Hoofdtekst
ROODKAPJE
Kijk, daar gaat Roodkapje. Bij elke stap die ze zet, wipt haar rode kapje boven de struiken uit die langs het bospad staan. Bospad? Ja, ze loopt door het bos naar oma. Natuurlijk mag ze dat niet, maar Roodkapje is niet alleen het vrolijkste en leukste meisje van het dorp, zo nu en dan is ze ook het domste.
"Dag meisje, wat doe jij hier zo alleen ?" Ooh! Een wolf! Van schrik laat Roodkapje alle bloemen vallen die ze geplukt heeft. "Je hoeft niet bang te zijn, hoor," zegt de wolf, "vertel eens, waar ga je naar toe ?" "N-n-naar m-m-mijn oma," stottert Roodkapje. "Ze is ziek en mama heeft koekjes voor haar gebakken." "Waar woont jouw oma dan? Toch niet in het bos ?" Hij vraagt het zo vriendelijk dat Roodkapje niet bang meer is. "Ze woont aan de andere kant van het dorp en omdat ik bloemen voor haar wilde plukken, ben ik door het bos gegaan," lacht ze. De wolf loopt naar haar toe en snuffelt aan de koekjes in het mandje aan haar arm. "Lekker hoor. Jouw oma is vast erg aardig. Ik wil haar ook bezoeken. Zullen we doen wie er het eerste is ? Neem jij dit pad maar, dan neem ik het andere." Roodkapje knikt. Wat lief van de wolf dat hij ook naar haar zieke oma wil.
Maar is dat écht zo lief? Zo hard hij kan, rent de wolf over de kortste weg door het bos. Bij het huisje van oma klopt hij op de deur. "Wie is daar?" roept oma vanuit haar bed. ' De wolf zegt: "Ik ben Roodkapje, oma. Ik heb koekjes." "Trek maar aan het klosje, dan gaat de deur open." Oma's stem klinkt blij, maar als de wolf binnenkomt... "Jij bent Roodkapje niet," gilt oma. “Grrr, gromt de wolf, neemt een sprong en hapt!
Roodkapje is ook bij oma's huisje gekomen. Net zoals de wolf deed, klopt ze aan. "Ik ben Roodkapje, oma. Ik heb koekjes." Ze weet hoe ze de deur moet openmaken en even later staat ze in de slaapkamer. Maar wat ziet oma er raar uit! "Oma," fluistert ze, "wat heb je grote oren !" "Dat is om jou beter te kunnen horen." De stem van de wolf klinkt bijna zoals die van oma. "Het is oma en toch weer niet," denkt Roodkapje. "Waarom zijn je armen zo lang, oma ?" "Dan kan ik je beter omhelzen, mijn kind," zegt de wolf. "Oma, wat heb je lange benen !" "Dan kan ik harder lopen, mijn kind." "Oma, wat heb je een grote neus." "Ach kind, dan kan ik je beter ruiken." "Oma, w-w-waarom h-h-heb je z-z-zo'n grote m-m-mond ?" "Dat is om jou beter te kunnen opeten," en de wolf hapt Roodkapje op, nét zoals hij bij oma gedaan heeft.
De vader van Roodkapje vindt dat ze toch wel erg lang wegblijft. "Ik ga haar halen," denkt hij en omdat hij jager is en nooit zonder zijn geweer weggaat, neemt hij het ook nu mee. Dat is maar goed ook, want bij oma's huisdeur hoort hij: "Grrrrt..., grrrrt." "Dat lijkt wel snurken," zegt vader hardop, "maar zoveel lawaai maakt oma toch niet?” Vlug doet hij de deur van de slaapkamer open en als hij de wolf in oma's bed ziet met háár nachtpon aan en háár slaapmuts op, begrijpt hij wat er gebeurd is. Hij slaat met zijn geweer op de kop van de wolf, snijdt met een mes zijn buik open en gelukkig, daar zijn ze. Achter elkaar komen ze te voorschijn: eerst Roodkapje en dan oma.
Vader haalt vlug wat stenen uit de tuin, duwt ze in de buik van de wolf, naait de buik weer dicht en verstopt zich met oma en Roodkapje onder het bed. Net op tijd! De wolf kreunt. "Wat doet mijn kop pijn en wat heb ik een dorst!" zegt hij. Langzaam staat hij op en loopt zwaaiend op zijn vier poten naar buiten, naar de put. "Als ik wat gedronken heb, voel ik mij vast beter," denkt hij. Daar had vader op gehoopt. De wolf buigt zich diep over de put om te drinken. Omdat zijn buik nu vol stenen zit en heel zwaar is, valt hij voorover in de put.
Wat zijn ze allemaal blij. De boze wolf kan nooit meer iemand kwaad doen. Samen lopen ze naar huis, naar moeder. Door het bos? Nee, hoor, daar is Roodkapje nooit meer geweest.
Kijk, daar gaat Roodkapje. Bij elke stap die ze zet, wipt haar rode kapje boven de struiken uit die langs het bospad staan. Bospad? Ja, ze loopt door het bos naar oma. Natuurlijk mag ze dat niet, maar Roodkapje is niet alleen het vrolijkste en leukste meisje van het dorp, zo nu en dan is ze ook het domste.
