Hoofdtekst
Rood Roosje: “Ziezo, klaar. Snel naar huis nu.”
Roosje Rood stapt de nacht in. Maar waar is haar huis? En waar is haar mama?
Rood Roosje: “Waar ben je, mama?”
Het bos zegt geen woord.
En de bomen zwijgen.
Rood Roosje: “Hierlangs?”
Rood Roosje: “Waar is mama?”
De zon is warm, maar niet zo warm als mama's billen.
Roos Roosje: “Mamaatje!”
En de sneeuw is zacht, maar niet zo zacht als mama's buik.
Vanachter een boom springen plots zeven mannetjes.
Rood Roosje: “Mama! Help!”
Ze zijn zo eenzaam, zo verloren zonder Sneeuwtje.
Mannetje: “Hoezo?”
Mannetje: “Mama?”
Ze zoeken hoog, En ze zoeken laag. De mannetjes zoeken echt overal.
Mannetje: “Misschien”
Mannetje: “moeten wij”
Mannetje: “dit kleintje”
Mannetje: “wel eventjes”
Mannetje: “helpen.”
Mannetje: “Vooruit!”
Ze zoeken van de ochtend tot de avond. Ze vragen raad aan Zwaantje lief.
Roosje Rood: “Wacht op mij!”
Die gaat meteen op pad.
Mannetje: “Wij”
Mannetje: “willen”
Mannetje: “ook”
Mannetje: “graag”
Mannetje: “mee!”
Wie kan helpen! Duimelijn misschien? Of Duimeloot?
Roosje Rood: “Ik zoek mijn mama.”
Duimeloot: “Kom maar mee.”
Duimelijn: “Arm poppetje.”
Diep in het bos ligt Slapende Belle. Ze slaapt al zeker honderd jaar.
Duimelijn: “Opstaan, Belle.”
Duimeloot: “Wakker worden.”
Duimelijn en Duimeloot roepen hard in haar oor.
Ze knijpen haar in haar warme wangen.
Roosje Rood: “Dit is mijn mama niet.”
Slapende Belle strekt haar benen, geeuwt en staat op.
Roosje Rood: “Belle, weet jij waar mijn mama is?”
Belle: “Nee, kindje, het spijt me.
Ze heeft genoeg geslapen. Ze gaat mee.
Langs een kronkelig weggetje komen ze bij een aardig huisje.
Knus, maar niet zo knus als het huisje van mama.
Roosje Rood: “Waar is mijn mama toch?”
Er wonen drie dansende biggetjes. Die willen best wel helpen zoeken. En hup, daar gaan ze.
Biggetje: “Niet hier.”
Biggetje: “Niet daar.”
Biggetje: “Wij weten ook niet waar.”
Ze zoeken de hele nacht. In de sneeuw, in de regen. Ze hebben honger en dorst en ze zijn zoooo moe.
Roosje Rood: “Mama?”
Roosje Rood: “Mamaaa! Waar ben je?”
Duimelijn: “Mama!”
Vanuit de verte roept er iemand terug. Wie zou dat kunnen zijn!
Mama: “Hierheen, liefje.”
Mama: “Eindelijk ben je er.”
Mama: “hohoho, wat zijn jullie met velen!”
Biggetje: “Mama!”
Mannetje: “Mama!”
Roosje Rood is zo gelukkig. Ze gooit zich in de armen van haar mama.
Sist, huilt daar iemand?
Mama: “Liefje!”
Roosje Rood: “Mama!”
Wolf: “Ik wil ook een mama.”
Mama: “Geen sprake van. Of misschien …”
Roosje Rood: “?”
Biggetje: “Help!”
Mama: “… als je zoet bent en flink…”
Roosje Rood: “Ju!”
Mama: “Kom kindertjes. We gaan even langs bij omaatje.”
Roosje Rood: “Maar waar is omaatje?”
Roosje Rood stapt de nacht in. Maar waar is haar huis? En waar is haar mama?
Rood Roosje: “Waar ben je, mama?”
Het bos zegt geen woord.
En de bomen zwijgen.
Rood Roosje: “Hierlangs?”
Rood Roosje: “Waar is mama?”
De zon is warm, maar niet zo warm als mama's billen.
Roos Roosje: “Mamaatje!”
En de sneeuw is zacht, maar niet zo zacht als mama's buik.
