Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE386

Een sprookje (boek), 1991

Hoofdtekst

Heel lang geleden woonden een moeder en haar kleine dochtertje in een huisje aan de rand van een bos. Omdat het meisje altijd een rode cape en een rode muts droeg, noemde iedereen haar Roodkapje. Zij was een lief meisje. Ze hield heel erg veel van haar moeder en van haar oma en ook van haar vriendjes, de dieren.
Op een dag in de lente werd Roodkapjes oma ziek en daarom bakte moeder een taart voor haar. Roodkapjes moeder neuriede een wijsje, rolde het deeg, schilde de appels en even later was de taart klaar. Ze deed de taart voorzichtig in een mand en riep Roodkapje. "Breng jij dit even naar oma? Dat lust ze vast wel. En ze zal het leuk vinden, om jou weer te zien." Oma woonde aan de andere kant van het bos en moeder waarschuwde: "Op het pad blijven, lieverd, zodat je niet verdwaalt. En niet met vreemden praten, hoor. En zeg maar tegen oma, dat ik morgen kom."
Roodkapje was er trots op, dat haar moeder haar zo'n belangrijke taak toevertrouwde. Ze zwaaide nog een keer en ging op pad. De zon scheen, de vogels floten en de bloemen dansten in de zachte bries. Toen ze dieper het bos inliep, hielden de takken van de bomen het zonlicht tegen. Roodkapje voelde zich vrolijk en begon te huppelen.
Omdat Roodkapje zo lief was, hielden bijna alle dieren van haar. Tot haar grote vreugde zag Roodkapje, dat haar vriendjes met haar meekwamen. De vogels fladderden van boom naar boom en de eekhoorntjes renden over de takken. Misschien vonden ze haar wel te klein om zo'n lange reis alleen te maken. "Het is een heerlijke dag om door het bos te lopen," zei Roodkapje en de dieren stemden daarmee in, in een taal die alleen het kleine meisje kon verstaan.
"Wat is dat voor een geluid?" vroeg Roodkapje zich af. Ze hoorde voetstappen. Plotseling stond er een wolf voor haar. "Jeetje! Je liet me schrikken!" zei Roodkapje. Ze wist niet zoveel van wolven af en was er daarom ook niet bang voor. "Liet ik je schrikken?" vroeg de wolf verbaasd, terwijl hij dacht, hoe lekker het meisje hem zou smaken. "Wel, ik maak alleen m'n ochtendwandeling, hoor." Roodkapje vergat haar moeders waarschuwingen en begon tegen de vreemdeling te praten. "Ik ga naar mijn oma, die aan de andere kant van het bos woont." De wolf knikte en bedacht een plan. Hij moest haar wat laten treuzelen, zodat hij als eerste bij het huis zou zijn. Hij lustte best twee lekkere hapjes! De wolf kreeg een idee. "Ik denk dat je oma blij zou zijn met een bos bloemen," zei hij. "Wat een goed idee!" antwoordde Roodkapje. "Ik ga een mooi boeket voor haar plukken. Dat zal haar opvrolijken." “Ik moet er weer eens vandoor," zei de wolf. "Ik weet zeker, dat we elkaar nog wel eens ontmoeten." "Dat zou leuk zijn," zei Roodkapje vriendelijk. De wolf slenterde het bos in, maar zodra hij uit het zicht was …
... rende hij verder, zo snel als hij kon, naar oma's huisje. "Dit is mijn geluksdag," dacht hij. "Niet één, maar twee maaltijden voor mijn hongerige maag!" Hij wist, welk huisje Roodkapje bedoelde en verspilde geen tijd. Hij nam de kortste weg: over omgevallen boomstammen heen en onder struiken door.
