Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE229 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1996

Hoofdtekst

Roodkapje
Er was eens een heel lief meisje. Ze heette Liesje, maar iedereen noemde haar Roodkapje, omdat ze altijd een rood mutsje droeg. Dat had haar grootmoeder gemaakt.
Toen Liesje het voor het eerst opzette, riep iedereen die haar zag: 'Kind, wat zie je er leuk uit!' Vanaf die dag droeg Liesje altijd het mutsje en noemden alle mensen uit het dorp haar Roodkapje.
Op een zonnige ochtend zei de moeder van Roodkapje: 'Grootmoeder is ziek. We zullen haar eens extra verwennen. Ik heb een taart voor haar gebakken en een fles wijn gekocht. Zou jij die naar grootmoeder willen brengen, Roodkapje?' Dat wilde Roodkapje wel. Haar grootmoeder was de liefste oma van de hele wereld. Ze was altijd aardig en kon heel mooi vertellen. En ze woonde in een schattig huisje op een open plek in het bos. Er groeiden de mooiste bloemen en er stonden drie oude eiken aan de rand van een vijver.
De moeder van Roodkapje stopte de taart en de fles wijn in een mandje. 'Zo,' zei ze tegen Roodkapje, 'daar zal grootmoeder blij mee zijn.' Roodkapje zette natuurlijk haar rode mutsje op en wilde op weg gaan. 'Even wachten,' zei haar moeder. 'Je moet me eerst iets beloven.' 'Wat dan?' vroeg Roodkapje.
'Als je straks in het bos komt, moet je flink doorlopen en op het pad blijven.'
'Waarom?' 'Nou eh... als je van het pad af gaat, dan kun je vallen over een tak of zo. En dan breekt de fles wijn of de taart wordt helemaal plat.' 'Ik zal goed uitkijken,' antwoordde Roodkapje. De moeder knikte. 'Natuurlijk, maar je weet maar nooit. En als je iemand tegenkomt, moet je doorlopen en niks zeggen.' 'Wie kom ik dan tegen?' vroeg Roodkapje.
'Vreemde mensen of zo. Ga nou maar gauw, grootmoeder zal blij zijn als ze je ziet. O, ja, en denk erom dat je altijd met twee woorden spreekt tegen grootmoeder.' 'Twee woorden?' vroeg Roodkapje verbaasd. 'Niet meer?' Moeder lachte. 'Ik bedoel dat je beleefd moet zijn. Dat hoort zo tegenover grote mensen. Je moet netjes "Dag grootmoeder" en "Ja grootmoeder" en "Nee grootmoeder" zeggen.' 'Dat zal ik doen,' zei Roodkapje.
Haar moeder zwaaide haar na tot ze om de hoek van de straat verdween.
Roodkapje liep het dorp uit en kwam aan de rand van het grote bos. 'Op het pad blijven en flink doorlopen,' zei
Roodkapje bij zichzelf. Tevreden stapte ze het bos in.
Een stukje verderop, tussen de struiken, lag een wolf een beetje te luieren. Hij verveelde zich. 'Saaie dag vandaag,' bromde de wolf. 'Ik lig hier maar en er gebeurt niks.' Hij deed zijn ogen dicht en viel in slaap.
Gelukkig maar, want er kwam net een konijnefamilie langs. Vader konijn zag de grote bek van de wolf en schrok. Hij draaide zich om naar zijn vrouw en kinderen en fluisterde: 'Allemaal op je tenen lopen en geen geluid maken.' Zo zacht mogelijk slopen ze langs de wolf en verdwenen gauw in het bos.
De wolf werd wakker van het geritsel. Hij zag nog net een paar witte staartjes wegschieten in het struikgewas. Hij wilde er achteraan gaan, toen hij ineens iemand hoorde zingen. 'Nog meer bezoek,' zei hij en hij keek voorzichtig tussen de struiken door.
Op het pad zag hij een meisje aankomen met een rood mutsje op. Het water liep hem in de mond en hij wilde op het pad springen om het meisje te grijpen. Toen bedacht hij zich. 'Rustig aan, ouwe jongen,' mompelde hij. 'Niet meteen aanvallen. Eerst eens goed kijken wat voor lekker hapje dit is.' Hij stapte uit de struiken en keek zo lief als hij maar kijken kon. Op zijn gemak liep hij naar Roodkapje toe en hij zwaaide vrolijk met zijn grote staart. Roodkapje had nog nooit een wolf gezien en schrok een beetje. 'Hallo lief meisje,' zei de wolf allervriendelijkst. Roodkapje gaf geen antwoord en liep door. 'Wat onbeleefd,' zei de wolf. 'Je kunt toch wel even gedag zeggen.' Roodkapje schudde haar hoofd. 'Nee meneer,' zei ze, 'ik mag niet met vreemde mensen praten van mijn moeder.' De wolf knikte. 'Dat is heel verstandig van je moeder, maar ik ben geen mens. Ik ben een wolf. En een heel aardige wolf, al zeg ik het zelf. Wie ben jij?' 'Roodkapje, meneer de wolf.' 'Wat een leuke naam: Roodhapje,' antwoordde de wolf. Roodkapje giechelde en riep: 'Rare meneer de wolf, ik heet Roodkapje, niet Roodhapje.' De wolf moest ook lachen en zei: 'Wat dom van mij. Natuurlijk heet je Roodkapje. Hoe kan ik me zo vergissen.'