Vanachter een boom springen plots zeven mannetjes.
Rood Roosje: “Mama! Help!”
Ze zijn zo eenzaam, zo verloren zonder Sneeuwtje.
Mannetje: “Hoezo?”
Mannetje: “Mama?”
Ze zoeken hoog, En ze zoeken laag. De mannetjes zoeken echt overal.
Mannetje: “Misschien”
Mannetje: “moeten wij”
Mannetje: “dit kleintje”
Mannetje: “wel eventjes”
Mannetje: “helpen.”
Mannetje: “Vooruit!”
Ze zoeken van de ochtend tot de avond. Ze vragen raad aan Zwaantje lief.
Roosje Rood: “Wacht op mij!”
Die gaat meteen op pad.
Mannetje: “Wij”
Mannetje: “willen”
Mannetje: “ook”
Mannetje: “graag”
Mannetje: “mee!”
Wie kan helpen! Duimelijn misschien? Of Duimeloot?
Roosje Rood: “Ik zoek mijn mama.”
Duimeloot: “Kom maar mee.”
Duimelijn: “Arm poppetje.”
Diep in het bos ligt Slapende Belle. Ze slaapt al zeker honderd jaar.
Duimelijn: “Opstaan, Belle.”
Duimeloot: “Wakker worden.”
Duimelijn en Duimeloot roepen hard in haar oor.
Ze knijpen haar in haar warme wangen.
Roosje Rood: “Dit is mijn mama niet.”
Slapende Belle strekt haar benen, geeuwt en staat op.
Roosje Rood: “Belle, weet jij waar mijn mama is?”
Belle: “Nee, kindje, het spijt me.
Ze heeft genoeg geslapen. Ze gaat mee.
Langs een kronkelig weggetje komen ze bij een aardig huisje.
Knus, maar niet zo knus als het huisje van mama.
Roosje Rood: “Waar is mijn mama toch?”
Er wonen drie dansende biggetjes. Die willen best wel helpen zoeken. En hup, daar gaan ze.
Biggetje: “Niet hier.”
Biggetje: “Niet daar.”
Biggetje: “Wij weten ook niet waar.”
Ze zoeken de hele nacht. In de sneeuw, in de regen. Ze hebben honger en dorst en ze zijn zoooo moe.
Roosje Rood: “Mama?”
Roosje Rood: “Mamaaa! Waar ben je?”
Duimelijn: “Mama!”
Vanuit de verte roept er iemand terug. Wie zou dat kunnen zijn!
Mama: “Hierheen, liefje.”
Mama: “Eindelijk ben je er.”
Mama: “hohoho, wat zijn jullie met velen!”
Biggetje: “Mama!”
Mannetje: “Mama!”
Roosje Rood is zo gelukkig. Ze gooit zich in de armen van haar mama.
Sist, huilt daar iemand?
Mama: “Liefje!”
Roosje Rood: “Mama!”
Wolf: “Ik wil ook een mama.”
Mama: “Geen sprake van. Of misschien …”
Roosje Rood: “?”
Biggetje: “Help!”
Mama: “… als je zoet bent en flink…”
Roosje Rood: “Ju!”
Mama: “Kom kindertjes. We gaan even langs bij omaatje.”
Roosje Rood: “Maar waar is omaatje?”
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Versie waarin Roodkapje Rood Roosje heet, en op de tekening de buik van de wolf heeft dichtgenaaid. Het verhaal draait om Rood Roosje die haar moeder zoekt, waarbij ze wordt geholpen door de zeven dwergen die eenzaam zijn zonder Sneeuwwitje, Duimelot en Duimelijn, Slapende Belle, de schone slaapster, en de drie biggetjes. Nadat moeder is gevonden vraagt de wolf ook om een moeder. Als moeder zegt dat ze naar oma gaan vraagt Roosje Rood waar oma is.
Bron
Gerda Dendooven. De wonderlijke reis van Roosje Rood. Amsterdam [etc.]: Querido, 2007
KB: 5230610
Collectie Roodkapje/Karsdorp
KB: 5230610
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
B211.2.4 - Speaking wolf.   
Naam Overig in Tekst
Rood Roosje   
Sneeuwtje   
Duimeloot   
Duimelijn   
Slapende Belle   
Belle   
Datum Invoer
2019-05-15
