Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE396

Een sprookje (boek), 1985

Hoofdtekst

Er was eens een lief, klein meisje. Ze woonde met haar moeder in een huisje aan de rand van een groot, donker bos. Het meisje hield veel van haar moeder en de moeder hield veel van het meisje.
Op een dag ging de moeder naar de markt om stof te kopen. Ze kwam terug met een mooie, rode lap. Daar maakte ze een kapje van voor het meisje. Wat was het meisje daar blij mee. Ze zette het rode kapje op en zette het niet meer af. Daarom noemde iedereen haar voortaan Roodkapje.
Aan de andere kant van het bos woonde de grootmoeder van Roodkapje. Ze was al oud, maar ze kwam haast elke dag wel eventjes op bezoek. En elke keer had ze wel iets lekkers bij zich voor Roodkapje. Het meisje hield veel van haar grootmoeder en grootmoeder hield veel van Roodkapje.
Grootmoeder kon zulke spannende verhalen vertellen waar Roodkapje met open mond naar luisterde. En als ze niet zat te luisteren, was ze vaak bij de dieren op de boerderij. Of ze speelde aan de rand van het bos. Maar dat vond haar moeder niet zo leuk. "In het bos is het gevaarlijk!" waarschuwde moeder altijd. "Daar woont een grote, boze wolf die kinderen opeet." Dan kreeg Roodkapje kippevel van de schrik. En soms stond ze stiekem tussen de bomen door te gluren of ze de wolf ook zag. Maar nooit kon ze een glimp van het gevaarlijke beest zien. "Ach, misschien bestaat die boze wolf niet eens...," dacht Roodkapje na een poos. "Misschien zegt moeder zoiets alleen maar om me bang te maken." En weer wat later dacht ze niet eens meer aan het gemene, wilde dier.
Op een dag gebeurde er iets vreemd. Grootmoeder kwam niet op bezoek. En de volgende dag kwam ze ook met en de dag daarna ook al niet. Moeder begon toch zorgen te maken. "Er is vast iets met grootmoeder aan de hand," zuchtte ze bezorgd. "Ze zal toch niet ziek zijn? Ach, de stakker! Misschien heeft ze niet eens wat te eten in huis• Kon ik maar naar haar toe. Maar uitgerekend nu doet mijn voet zo'n pijn, dat ik nauwelijks kan lopen." Er stonden tranen in moeders ogen. "Zal ik naar grootmoeder gaan en haar wat lekkers brengen?" vroeg Roodkapje. Moeder slaakte een diepe zucht. "Ach kind, wat zou ik dat fijn vinden! Maar helemaal in je eentje naar de andere kant van het bos… Nee, dat is veel te gevaarlijk! Dat durf ik niet!" "Ach toe," smeekte Roodkapje. "Ik zal heel voorzichtig zijn en op de paadjes blijven. Ik ben toch al groot!" Even aarzelde moeder. Toen zuchtte ze: "Vooruit dan! Maar kijk alsjeblieft goed uit!" Snel gaf ze haar nog een grote fles vruchtenwijn en Roodkapje kon vertrekken.