'Vroeger heette ik anders, meneer de wolf,' zei Roodkapje, 'maar dat ben ik vergeten. En nu loop ik weer door, want mijn grootmoeder wacht op mij. '
'Natuurlijk, natuurlijk,' zei de wolf, 'ik loop wel even een stukje met je mee voor de gezelligheid. Waar woont die grootmoeder van jou eigenlijk?' 'Midden in het bos, meneer de wolf, bij de drie oude eiken en de vijver. Ze is ziek en ik ga haar wat lekkers brengen.' De wolf keek naar het mandje dat aan de arm van Roodkapje hing. 'Dat lekkers zit zeker daarin?' vroeg hij. 'Ja. Een taart en een fles wijn, meneer de wolf.'
'Mmm… heerlijk. Je verwent haar wel, hè?' 'Natuurlijk,' zei Roodkapje, 'want ze is de liefste grootmoeder van de hele wereld.' 'Maar jij bent ook heel lief,' zei de wolf. Roodkapje bloosde. Ze liep gauw verder en begon weer een vrolijk liedje te zingen. De wolf liep met haar mee en dacht ondertussen: het is inderdaad een leuk meisje, die Roodkapje. Mooie blonde haren, een lief gezichtje en zulke prachtige blauwe ogen. En zo beleefd. Jammer om haar op te eten, maar ja, niks aan te doen. Zo'n smakelijk hapje kan ik niet voorbij laten gaan.
Trouwens, die grootmoeder zal ook nog best smaken. Als ik het slim aanpak, dan heb ik vandaag een feestmaal. Eerst vreet ik dat ouwe mens op en dan, als toetje, dit heerlijke jonge meisje. Roodkapje stapte flink door en de wolf zei: 'Wat loop je toch hard. Je kijkt niet eens naar al die prachtige bloemen die langs het pad groeien. Je zou een bos bloemen voor je grootmoeder kunnen plukken. Dan zal ze helemaal blij zijn.' Roodkapje bleef staan. Dat was inderdaad een goed idee van de wolf. 'Daar verderop, tussen de struiken,' zei de wolf, 'staan nog veel mooiere bloemen.' 'Ik mag niet van het pad af, meneer de wolf,' zei Roodkapje. 'Voor eventjes mag dat wel, hoor. Het is toch voor je grootmoeder?'
Roodkapje keek de wolf aan en zag een vreemd lichtje in zijn ogen. 'Nou, ik moet weer eens verder,' zei de wolf gauw. 'Ik heb nog iets anders te doen. Dag Roodhapje ... eh ... Roodkapje. Tot ziens.' En weg was de wolf.
Roodkapje liep een stukje het bos in. De wolf had gelijk; het stond er vol sleutelbloemen, bosanemonen en vingerhoedskruid. Roodkapje zette haar mandje neer en begon te plukken. Wat zou grootmoeder straks blij zijn met zo'n mooie ruiker!
Ondertussen rende de wolf zo hard als hij kon naar het huisje van grootmoeder en klopte op de deur. 'Wie is daar?' riep grootmoeder. 'Roodkapje! Ik kom u een heerlijke taart brengen en een lekkere fles wijn!' Het bleef even stil aan de andere kant van de deur. Toen vroeg grootmoeder: 'Waarom klinkt je stem zo raar, Roodkapje?' 'Ik ben een beetje verkouden, grootmoeder,' antwoordde de wolf. 'Kom dan maar gauw binnen, lief kind,' riep grootmoeder. 'Trek maar aan het touwtje dat uit de brievenbus hangt, dan gaat de deur vanzelf open. Ik kan niet uit mijn bed komen, want ik ben te ziek.'
De wolf gaf een ruk aan het touwtje, duwde de deur open en stormde het huisje binnen. Met één sprong zat hij op het bed van grootmoeder en met één grote hap slokte hij haar op. Het enige dat hij niet opat, was haar bril. Die vond hij niet lekker.
'Zo, dat is één,' zei hij tevreden en hij likte met zijn grote tong langs zijn bek. Hij maakte een kast open en haalde er een nachthemd van grootmoeder uit. Dat deed hij aan en hij trok ook nog een slaapmuts over zijn wolvekop. Daarna ging hij in bed liggen en zette de bril op zijn grote neus. Tevreden gromde hij: 'En nu maar wachten op het toetje.'
Roodkapje was klaar met bloemen plukken. Ze had nu een prachtig boeket en ging opgewekt op weg naar grootmoeder. Bij het huisje bleef ze staan. 'Wat raar,' zei ze, 'de deur staat helemaal open.' Ze liep voorzichtig naar binnen en zag dat grootmoeder in bed lag. Gelukkig, er was niets aan de hand. 'Dag grootmoeder,' riep ze opgewekt.