"Dag meisje, wat doe jij hier zo alleen ?" Ooh! Een wolf! Van schrik laat Roodkapje alle bloemen vallen die ze geplukt heeft. "Je hoeft niet bang te zijn, hoor," zegt de wolf, "vertel eens, waar ga je naar toe ?" "N-n-naar m-m-mijn oma," stottert Roodkapje. "Ze is ziek en mama heeft koekjes voor haar gebakken." "Waar woont jouw oma dan? Toch niet in het bos ?" Hij vraagt het zo vriendelijk dat Roodkapje niet bang meer is. "Ze woont aan de andere kant van het dorp en omdat ik bloemen voor haar wilde plukken, ben ik door het bos gegaan," lacht ze. De wolf loopt naar haar toe en snuffelt aan de koekjes in het mandje aan haar arm. "Lekker hoor. Jouw oma is vast erg aardig. Ik wil haar ook bezoeken. Zullen we doen wie er het eerste is ? Neem jij dit pad maar, dan neem ik het andere." Roodkapje knikt. Wat lief van de wolf dat hij ook naar haar zieke oma wil.
Maar is dat écht zo lief? Zo hard hij kan, rent de wolf over de kortste weg door het bos. Bij het huisje van oma klopt hij op de deur. "Wie is daar?" roept oma vanuit haar bed. ' De wolf zegt: "Ik ben Roodkapje, oma. Ik heb koekjes." "Trek maar aan het klosje, dan gaat de deur open." Oma's stem klinkt blij, maar als de wolf binnenkomt... "Jij bent Roodkapje niet," gilt oma. “Grrr, gromt de wolf, neemt een sprong en hapt!
Roodkapje is ook bij oma's huisje gekomen. Net zoals de wolf deed, klopt ze aan. "Ik ben Roodkapje, oma. Ik heb koekjes." Ze weet hoe ze de deur moet openmaken en even later staat ze in de slaapkamer. Maar wat ziet oma er raar uit! "Oma," fluistert ze, "wat heb je grote oren !" "Dat is om jou beter te kunnen horen." De stem van de wolf klinkt bijna zoals die van oma. "Het is oma en toch weer niet," denkt Roodkapje. "Waarom zijn je armen zo lang, oma ?" "Dan kan ik je beter omhelzen, mijn kind," zegt de wolf. "Oma, wat heb je lange benen !" "Dan kan ik harder lopen, mijn kind." "Oma, wat heb je een grote neus." "Ach kind, dan kan ik je beter ruiken." "Oma, w-w-waarom h-h-heb je z-z-zo'n grote m-m-mond ?" "Dat is om jou beter te kunnen opeten," en de wolf hapt Roodkapje op, nét zoals hij bij oma gedaan heeft.
De vader van Roodkapje vindt dat ze toch wel erg lang wegblijft. "Ik ga haar halen," denkt hij en omdat hij jager is en nooit zonder zijn geweer weggaat, neemt hij het ook nu mee. Dat is maar goed ook, want bij oma's huisdeur hoort hij: "Grrrrt..., grrrrt." "Dat lijkt wel snurken," zegt vader hardop, "maar zoveel lawaai maakt oma toch niet?” Vlug doet hij de deur van de slaapkamer open en als hij de wolf in oma's bed ziet met háár nachtpon aan en háár slaapmuts op, begrijpt hij wat er gebeurd is. Hij slaat met zijn geweer op de kop van de wolf, snijdt met een mes zijn buik open en gelukkig, daar zijn ze. Achter elkaar komen ze te voorschijn: eerst Roodkapje en dan oma.
Vader haalt vlug wat stenen uit de tuin, duwt ze in de buik van de wolf, naait de buik weer dicht en verstopt zich met oma en Roodkapje onder het bed. Net op tijd! De wolf kreunt. "Wat doet mijn kop pijn en wat heb ik een dorst!" zegt hij. Langzaam staat hij op en loopt zwaaiend op zijn vier poten naar buiten, naar de put. "Als ik wat gedronken heb, voel ik mij vast beter," denkt hij. Daar had vader op gehoopt. De wolf buigt zich diep over de put om te drinken. Omdat zijn buik nu vol stenen zit en heel zwaar is, valt hij voorover in de put.
Wat zijn ze allemaal blij. De boze wolf kan nooit meer iemand kwaad doen. Samen lopen ze naar huis, naar moeder. Door het bos? Nee, hoor, daar is Roodkapje nooit meer geweest.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Hoewel het niet mag, gaat Roodkapje door het bos naar haar zieke grootmoeder. Ze plukt bloemen, komt de wolf tegen die ze vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf gaat via de kortste weg naar grootmoeders huis, klopt, doet de stem van Roodkapje na, mag binnen komen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als haar en gaat in bed liggen. Roodkapje klopt aan, maar weet hoe ze binnen kan komen. Ze verbaast zich over de oren, armen, benen, neus en mond van grootmoeder waarna de wolf haar opeet. De vader van Roodkapje gaat haar halen, vindt de wolf in grootmoeder's bed, slaat de wolf met zijn geweer, maakt zijn buik open, waarna Roodkapje en grootmoeder te voorschijn komen. Vader vult de buik van de wolf met stenen. De wolf verdrinkt als hij bij het drinken in de put valt. Roodkapje is nooit meer in het bos geweest.
Bron
Carry W. Zijlstra-van Dijk. Sprookjes van Moeder de Gans. Antwerpen [etc.]: De Ballon, 1991
KB: 2042875
Collectie Roodkapje/Karsdorp
KB: 2042875
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
B211.2.4 - Speaking wolf.   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Commentaar
Ills Ingrid Godon
Naar Charles Perrault
Naar Charles Perrault
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
Datum Invoer
2019-06-17