Vrolijk zingend liep het meisje over de paden. Toen merkte ze ineens dat ze met alleen was. Vlak achter haar liep de grote, boze wolf. Even later kwam hij naast haar lopen. Roodkapjes knieën knikten. Haar hartje bonkte in haar keel. Kon ze maar weglopen. Maar ze was midden in het bos en die grote wolf zou zeker veel harder lopen dan zij. Ze aarzelde... Toen bleef ze staan. Maar de boze wolf bleef ook staan. Roodkapje liep weer verder en de boze wolf ging weer met haar mee. Ze wilde het liefst keihard om hulp roepen, maar het leek wel of ze een prop in haar keel had. En wie zou haar horen, hier midden in het donkere bos? Niemand immers! Ze slikte eens. Toen vroeg ze met een beverig stemmetje: "Ben jij de grote, boze wolf?" "De grote, boze wolf?" deed het dier verbaasd. Hij trok een extra aardige snuit en zette zijn vriendelijke stem op. "Groot ben ik wel, zoals je ziet. Maar boos... Hoe kom je daar nu bij?" "Dat heeft mijn moeder verteld," antwoordde Roodkapje dapper. "Je moeder!" riep de wolf uit. "Ach, wat jammer!" "Hoezo, jammer?" vroeg Roodkapje nieuwsgierig. "Wat jammer dat grote mensen soms zo dom zijn," zuchtte de wolf. "Ze hebben nog nooit een praatje met me gemaakt, ze kennen me niet eens! Hoe kunnen ze jou dan wijsmaken dat ik gevaarlijk ben?" Daar moest Roodkapje even over nadenken en intussen gluurde de wolf stiekem naar haar. "Heeft jouw moeder mij ooit ontmoet?" vroeg de wolf slim. "Nee... eh, dat geloof ik niet," zei Roodkapje. "Dat is dan ook jammer," ging de wolf verder. "Want daarom weet ze niet wat voor een vriendelijk, alleraardigst dier ik ben!" Weer loerde hij naar Roodkapje. Hij zag hoe ze liep te denken. "Je hebt gelijk," vond het meisje. "Zie je nu wel!" riep de wolf vrolijk. "En zeg nu eens eerlijk, vind je mij gevaarlijk?" Voor het eerst durfde Roodkapje de wolf goed aan te kijken. Hij had wel erg grote tanden, griezelig grote tanden zelfs... Maar voor de rest zag hij er eigenlijk best aardig uit. "Nee, gevaarlijk ben je niet," gaf ze toe. "Zie je nu wel! We kunnen misschien wel vriendjes worden," lachte de wolf. "Wat doe jij trouwens hier heel alleen in het bos?" "Ik ga naar grootmoeder," vertelde Roodkapje. "Moeder denkt dat ze ziek is. Daarom mag ik haar wat lekkers brengen. Kijk, ik heb vruchtenwijn bij voor haar." "Mmmmm! Verrukkelijk!" likkebaardde de wolf. Opnieuw loerde de wolf vanuit zijn ooghoeken naar Roodkapje. "Ik hou wel van vruchtenwijn," smakte hij. "Maar jij lijkt me nog lekkerder te smaken!" mompelde hij er achter aan. "Wat zeg je?" vroeg Roodkapje. "Niks, eh... Ik bedoel, waar woont jouw grootmoeder eigenlijk?" zei de wolf snel. "Als je dit pad blijft volgen kom je er vanzelf," legde Roodkapje uit. "Precies aan de andere kant van het bos staat een klein huisje met een hoge schoorsteen. Daar woont grootmoeder." "Aha," grijnsde de wolf. "Dan weet ik genoeg." "Heb je soms zin om mee te gaan? Grootmoeder houdt wel van bezoek," nodigde Roodkapje de wolf uit. "Nee-nee, ik heb nog wat anders te doen," zei de wolf haastig. Maar daarbij kon hij Roodkapje niet gebruiken. Hij moest wat verzinnen om haar voorlopig uit de buurt van grootmoeders huisje te houden. En omdat hij een slimme wolf was, had hij al snel een plannetje bedacht. "Kijk eens wat een mooie bloemen daar bloeien!" wees hij Roodkapje. "Ik denk dat je grootmoeder erg blij zal zijn met zo'n fleurig boeketje." "Och ja, grootmoeder is dol op bloemen," lachte Roodkapje. Toen keek ze plotseling sip. De wolf zag het en hij vroeg vriendelijk wat er scheelde. "Ik mag van mijn moeder niet van het pad af," legde ze uit en ze slaakte een diepe zucht. "Daarom kan ik ook geen bloemen plukken. Mijn moeder zegt dat het gevaarlijk is als je van het pad af gaat." "Wat heb jij toch een domme moeder!" riep de wolf uit. "Ik ben immers in de buurt! Dan kan je niets gebeuren. Wees maar gerust en pluk maar net zoveel bloemen als je wilt. Grootmoeder zal er blij mee zijn." Roodkapje bedacht zich geen moment. Ze stapte tussen het hoge gras door, recht op de bloemen af. Ze plukte en plukte... Ze dacht niet meer aan de tijd en ook niet aan de wolf.