Roodkapje rende naar haar vriendjes, die een stukje verderop aan het spelen waren. "Weten jullie, wat me net overkwam?" vroeg zij. "Ik kwam een erg aardig iemand tegen en die stelde voor, dat ik bloemen voor mijn oma mee zou brengen. Is dat geen goed idee?" "Ik weet waar de mooiste bloemen staan!" zei één van de eekhoorntjes en hij wees het bos in. Roodkapje was ook vergeten, dat ze op de paden moest blijven! Ze liep met de dieren mee het bos in, tot ze bij een open vlakte kwamen.
Daar groeiden prachtige, bonte bloemen in de zon. Roodkapje begon te plukken. Na een paar minuten had ze een arm vol bloemen. "Wat een mooie bloemen. Daar zal oma wel erg blij mee zijn," zei ze tegen haar vriendjes. "Ik moet meneer Wolf bedanken voor zijn goede raad." De eekhoorntjes keken elkaar aan. "Meneer Wolf?." vroeg één van hen geschrokken. Ze renden achter het meisje aan.
Inmiddels was de wolf bij oma's huisje aangekomen. Hij was buiten adem van het rennen. Hij wachtte even, tot zijn hart wat minder bonsde en klopte toen op de deur. "Wie is daar?" vroeg Roodkapjes oma. En met een verdraaide stem antwoordde de wolf: "Ik ben het, Roodkapje." "De deur is niet op slot. Kom binnen, lieverd," riep oma. De hongerige wolf opende de deur en keek de kamer rond. Toen stapte hij op het bed af. En voordat oma wist wat er gebeurde ...
... had hij haar in één keer doorgeslikt! De eekhoorntjes en de muizen hadden nog net door het raam kunnen zien wat er gebeurde. Ze keken elkaar geschrokken aan. "Roodkapje staat ook op zijn menu!" riep een eekhoorntje. "We moeten hulp gaan halen!" piepten de muizen. De dieren renden het bos in.
De wolf liep door het huisje. Hij deed de gordijnen dicht. Toen vond hij een slaapmuts en een nachtjapon van oma en die trok hij aan. Hij zette de slaapmuts op zijn hoofd, trok hem over zijn grote oren, klom in bed en trok de dekens tot zijn kin omhoog.
De wolf werd slaperig van zo'n volle buik. Hij sliep bijna, toen hij op de deur hoorde kloppen. Hij deed oma's stem na en riep: "Wie is daar?" "Ik ben het, Roodkapje," zei het meisje. "Kom maar binnen, lieverd," antwoordde de wolf. Roodkapje opende de deur en stapte naar binnen. "Goh, wat is het hier donker, oma," zei ze. "Ik heb een lekkere taart voor u en een bos bloemen, om u op te vrolijken." Roodkapje keek naar haar oma en ze voelde zich helemaal niet op haar gemak. "Sjonge, u ziet er heel anders uit," zei Roodkapje, "u moet wel heel erg ziek zijn!"
De muizen hadden de familie konijn in het bos gevonden. "Kom snel!" piepten de muizen, "de wolf heeft Roodkapjes oma opgegeten en nu wil hij Roodkapje ook opeten! Kom! We moeten haar redden!" De muizen, de eekhoorntjes en de konijnen renden en sprongen zo snel ze konden naar oma's huisje.
Ondertussen keek Roodkapje verbaasd en geschrokken naar de figuur in oma's bed. "Oma," zei ze bang, "wat hebt u grote ogen!" "Zo kan ik je beter zien, lieve meid," antwoordde de wolf. Op dat moment gleed de slaapmuts opzij en de oren van de wolf kwamen eronder vandaan. "Eh ... oma, wat hebt u grote oren," zei Roodkapje. "Zo kan ik je beter horen," zei de wolf. "Oma, wat hebt u grote tanden!" zei het meisje. "Zo kan ik je beter opeten!" brulde de wolf en hij sprong uit het bed. De wolf slikte Roodkapje in één keer door. Wat zat zijn buik nu vol! Hij verliet het huisje en slenterde naar de hooischuur, op zoek naar een lekker plekje om te slapen. Hij voelde zich zo vrolijk, dat hij een liedje begon te zingen over zichzelf, de slimme, sluwe wolf.
