vroeg dien naar waar ze heen ging. Roodkapje die nog niet wist hoe gevaarlijk het is om te staan praten met een wolf, antwoordde: Ik ga dit naar grootmoeder brengen met de groeten van moeder”.
-- Woont ze heel ver? vroeg de wolf.
-- O ja, zei Roodkapje, 't is nog een heel eind achter dien molen daar, bij het eerste huis van het dorp.
-- Nu, zei de wolf, dan ga ik ook eens kijken, ik zal dezen weg nemen, en jij dien anderen, en dan zullen we eens zien wie er het eerst is.
Toen liep de wolf zoo vlug als hij kon langs den kortsten weg. Het kleine meisje had den langsten weg genomen, en onderweg raapte ze nootjes, liep ze de vlinders achterna, en maakte ze ruikers van de bloemen die ze vond. De wolf was al dadelijk bij het huisje van de grootmoeder, hij klopte op de deur.
-- Wie is daar?
-- 't Is Roodkapje, zei de wolf, en hij maakte zijn stem zoo zacht mogelijk, Roodkapje die U met de groeten van moeder een wafel brengt en een potje boter.
Grootmoeder, die in bed lag omdat ze een beetje ziek was, riep: -- Trek het boutje maar uit, de klink zal wel los gaan. De wolf trok het boutje uit en de deur ging open. Hij sprong naar het bed, en in een ommezien was de goede vrouw verslonden, want de wolf had in drie dagen niets meer gegeten.
Daarna deed hij de deur dicht, en ging hij in 't bed van grootmoeder liggen om te wachten op Roodkapje, die een tijdetje later op de deur klopte.
-- Wie is daar ?
Roodkapje schrok want ze hoorde de stem van den wolf, maar toen dacht ze dat grootmoeder misschien erg verkouden was en ze antwoordde :
-- 't Is Roodkapje, die u met de groeten van moeder een wafel brengt en een potje boter.
Toen riep de wolf, en hij maakte zijn stem zoo recht mogelijk: “Trek het boutje maar uit, de klink zal wel los gaan.” En Roodkapje trok het boutje uit en de deur ging open.
De wolf verstopte zich zoo ver mogelijk onder de dekens.
-- Zet alles maar op de kist zei hij, en kom een beetje bij mij liggen.
Maar toen Roodkapje zich uitgekleed had, en in het bed wou komen, toen zag ze pas hoe vreemd grootmoeder eruit zag in haar nachtkleeren.
-- Maar grootmoeder, riep ze, u hebt zoo n lange armen!
-- Dat is om je eens goed te kunnen pakken. kleintje!
-- Maar grootmoeder, u hebt zoo’n lange beenen!
-- Om beter te kunnen loopen, mijn kind!
-- Maar grootmoeder, u hebt zoo'n lange ooren!
-- Daarmee kan ik alles goed hooren, mijn kind!
-- En u hebt zoo'n groote oogen, grootmoeder!
-- Dat is om beter te kunnen zien, mijn kind!
-- Maar grootmoeder, en zoo'n groote tanden!
-- Dat is om je lekker op te eten!
Maar toen Roodkapje zag, dat het den wolf was, begon ze zoo hard te gillen, dat de houthakkers het hoorden. Ze liepen gauw binnen en sloegen den boozen wolf dood.
Roodkapje ging terug naar huis, en ze moest haar moeder beloven nooit meer ongehoorzaam te zijn. En als ze nog eens boodschappen moest doen, mocht ze nooit meer blijven praten met iemand dien ze niet heel goed kende.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Onderweg naar grootmoeder komt Roodkapje de wolf tegen, die haar niet meteen durft op te eten vanwege de houthakkers in de buurt. Hij vraagt waar ze naar toe gaat, Roodkapje vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf stelt voor te doen wie het eerst bij grootmoeder is, en neemt zelf de kortste weg. Onderweg plukt Roodkapje bloemen. De wolf klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, kan binnenkomen, eet grootmoeder op en gaat in bed liggen. Het kloppen van Roodkapje beantwoordt de wolf met de stem van grootmoeder. Roodkapje kleedt zich uit om bij grootmoeder in bed te gaan liggen, verbaast zich over de armen, benen, oren, ogen en tanden van grootmoeder. Als ze ziet dat het de wolf is begint ze te gillen, waar houthakkers op af komen die de wolf doodslaan. Roodkapje belooft nooti meer ongehoorzaam te zijn en niet met vreemden te praten.

Bron

Les contes de Perrault; sprookjes verhalen. Bruxelles: Victoria, [193-?]
KB: KW BJ Z0306
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

K1832 - Disguise by changing voice.    K1832 - Disguise by changing voice.   

Commentaar

Naar Charles Perrault

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-05-08