'Dag lief kind,' antwoordde grootmoeder met een zachte bromstem. Roodkapje liep naar het bed en schrok: wat zag grootmoeder er vreemd uit. 'Grootmoeder, wat heb je grote oren,' zei ze verbaasd. 'Dat is om je beter te kunnen horen, lief kind.' 'Maar grootmoeder, wat heb je grote ogen.' 'Dat is om je beter te kunnen zien, lief kind.' 'Maar grootmoeder, wat heb je grote handen.' 'Dat is om je beter te kunnen pakken.' 'Maar grootmoeder, wat heb je een grote mond.' 'Dat is om je beter op te kunnen eten.' En de wolf sprong uit bed en slokte Roodkapje in één hap naar binnen. Het enige dat hij niet opat, was haar rode mutsje. Dat vond hij niet lekker. Daarna viel hij in slaap en begon luid te snurken.
Toevallig kwam net de jager voorbij. Hij bleef voor het huisje staan en luisterde. 'De oude dame snurkt wel hard vandaag,' zei hij. 'Ik zal eens even kijken of alles goed met haar is.' Hij ging naar binnen en zag de wolf in bed liggen. Eerst snapte hij er niets van en mompelde: 'Wat doet die ouwe rover in het bed van grootmoeder?' Ineens zag hij het rode mutsje op de grond liggen. 'Potverdrie, die smeerlap heeft Roodkapje en haar grootmoeder opgegeten!' De jager pakte een schaar uit het naaimandje van grootmoeder en knipte de buik van de wolf open. Die sliep zo vast dat hij het niet eens merkte. Roodkapje en grootmoeder stapten alletwee uit de buik van de wolf. Roodkapje riep: 'O, wat was het donker in die buik. Dank u wel, lieve jager, dat u ons gered heeft.' Grootmoeder mopperde: 'Mijn bril, waar is mijn bril?' De wolf had haar bril nog steeds op zijn grote neus en grootmoeder zette hem gauw weer zelf op.
'We zullen die wolf eens een lesje leren,' zei de jager. Hij haalde buiten een paar grote stenen, stopte die in de buik van de wolf en naaide de buik weer netjes dicht. Daarna verstopten ze zich met zijn drieën in de kast en wachtten af. De deur lieten ze op een kier staan om alles goed te kunnen zien.
Algauw werd de wolf wakker. Hij kreunde: 'Aaaah ... oeoeoeh … wat heb ik een buikpijn. Dat ouwe mens en dat jonge meisje liggen wel erg zwaar op de maag. En wat heb ik een dorst.' Hij klom met moeite uit bed, strompelde het huisje uit en sleepte zich naar de vijver. Toen hij zich voorover boog om een slok water te nemen, rolden alle stenen in zijn buik naar voren. Met een enorme plons viel de wolf in het water en verdronk.
Roodkapje, grootmoeder en de jager sprongen uit de kast. Ze dansten vrolijk door het huisje. Daarna aten ze de taart op en dronken de fles wijn leeg.
Zo vierden ze feest, omdat alles toch nog goed was afgelopen.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Moeder waarschuwt Roodkapje om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven, niet te treuzelen en niet met vreemden te praten. In het bos komt Roodkapje de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont, en laat zich verleiden om in het bos bloemen te plukken. Intussen gaat de wolf naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, kan binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de deur die open is, en over de ogen, oren, handen en mond van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De wolf snurkt zo luid dat een jager gaat kijken, het rode mutsje ziet liggen en begrijpt dat de wolf Roodkapje en grootmoeder heeft opgegeten. Met een schaar knipt hij de buik van de wolf open, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Ze vullen de buik van de wolf met stenen, nadat hij wakker is geworden heeft hij dorst. Hij buigt zich bij het drinken uit de vijver te ver naar voren, valt in het water en verdrinkt.

Bron

Jacques Vriens. Grootmoeder, wat heb je grote oren ...: klassieke sprookjes opnieuw verteld voor jonge kinderen. Houten: Van Holkema & Warendorf, 1996
KB: 4086683
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Ills Philip Hopman

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Liesje    Liesje   

Roodhapje    Roodhapje   

Datum Invoer

2019-06-12