De boze wolf was er intussen pijlsnel vandoor gegaan. Hij rende het pad af, tot hij bij grootmoeders huisje kwam. Even hijgde hij uit. Toen klopte hij op de deur. "Wie is daar?" klonk de lieve stem van grootmoeder. "Ik ben het, Roodkapje," deed de wolf met zijn liefste stem Roodkapje na. "Ik heb wat lekkers voor u meegebracht." "Ach, wat lief! Kom maar gauw binnen en doe de deur achter je dicht, want ik ben een beetje ziek," riep grootmoeder. De wolf stormde het huisje binnen en at grootmoeder in één hap op. "Ziezo, nu wacht ik nog op mijn toetje!" grijnsde hij vals. Snel trok hij de kastdeur open en al gauw vond hij wat hij zocht: een nachtjapon en een slaapmuts van grootmoeder. Hij trok het nachthemd aan en stopte zijn grote oren onder de slaapmuts. Maar de oren pasten niet in het mutsje. Toen kroop hij in grootmoeders bed en wachtte rustig af.
Intussen had Roodkapje haar armen vol bloemen. Ze had er zoveel geplukt, dat ze ze nauwelijks meer vast kon houden. Vrolijk stapte ze naar grootmoeders huisje en klopte aan. "Wie is daar?" klonk een schorre stem vanuit het huis. "Grootmoeder heeft vast een zere keel," dacht Roodkapje en vlug antwoordde ze: "Ik ben het, Roodkapje. Ik heb wat lekkers voor u meegebracht. En een grote bos bloemen." "Kom maar gauw binnen! Ik lig al vol ongeduld op je te wachten!" riep de schorre stem weer. Roodkapje huppelde opgewekt het huisje binnen. Toen bleef ze plotseling geschrokken staan. Met grote, verbaasde ogen staarde ze naar het bed. "Schiet op!" dacht de wolf bij zichzelf. "Ik heb juist zo'n trek in een lekker, mals hapje!" En vol ongeduld vroeg hij: "Is er iets?" "U... u ziet er zo vreemd uit," stotterde Roodkapje. "Ach, dat komt natuurlijk door de koorts," verzon de wolf. "Kom eens lekker dicht bij me staan, dat vind ik gezellig." Aarzelend stapte Roodkapje naar het bed. Ze kon haar ogen niet van die vreemde grootmoeder afhouden. Snel trok de wolf met zijn harige klauwen de dekens op tot aan zijn kin. Roodkapje zag het en schrok: "Maar grootmoeder! Wat hebt u grote handen!" "Daar kan ik je goed mee pakken!" grijnsde de wolf vals van onder de dekens. Weer keek het meisje haar grootmoeder aan. "Maar grootmoeder, wat hebt u grote oren!" schrok ze. "Daar kan ik je goed mee horen!" grinnikte de boze wolf. "Maar grootmoeder, wat hebt u grote ogen!" zei Roodkapje zachtjes. "Daar kan ik je goed mee zien!" zei de wolf sluw. Roodkapje zuchtte. Het was vandaag helemaal niet leuk bij grootmoeder. Die deed zo raar! Dat kwam zeker omdat ze ziek was. En moest je die tanden zien! Ze had nooit gemerkt dat grootmoeder zulke grote tanden had. Geschrokken zei ze: "Maar grootmoeder, wat hebt u grote tanden!" "Daar kan ik je goed mee opeten!" brulde de wolf. Hij sprong uit bed en at Roodkapje in één hap op. Toen had de wolf geen honger meer. Hij voelde zich dik en loom. Hij ging in het bed van grootmoeder liggen en even later snurkte hij.
