Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE294 - De geschiedenis van Roodkapje

Een sprookje (boek), 1920 - 1929

Hoofdtekst

De geschiedenis van Roodkapje.
Er was eens een aardig meisje, wier moeder al haar tijd besteedde met het bedenken van een mooi kapje. Op zekeren dag maakte de moeder voor haar een rood kapje, wat haar zoo aardig stond dat iedereen in de omstreken haar voortaan ROODKAPJE noemde.
Eens toen haar moeder wafelen gebakken had zei zij, ga eens zien hoe je grootmoeder het maakt, die ziek is, en breng haar deze wafel en dit potje boter. Volg echter den grooten weg, want in het bosch is het gevaarlijk. Roodkapje beloofde alles, maar gehoorzaamheid was niet altijd haar deugd en bekwam haar dit dan ook slecht zooals ge zult zien.
Roodkapje ging op weg en liep steeds door tot zij zich voor den ingang van het bosch bevond, hetwelk hare moeder haar verboden had door te gaan. Na eenige aarzeling ging zij stoutmoedig het bosch in, overtuigd dat haar moeder er toch niets van wist. Nauwelijks in het bosch ontmoette zij een grooten wolf; deze had wel zin om het meisje dadelijk op te eten, doch durfde niet omdat er houthakkers in het bosch aan het werk waren. Toen de wolf haar vroeg waar zij heen ging antwoordde zij: ik ga mijn grootmoeder bezoeken die ziek is en haar deze wafel en dit potje boter brengen. Woont uwe grootmoeder ver van hier vroeg de wolf. O, ja antwoordde Roodkapje hem, het is nog voorbij den molen dien gij daar ginds ziet. Maar als uw grootmoeder ziek is, hoe kan zij dan de deur open maken? Wees daar maar gerust over zei Roodkapje, als ik zeg dat ik het ben zal ze mij wel een middel geven om binnen te komen. Wel, hername de wolf, ik wil haar ook eens bezoeken. Ik neem dezen weg en gij dien daar en zullen wij zien wie er het eerste is. Toen liep de wolf zoo hard hij kon het bosch door, terwijl het meisje liep te spelen langs den weg.
Terwijl Roodkapje zich onderweg vermaakte, had de wolf reeds de woning van grootmoeder bereikt. Toen hij daar aankwam klopte hij tegen de deur: Toc! Toc! Toc! Wie is daar? werd er van binnen gevraagd. Het is uw kleindochter Roodkapje, zei de wolf met veranderde stem, die U een wafel en een potje boter brengt. De goede grootmoeder die ziek te bed lag, riep, trek maar aan den knop, dan zal de deur wel opengaan. De wolf deed dit en de deur ging open, toen wierp hij zich op het goede mensch en at ze in minder dan geen tijd op. Dit was echter niet voldoende daar hij ook Roodkapje wilde oppeuzelen, die veel malscher en lekkerder moest zijn dan haar grootmoeder. Toen stopte hij zich in bed; zette grootmoeders muts op om zijn leelijken muil zooveel mogelijk te verbergen.
Eindelijk kwam ook Roodkapje aan het huis van hare grootmoeder en klopte tegen de deur. Toc! Toc! Toc! Wie is daar, vroeg de wolf grootmoeders stem nabootsende. Het is uw kleindochter, die U een wafel en een potje boter brengt. Trek maar aan de knop dan zal de klink wel overgaan, riep de wolf toen. Toen de wolf haar zag binnenkomen zei hij: Het is laat mijn kind, zet alles maar op tafel en kom dan bij mij in bed. Roodkapje kleedde zicht uit en stapte in het bed, doch riep verschrikt uit: grootmoeder, wat zijt gij toch veranderd. Ja lief kind, antwoordde de wolf doch is dit dan een wonder na zulk een langdurige ziekte? Wat zijn uw armen mager en lang geworden, grootmoeder. Dat is om je des te beter te kunnen omhelzen, mijn kind. En wat zijn uw oogen groot geworden. Dat is om je beter te kunnen zien. En uwe lange ooren, grootmoeder. Dat is om beter naar je stem te kunnen luisteren. O, grootmoeder wat hebt ge groote tanden. Dat is om he gemakkelijke te kunnen opeten, kleine babbelaarster, riep de wolf en wilde meteen Roodkapje verslinden.
Gelukkig was een van de houthakkers het meisje gevolgd en had voor de deur post gevat. Toen nu de wolf zich op Roodkapje wierp om ze op te eten, gaf deze een gil, waarop de houthakker naar binnen snelde en nog juist op tijd kwam om Roodkapje te redden en de wolf te dooden. Daarna bracht de goede houthakker het meisje weer naar hare moeder, aan wie zij alles vertelde.
De moeder was zoo ontdaan maar tevens zoo blij dat Roodkapje aan zulk een gevaar was ontkomen, dat zij noch woorden kon vinden om de houthakker te bedanken, noch om haar kind over hare ongehoorzaamheid te berispen.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Moeder waarschuwt Roodkapje om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven, In het bos komt ze de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf is als eerste bij grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, kan binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Als Roodkapje aanklopt doet de wolf de stem van grootmoeder na, en zegt dat Roodkapje in bed moet komen. Roodkapje verbaast zich over de armen, ogen, oren en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar wil opeten. Een houthakker die Roodkapje heeft gevolgd, hoort haar gillen, en redt haar. Moeder is zo blij dat ze niet boos kan zijn om de ongehoorzaamheid van Roodkapje.

Bron

Sprookjes-theater: Klein Duimpje, Roodkapje. Arnhem: Dam, [192-?]
KB: KW XKZZ 101
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-06-05