De wolf was zo slaperig, dat hij niet op de muizen en de eekhoorntjes lette, de boven zijn hoofd zaten te kletsen. Als hij had kunnen verstaan wat ze zeiden, had hij wel beter opgelet. De dieren bespraken het plan dat ze bedacht hadden, om de gemene wolf te vangen. "De hooivork staat klaar!” riep één van de eekhoorntjes. "Het touw ligt klaar!" riep een ander eekhoorntje. "Even wachten!" piepte één van de muizen. "Wacht, tot hij op de juiste plaats staat." De wolf kwam dichterbij en de diertjes hielden hun adem in. En toen ...
... Plof! De eekhoorntjes lieten de hooivork bovenop het hoofd van de wolf vallen. "Bingo!" riepen ze tevreden. De wolf lag bewusteloos op de grond.
De muizen bonden snel het touw om de staart van de wolf. Ze gooiden het touw over een balk, haalden het door een katrol en alle dieren begonnen uit alle macht te trekken. Het kostte de muizen, de konijnen en de eekhoorntjes al hun kracht, om de wolf omhoog te hijsen.
Toen de wolf aan zijn staart in de lucht bungelde, vielen oma en Roodkapje uit zijn geopende bek. Ze kwamen in het zachte hooi terecht. De dieren juichten toen ze zagen, dat ze allebei helemaal ongedeerd waren. Een konijntje legde uit, hoe ze de wolf gevangen hadden. Roodkapje zat nog te bibberen van de schrik. Wat was ze haar vriendjes dankbaar!
"Ik zal nooit meer een wolf vertrouwen," beloofde het meisje. "En toen mama zei, dat ik op het pad moest blijven en niet met vreemden mocht praten, had ze groot gelijk!" Ondanks alles moest oma lachen. Ze nodigde iedereen uit, om taart te komen eten. De wolf had zichzelf inmiddels weten te bevrijden.
Hij verdween in het bos, met zijn staart tussen zijn benen.
De wolf voelde zich weer erg hongerig, maar vooral heel erg dom! Vanaf die dag kon hij nooit meer rustig door het bos wandelen. Alle andere dieren lachten hem uit. "Domme wolf, gemene wolf," tjilpten de vogels, als hij voorbijkwam. En wat Roodkapje betreft: die luisterde voortaan heel gehoorzaam naar de waarschuwingen van haar moeder, en ze strooide iedere morgen broodkruimeltjes in de tuin voor haar lieve vriendjes, die haar gered hadden.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Ondanks de waarschuwing van moeder om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven en niet met vreemde te praten, is Roodkapje ongehoorzaam. Ze komt de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont, en laat zich verleiden om in het bos bloemen te plukken. Als ze eekhoorntjes vertelt dat het een idee was van de wolf schrikken ze. Intussen gaat de wolf naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. De eekhoorntjes en muizen zien dat gebeuren, begrijpen dat de wolf ook Roodkapje wil opeten en halen hulp van konijnen. Na aankloppen door Roodkapje doet de wolf de stem van grootmoeder na, Roodkapje verbaast zich over de ogen, oren en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. Hij gaat naar de hooischuur om te slapen. Eekhoorns laten een hooivork op zijn kop vallen, de wolf raakt bewusteloos, de muizen knopen een touw aan zijn staart en hijsen de wolf op tot hij ondersteboven hangt, waarna Roodkapje en grootmoeder uit zijn bek vallen. Roodkapje neemt zich voor voortaan te gehoorzamen aan wat moeder zegt. Vanaf die tijd plagen de dieren de wolf met zijn domheid.

Bron

A. van Gool. De mooiste sprookjes. Amsterdam: Mulder, 1991
KB: 5041205
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

K1832 - Disguise by changing voice.    K1832 - Disguise by changing voice.   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-05-16