Hoofdtekst
Roodkapje woonde in een mooi huisje dichtbij het bos. Op een dag zei haar moeder: "Oma is ziek. Ga haar deze appeltaart en dit potje slagroom brengen. Maar blijf niet rondhangen in het bos. De wolf is nooit ver weg!" "Maak je niet ongerust. Ik zal goed opletten!" zei Roodkapje.
Roodkapje deed wat haar moeder haar gezegd had en stapte stevig door.
Opeens stond de wolf voor haar neus! Een grote, grijze wolf, met grote tanden en grote poten. "Dag meisje. Waar ga je naartoe, zo helemaal in je eentje?" "Ik ga een appeltaart en een potje slagroom naar mijn oma brengen. Maar ik mag eigenlijk niet met je praten, wolf..." "Zullen we een wedstrijdje doen? Wie als eerste bij je oma is, krijgt een stuk appeltaart. Goed?" "Dat doen we," zei het meisje. Ze vond de wolf een grapjas. "Als jij rechtsaf gaat, ga ik linksaf. Tot zo!"
De wolf was erg uitgekookt en hij rammelde van de honger. Hij rende naar het huisje van oma en klopte op de deur. "Wie is daar?" vroeg het oude vrouwtje. "Ik ben het, Roodkapje," antwoordde de wolf. "Trek maar aan het touwtje ..." Als de wolf binnenkwam, lag oma in bed. Voordat ze een kik kon geven, slokte hij haar in één hap op ... De wolf ging in bed liggen om Roodkapje op te wachten. Hij trok oma's slaapmuts tot diep over zijn oren en verstopte zich onder de deken. "Die oma was een lekker voorafje," dacht hij, "maar dat kleine meisje zal me nog veel beter smaken."
Klop, klop, klop. "Wie is daar?" vroeg de wolf met zijn zware stem. "Ik ben het, Roodkapje. Ik kom u een appeltaart brengen. "Trek maar aan het touwtje..." antwoordde de wolf. "Zeg oma, wat hebt u een zware stem!" "Ik heb keelpijn, meisje." "Zeg oma, wat hebt u een grote neus!" "Daarmee kan ik je beter ruiken, meisje." "Zeg oma, wat hebt U grote tanden!" "Daarmee kan ik je beter opeten, meisje!" De wolf gooide de deken van zich af en stortte zich op Roodkapje. Hap! Het arme kind werd met huid en haar verslonden.
De dieren van het bos hadden alles gezien. Ze besloten de oude vrouw en haar kleindochtertje te redden. "Tjonge, ze liggen hem zwaar op de maag!" Inderdaad, de wolf zag eruit of hij geen pap meer kon zeggen. Hij zocht een plekje om uit te buiken. "Wij hebben een plan!" kwetterden de eekhoorns. "Hij is groot en wij zijn klein. Maar hij is dom en wij zijn slim! Luister ..." "Eerst slaan we hem bewusteloos met een hooivork. Daarna knopen we een touw aan zijn staart." Maar dan kwam het moeilijkste: "we moeten de wolf ophijsen, zodat hij met zijn kop naar beneden hangt." "Een, twee! Een, twee! Ja, het lukt!"
Nu hing de wolf ondersteboven. Hij hoestte zo hard dat hij er bijna in stikte. Opeens tuimelden oma en Roodkapje uit zijn bek op de grond. "Onverteerbaar..." kreunde de wolf. "Dat krijg je ervan als je te snel eet." Oma en Roodkapje hebben hun vrienden bedankt. Het meisje beloofde dat ze in het bos voortaan beter zal opletten. Tot slot zegden ze tegen elkaar: "We zullen de wolf nu maar loslaten, hij is al genoeg gestraft." En de wolf verdween in het bos, met zijn staart tussen zijn poten.
Roodkapje deed wat haar moeder haar gezegd had en stapte stevig door.
Opeens stond de wolf voor haar neus! Een grote, grijze wolf, met grote tanden en grote poten. "Dag meisje. Waar ga je naartoe, zo helemaal in je eentje?" "Ik ga een appeltaart en een potje slagroom naar mijn oma brengen. Maar ik mag eigenlijk niet met je praten, wolf..." "Zullen we een wedstrijdje doen? Wie als eerste bij je oma is, krijgt een stuk appeltaart. Goed?" "Dat doen we," zei het meisje. Ze vond de wolf een grapjas. "Als jij rechtsaf gaat, ga ik linksaf. Tot zo!"