De jager die elke dag langs het huis kwam, bleef verbaasd staan luisteren. Hij dacht: "Wat snurkt grootmoeder vandaag hard! Zou ze zich niet goed voelen?" Hij ging naar binnen om een kijkje te nemen en toen hij zich over het bed heen boog, zag hij de boze wolf. "Zo, zo, lig jij hier, lelijke schurk! Eindelijk heb ik die rakker te pakken!" mompelde de jager. Hij nam zijn geweer en richtte het recht op het hart van de wolf. Maar plotseling bedacht hij zich. Stel je voor dat de wolf grootmoeder opgegeten had! Misschien was de oude vrouw nog te redden. Snel legde de jager zijn geweer neer en nam een grote schaar uit grootmoeders naaidoos. Daarmee knipte hij de buik van de wolf open. Het lelijke dier snurkte luid door. Al na een paar knippen zag de jager tot zijn grote verbazing het rode kapje van Roodkapje. "Oh, hemel! Nu heeft hij dat arme kind ook nog opgegeten!" schrok de jager en knipte voorzichtig verder. Een paar tellen later sprong het meisje uit de buik van de wolf. "Wat ben ik geschrokken," zuchtte ze. "Het was zo donker in de buik van de wolf, dat ik er bang van werd!" Na nog een paar knippen krabbelde grootmoeder hoestend en proestend naar buiten. "Ik heb het er benauwd van gekregen," kuchtte ze, terwijl ze Roodkapje blij om de hals viel.
Roodkapje haalde snel een paar dikke stenen voor de jager. Die stopte hij in de buik van de wolf en naaide die stevig dicht. Samen sleepten ze de slapende wolf naar buiten. Net op tijd, want al gauw werd de wolf wakker. Hij had een vreselijke dorst. Nog wat suf stond hij op en wankelde naar de rivier. Toen hij zich naar voren boog om te drinken rolden de stenen in zijn buik naar voren. Met een plons viel het beest in het water en verdronk.
Roodkapje, grootmoeder en de jager hadden stilletjes bij het raam staan kijken en begonnen te juichen. "Die kan ons geen kwaad meer doen!" lachte grootmoeder opgelucht. "En dat gaan we vieren!" Ze zette een lekker kopje thee voor Roodkapje en zichzelf. De jager kreeg een glas vruchtenwijn, want dat had hij wel verdiend. Ze smulden van een peperkoek en leefden nog lang en gelukkig.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Moeder kan zelf niet bij grootmoeder kijken, en laat zich, ondanks haar angst voor de wolf die in het bos woont en kleine kinderen eet, door Roodkapje overreden om haar toch naar grootmoeder te laten gaan. Roodkapje belooft voorzichtig te zijn en niet van het pad te gaan. In het bos krijgt ze gezelschap van de wolf die zich voordoet als een vriendelijk dier. Roodkapje laat zich overhalen bloemen te plukken. Intussen gaat de wolf naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Roodkapje klopt aan, de wolf doet de stem van grootmoeder na, Roodkapje komt binnen, verbaast zich over de ogen, oren en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De wolf snurkt in zijn slaap zo hard dat een jager gaat kijken, eerst de wolf wil doodschieten, bedenkt dat de wolf grootmoeder kan hebben opgegeten, en met een schaar de buik openknipt, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Ze vullen de buik van de wolf met stenen en naaien de buik dicht. Nadat hij wakker is geworden wil hij drinken uit de rivier, valt in het water en verdrinkt.

Bron

Hetty van den Heuvel. De beste sprookjes voor het slapengaan: Roodkapje, Doornroosje, Het lelijke eendje, De Bremer stadsmuzikanten, Sindbad, enz. Aartselaar [etc.]: Deltas, 1985
KB: FA 1985 60
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

K1832 - Disguise by changing voice.    K1832 - Disguise by changing voice.   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-05-20