Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE389 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1920 - 1929

Hoofdtekst

Roodkapje
Er was eens een klein, lief meisje en iedereen, die haar zag, hield van haar. Maar het meest van allen hield haar grootmoeder van haar en zij kreeg daarom veel mooie geschenken van haar lieve grootmoedertje. Eens op een keer gaf deze haar een prachtig kapje van rood fluweel, wat haar zoo lief stond, dat zij geen ander mutsje of hoedje meer wilde dragen. Iedereen noemde haar nu Roodkapje.
Eens zei de moeder van Roodkapje tot haar: "Zie eens, Roodkapje, hier heb je lekkeren koek en een flesch wijn en breng deze lekkernijnen naar je zieke grootmoeder. De koek zal haar best smaken en de wijn zal haar verfrisschen. Ga maar gauw weg, vóór het warm wordt. Loop netjes en ga vooral niet van den weg af, anders val je en breekt je flesch en dan zou je grootmoedertje niets hebben. Wanneer je bij grootmoeder binnenkomt, vergeet dan niet haar goeden morgen te zetten en een kusje te geven; ook mag je vooral niet zoo nieuwsgierig om je heen kijken." "Ik zal heel lief voor grootmoeder zijn en alles doen wat U hebt gezegd", antwoordde Roodkapje.
De grootmoeder woonde een half uur buiten het dorp in een heel groot bosch. Toen nu Roodkapje in het bosch kwam, ontmoette zij den wolf. Roodkapje wist echter niet, wat voor een boos dier dit was en was daarom heelemaal niet bang voor hem. "Goeden dag, Roodkapje", sprak hij. "Dank je wel, Wolf." -- "Waar ga je zoo vroeg naar toe, Roodkapje?" -- "Naar mij grootmoeder." -- "Wat heb je daar onder je schort?" -- "Koek en wijn, daar houdt mijn zieke grootmoeder erg veel van en dit zal haar best smaken." -- "Waar woont je grootmoeder?" -- "Nog ongeveer een kwartiertje hier vandaan in het bosch; onder de drie groote eikenboomen staat haar huisje met het houten hekje er voor, dat zal je wel weten", zeide Roodkapje.
De wolf dacht bij zichzelf: "Dat jonge, lieve meisje is een lekker hapje voor mij, het zal nog lekkerder smaken dan die oude vrouw; ik moet het slim aanpakken, zoodat ik ze beiden te pakken krijg."
Hij bleef een poosje naast Roodkapje loopen en sprak toen: "Roodkapje, zie toch eens naar die mooie bloemen, die rondom je groeien, je kijkt er in 't geheel niet naar. Ik geloof, dat je niet eens het zingen van de vogeltjes hoort? Je houdt zeker niet van al dat moois hier in het bosch?" Roodkapje keek nu om zich heen en zag de prachtige bloemen. Zij dacht: "Ik zal wat van die mooie bloemen plukken en aan grootmoedertje geven, daarmede zal zij zeker in haar schik zijn; het is nog vroeg en ik zal zeer zeker op tijd bij haar zijn." Zij ging nu van den weg af en liep steeds dieper het bosch in om bloempjes te plukken.
Ondertusschen liep de wolf snel naar het huisje van de grootmoeder en klopte aan de deur. "Wie is daar?" -- "Roodkapje, ik breng U koek en wijn, doet U maar open." -- "Druk maar op de klink," riep grootmoeder, "ik ben zoo zwak en kan niet opstaan." De wolf drukte op de klink, de deur sprong open en hij ging, zonder een woord te zeggen, direct naar het bed van de grootmoeder en verslond haar. Daarna deed hij haar kleeren aan, zette haar mutsje op, legde zich in haar bed en trok de bedgordijnen dicht.
