Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FRANKE150 - De heks van het Oerd

Een sage (boek), 1934

Hoofdtekst

Op Ameland woonde ze, de oude heks. Op het Oerd huisde ze. Daar op het uiterste puntje had ze haar ruwe hut gebouwd.
Niemand wist wie ze was en vanwaar ze kwam. Men zei dat ze zelf haar hut gebouwd had. Van oude stukken wrakhout dat de zee aanspoelde had ze het getimmerd.
Zelf was ze ook met de golven meegekomen, vertelden de menschen.
Hoe zou ze ook anders op Ameland aangeland zijn. Niemand had haar ooit zien komen, niemand kon haar afkomst aanwijzen.
Zelf sprak ze er niet over.
Ze sprak eigenlijk met niemand, de oude heks. Ze hokte maar in haar oude ruwe hut en dwaalde over het Oerd. Ze zocht kruiden en planten en brouwde daar haar dranken van.
Wat waren het voor dranken?
Wie zal het zeggen. Wie weet wat voor dranken zeeheksen brouwen? Wie weet welke krachten ze er mee bezweren? Wie weet de geheime dingen van den duivel?
Want dit stond wel vast, de heks van het Oerd stond met den duivel in nauwe relatie.
Hoe zou ze anders aan haar nooddruft komen indien de duivel het haar niet bracht? Ze zaaide niet en ze maaide niet en nooit zag men haar in het dorp om eenigerlei inkoop te doen. Was het een gewone oude vrouw geweest dan had ze toch moeten eten. Maar deze scheen van de menschen niets noodig te hebben. Het was dus wel klaar dat de duivel hier de hand in had.
Men fluisterde er over met ingehouden adem. De menschen meden het Oerd en de hut van de oude heks. Hij die er geen boodschap had kwam er niet. En die er wel moest wezen bekruisigde zich vele malen en keerde terug zoodra zijn bezigheden dat veroorloofden.
De oude heks zelf liet de menschen maar begaan. Hoe minder ze in haar buurt kwamen hoe beter. Zij hokte in haar ruwe hut en verzorgde haar vlier.
Zonderlinge dingen gebeurden er bij het Oerd.
Wanneer in inktdonkere nachten de storm over het eiland loeide begon de heks met haar duivelswerk.
O, ze hield het met den duivel.
Als de duivel er niet bij betrokken was geweest zou ze niet haar oude zwarte koe een lantaarn voor de kop gebonden hebben.
In stikdonkere nachten deed ze dat. Wanneer de zee dreunde en de storm gierde. In nachten dat de golven tegen de duinen beukten. Dat het scheen of het einde van het eiland nabij was; of het verzwolgen zou worden door de woeste bulderende zee.
In zulke nachten bond ze de stallantaarn voor de kop van haar oude zwarte koe.
Gillend en krijschend rende de oude heks achter het stramme beest aan en joeg het het duin in. Ze sloeg met een tak van haar vlier, de vlier die voor haar hut stond en die ze zoo liefderijk verzorgde, en Godslasterlijk waren de woorden die ze uitbraakte. Ze vloekte tegen de storm en tegen de verbolgen zee, ze daagde de inktzwarte hemel uit haar te verdelgen als hij kon, ze gilde en gilde en zwaaide met haar lange magere armen en joeg de koe voort, de koe met de brandende stallantaarn voor de kop, tusschen de hoorns.
En wanneer dan de ongelukkige schipper op haar verraderlijke licht afkwam en het schip op het harde zand jammerlijk te pletter sloeg gilde ze hoog op en roofde met gierige vingers de dingen van waarde die aangespoeld kwamen. De lijken beroofde ze van hun sieraden en de lichamen die nog ademden liet ze liggen, zonder hulp. Luid gillend klonk haar duivelsche lach over het verlaten Oerd. Heet siste de adem door haar brokkelige bruine tanden en het schuim blaasde op haar lippen.
Maar eens op een keer was de heks plotseling verdwenen.
Haar hut bleef verlaten op het eenzame Oerd.
De vlier groeide en bloeide en geurde en fleurde maar de heks was er niet meer om hem te verzorgen. Ook joeg ze de koe niet meer in het duin.
Het dansende licht werd niet meer gezien, het licht voor op de kop van de koe, dat plotseling verscheen en dan weer verdween, dat wiegelde en waggelde, dat ongeluk bracht en dood en verderf.
Na die verschikkelijke nacht toen de brik strandde verdween de heks.
Ze had ook DIE brik in het ongeluk getrokken met haar dansende lantaarn. Ze had gegild en gekrijscht en haar kromme gierige vingers hadden de ringen gestroopt van de gezwollen handen van de vreemdlandige drenkelingen.
Maar toen ze neerknielde bij die eene, toen ze haar gele gerimpelde gezicht boog over het lijk van die eene jongen, toen ze zich in gillende haat kromde over het doode opgezwollen lichaam van haar eigen zoon, verstarde ze plotseling.
Haar schelle heksengegil dat zooeven nog om de stormmuziek heen kringelde, haar schrille heksengehuil dat daarnet nog boven het gdreun van de verbolgen zee uitgierde, knapte plotseling af.
Haar kromme grijpvingers, de vingers die al in de zakken graaiden, verstijfden plotseling en de steekvlam in haar oogen, de witgloeiende haat in haar oogen doofde plotseling uit.
En of er toen een barmhartige golf gekomen is die de heks en haar doode zoon meegevoerd heeft, ver, ver, de groote zee in, wie zal het zeggen ...
Zeker is dat ze na die tijd niet meer op het Oerd gezien is.
Haar vervallen hut heeft er nog lange tijd gestaan en de vlier, de vlier die ze zoo goed verzorgde, misschien heeft haar kleine jongen daar in gelukkiger tijden wel onder gespeeld, wie weet het, die vlier geurt en fleurt nog altijd op het Oerd van Ameland.
Maar van de heks heeft nooit iemand meer iets vernomen.
Alleen de schrikkelijke herinnering aan haar zondig bestaan leeft nog voort.

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Op het Oerd op Ameland leefde een heks. Zij misleidde schippers door tijdens de storm een lantaarn aan haar koe te binden en die de duinen in te jagen. Zo stal zij dan de kostbaarheden van de aangespoelde drenkelingen. Nadat op een dag haar zoon aanspoelde, is er nooit meer iets van haar vernomen.

Bron

Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 228-230.

Naam Locatie in Tekst

Ameland    Ameland   

Het Oerd    Het Oerd