De wolf was erg uitgekookt en hij rammelde van de honger. Hij rende naar het huisje van oma en klopte op de deur. "Wie is daar?" vroeg het oude vrouwtje. "Ik ben het, Roodkapje," antwoordde de wolf. "Trek maar aan het touwtje ..." Als de wolf binnenkwam, lag oma in bed. Voordat ze een kik kon geven, slokte hij haar in één hap op ... De wolf ging in bed liggen om Roodkapje op te wachten. Hij trok oma's slaapmuts tot diep over zijn oren en verstopte zich onder de deken. "Die oma was een lekker voorafje," dacht hij, "maar dat kleine meisje zal me nog veel beter smaken."
Klop, klop, klop. "Wie is daar?" vroeg de wolf met zijn zware stem. "Ik ben het, Roodkapje. Ik kom u een appeltaart brengen. "Trek maar aan het touwtje..." antwoordde de wolf. "Zeg oma, wat hebt u een zware stem!" "Ik heb keelpijn, meisje." "Zeg oma, wat hebt u een grote neus!" "Daarmee kan ik je beter ruiken, meisje." "Zeg oma, wat hebt U grote tanden!" "Daarmee kan ik je beter opeten, meisje!" De wolf gooide de deken van zich af en stortte zich op Roodkapje. Hap! Het arme kind werd met huid en haar verslonden.
De dieren van het bos hadden alles gezien. Ze besloten de oude vrouw en haar kleindochtertje te redden. "Tjonge, ze liggen hem zwaar op de maag!" Inderdaad, de wolf zag eruit of hij geen pap meer kon zeggen. Hij zocht een plekje om uit te buiken. "Wij hebben een plan!" kwetterden de eekhoorns. "Hij is groot en wij zijn klein. Maar hij is dom en wij zijn slim! Luister ..." "Eerst slaan we hem bewusteloos met een hooivork. Daarna knopen we een touw aan zijn staart." Maar dan kwam het moeilijkste: "we moeten de wolf ophijsen, zodat hij met zijn kop naar beneden hangt." "Een, twee! Een, twee! Ja, het lukt!"
Nu hing de wolf ondersteboven. Hij hoestte zo hard dat hij er bijna in stikte. Opeens tuimelden oma en Roodkapje uit zijn bek op de grond. "Onverteerbaar..." kreunde de wolf. "Dat krijg je ervan als je te snel eet." Oma en Roodkapje hebben hun vrienden bedankt. Het meisje beloofde dat ze in het bos voortaan beter zal opletten. Tot slot zegden ze tegen elkaar: "We zullen de wolf nu maar loslaten, hij is al genoeg gestraft." En de wolf verdween in het bos, met zijn staart tussen zijn poten.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Moeder waarschuwt Roodkapje om onderweg naar grootmoeder niet te treuzelen. Ze komt de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont, en doet met de wolf wie het eerste bij grootmoeder is. De wolf is als eerste bij grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, zet haar slaapmuts op en gaat in bed liggen. Roodkapje klopt aan, verbaast zich over de zware stem van grootmoeder, en over haar neus en tanden, waarna de wolf haar opeet. De dieren in het bos die alles hebben gezien, binden een touw aan de staart van de slapende wolf, hijsen hem op, zodat hij ondersteboven hangt, en na een hoestbui vallen grootmoeder en Roodkapje uit zijn bek. De dieren laten de wolf los, en hij verdwijnt. Roodkapje belooft voortan beter op te letten.
Bron
A. van Gool. De allermooiste sprookjes: een bundel met de 8 allermooiste sprookjes. Alphen aan den Rijn: Atrium, 2001
KB: 5160658
Collectie Roodkapje/Karsdorp
KB: 5160658
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
B211.2.4 - Speaking wolf.   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
K1832 - Disguise by changing voice.   
Commentaar
Bevat De Gelaarsde Kat, Assepoester, Bambi, Doornroosje, Pinokkio, Goudhaartje en de drie beren, Sneeuwwitje, Roodkapje
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
Datum Invoer
2019-05-16