Roodkapje was steeds nog bezig bloemen te plukken en toen zij er zooveel had, dat zij ze niet meer kon dragen, dacht zij plotseling aan haar grootmoeder en haastte zich naar haar toe. Zij was zeer verbaasd, dat de deur open stond en toen zij de kamer binnentrad, vond zij alles zoo vreemd om zich heen en dacht: "Wat is het hier angstig, anders is het altijd zoo lief en gezellig bij mijn grootmoeder!" Zie riep: "Goeden morgen, grootmoeder", doch kreeg geen antwoord. Zij ging nu naar het bed en trol de gordijnen open; daar lag de grootmoeder; deze had haar mutsje diep in het gezicht gezet en zag er zeer wonderlijk uit. "Maar grootmoeder, wat hebt U groote ooren!" -- "Dan kan ik je beter hooren." -- "Maar grootmoeder, wat hebt U groote oogen!" -- "Dan kan ik je beter zien!" -- "Maar grootmoeder, wat hebt U groote handen!" -- "Dan kan ik je beter pakken." -- "Maar grootmoeder, wat hebt U een grooten mond!" -- "Dan kan ik je beter opvreten." Nauwelijks had de wolf dit gezegd, of hij sprong uit het bed, greep Roodkapje beet en verslond haar. Toen de wolf ook dit voor hem lekkere hapje had opgepeuzeld, legde hij zich weer in 't bed, sliep in en begon luid te snorken.
Toevallig kwam de jager voorbij het huisje en dacht: "Wat snorkt die oude vrouw, ik zal eens even naar binnen gaan, want ik ben bang, dat er iets niet in orde is." Hij trad de kamer binnen en liep direct op het bed toe. Daar zag hij den wolf liggen. "Zoo, zoo, vind ik jou hier, oude deugniet", zeide de jager, "ik heb je reeds lang gezocht." Hij wilde zijn geweer aanleggen, toen hem plotseling te binnen schoot, dat de wolf misschien wel de grootmoeder had opgegeten en zij misschien nu nog te redden viel; hij schoot daarom niet, maar nam een schaar en knipte daarmede den buik van den wolf open. Hij zag al spoedig het roode kapje van het kleine meisje, knipte den buik nog verder open en Roodkapje sprong er uit. "Ach, wat was ik geschrokken, het was zoo donker in den buik van den wolf!", riep Roodkapje. Toen kwam de oude grootmoeder ook nog ongedeerd uit den buik en deze kon nauwelijks ademhalen.
Roodkapje nu haalde snel eenige steenen, waarmede zij den buik van den wolf vulde en toen nu de wolf ontwaakte, wilde hij dadelijk wegspringen, maar de steenen waren zoo zwaar, dat hij onmiddelijk in elkaar zakte en dood bleef.
Wat waren alle drie toen verheugd; de jager stroopte de huid van den wolf af en nam deze mee, de oude grootmoeder at den koek op en verfrisschte zich met eenige slokjes wijn en voelde zich nu weer veel beter. Roodkapje was erg verdrietig, omdat zij haar moeder niet gehoorzaamd had en dacht: "Nooit meer zal ik van den weg af gaan en het bosch in loopen, wanneer moeder dit verbiedt en zal steeds als een lief meisje moeder blijven gehoorzamen."

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Ondanks de waarschuwing van moeder om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven, is Roodkapje ongehoorzaam. In het bos komt ze de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont, en laat zich verleiden om in het bos bloemen te plukken. Intussen gaat de wolf naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, kan binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Als Roodkapje aanklopt doet de wolf de stem van grootmoeder na, Roodkapje verbaast zich over de ogen, oren, handen en mond van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De wolf snurkt in zijn slaap zo hard dat een jager gaat kijken, eerst de wolf wil doodschieten, maar bedenkt dat de wolf grootmoeder kan hebben opgegeten en de buik openknipt, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Ze vullen de buik van de wolf met stenen, nadat hij wakker is geworden wil hij weglopen, maar valt dood neer door de zware stenen. De jager stroopt zijn vel af. Roodkapje neemt zich voor nooit meer ongehoorzaam te zijn.

Bron

Grimm's sprookjes. [S.l.]: [s.n.], [192-?]
KB: KW XKN 313
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

K1832 - Disguise by changing voice.    K1832 - Disguise by changing voice.   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-05-20