Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FRANKE149 - Droomgezicht

Een sage (boek), 1934

Hoofdtekst

Er zijn machten in ons die wij niet begrijpen. Er werken krachten die boven het verstand gaan.
Kent ge de geschiedenis van die vrouw op Ameland? Weet ge wat ze droomde?
Ze droomde van haar zoon. Van haar jongen die jaren geleden naar zee was gegaan.
Wat kon ze anders doen dan aan haar jongen denken en van hem droomen? Was hij niet het eenige dat ze bezat op aarde? Was hij niet haar oogappel, haar leven, haar ziel? Hoe zou ze aan andere dingen kunnen denken dan aan hem? Wat ging haar de rest van het eiland aan. Wat gaf ze om regen en zon?
Nee, er was maar een ding waaraan ze kon denken en dat was aan hem die van haar weggegaan was. Aan hem die de zee haar eens ontroofde.
O, ze haatte de zee. De zee nam maar. Nam het liefste bezit en wat gaf zij terug?
Bij dag en bij nacht dacht de vrouw aan haar jongen. Ze zag hem voor zich zooals hij als blonde knaap om haar heen sprong. Zijn blauwe kijkers schitterden als de zee op Zondag.
Ze deed haar werk en dacht aan den jongen, at en dacht aan hem, ging naar de kerk en bad voor hem, sliep en droomde van hem.
Eens op een nacht droomde ze zoo sterk dat ze hem in levende lijve voor zich zag. Hij stond voor haar zooals ze hem jaren geleden gezien had. Zijn blonde haren krulden boven zijn blauwe kiel en zijn heldere oogen schitterden als de zee op een zomerdag, en Moene zei hij, Moene.
Was dat niet heerlijk? Ze dacht dat hij haar vergeten had en nu sprak hij haar aan met het woord dat op Ameland moeder beteekent, Moene.
Hij had haar dus niet vergeten. Hij dacht dus wel aan haar evenals zij aan hem.
Maar wat was dat? Waarom klonk dat Moene zoo vreemd? Was er angst in de klank van de langaangehouden "oe"?
O, er zijn krachten in ons die we niet begrijpen. Er werken machten die ons verstand te boven gaan.
Ze droomde, de vrouw van Ameland, ze droomde, maar ze voelde dat er angst was in de stem van haar jongen. Ze voelde dat hij om haar riep, dat hij haar noodig had, dat zijn ziel de hare zocht.
Hij had al die tijd niets van zich laten hooren. Nee, nee, dat had hij ook niet, maar nu was zijn ziel in nood.
Moest hij de mast in? Klimt hij in het want omhoog?
Zeker, de vrouw van Ameland ziet het duidelijk in haar droom. Hij moet in de mast klimmen. Hij moet de zeilen met touwtjes vastknoopen en zijn ziel is in nood.
Moene roept zijn stem, Moene!!! en de vrouw van Ameland hoort hoe de angst er in trilt. Ze ziet hoe zijn gele krullebol daar hoog in het want boven zijn blauwe trui uitschitterd, ze ziet zijn blauwe oogen, klaar als de zee, maar ze ziet ook de angst die er in huivert.
Moene hoort haar ziel, Moene en dan ... een doffe plof!!!
De vrouw van Ameland schrikt wakker en ze weet heel goed wat die plof te beduiden had.
Het was niet het huilen van de wind en ook niet het dreunen van de zee.
Het was haar jongen die uit de mast viel.
Met gebroken leden ligt hij nu op het dek en nooit zal zijn mond meer het zoete woord Moene uit kunnen spreken.
En als na jaren een zeeman op Ameland komt en de vrouw opzoekt vertelt hij haar hoe het haar zoon vergaan is. Dat hij in de mast moest klimmen en Moene!!! Moene!!! schreeuwde toen hij naar beneden plofte.
En het gebeurde in de nacht toen de vrouw van Ameland haar voorzeggende droom had.
Zeker, er zijn dingen die we niet kunnen begrijpen.

Beschrijving

Een vrouw droomt over haar overleden zoon. Haar droom is zo levendig dat het haast echt is en ze ziet in haar droom hoe hij om het leven is gekomen.

Bron

Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 226-227.