Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE040

Een sprookje (boek), 1962

Hoofdtekst

ROODKAPJE
Er was eens een klein meisje met prachtige goudblonde krullen en blozende wangen. Zij droeg altijd een rood manteltje en een rood mutsje, wanneer zij uitging, en de mensen noemden haar gewoonlijk Roodkapje.
Nu was Roodkapje's moeder een vrouw, die altijd dacht aan mensen, die het niet zo goed hadden als zijzelf en toen ze dus hoorde, dat Grootmoeder ziek te bed lag en niemand had om op haar te passen, zei zij tegen Roodkapje: “We moeten er voor zorgen, dat Grootmoeder voldoende te eten krijgt, anders wordt ze niet beter. Ik zal een mandje vol pakken met lekkere dingen en dat moet jij naar Grootmoeder brengen!"
Dat vond Roodkapje heerlijk en zij verheugde zich op de wandeling naar Grootmoeder's huisje. Haar moeder begon meteen het mandje in te pakken en stopte er twee grote, verse koeken, een pot jam, wat rode appelen en sappige peren en een fles versterkende wijn in. Daarna gaf zij het mandje aan haar dochtertje en zei: “Denk er aan, dat je de kortste weg door het bos neemt, Roodkapje. Er loopt een lelijke wolf door het bos en je moet met dus beloven, dat je steeds op het pad blijft." Roodkapje beloofde het, trok haar rode manteltje aan, zette haar rode mutsje op en liep vrolijk het tuinpad af met het mandje aan haar arm.
Wat een prachtige dag was het! De zon scheen en de vogels zongen luidkeels in de bomen. Roodkapje vond het altijd fijn om in het bos te wandelen en de weg naar Grootmoeder's huisje was een van de mooiste wandelingen door het bos. Zij had zo'n haast om in het bos te komen, dat ze geen tijd had zich om te draaien en moeder nog eens toe te wuiven, die haar nakeek, totdat zij uit het gezicht verdwenen was. Daarna ging moeder het huis weer binnen om het eten klaar te maken.
Roodkapje had spoedig het bospaadje bereikt, dat haar regelrecht naar Grootmoeder's huisje zou brengen. Zacht liep ze een liedje te zingen en keek naar al die bloeiende bomen om haar heen en naar de voorjaarsbloemen op de grond.
“Ik weet wat," riep ze eensklaps uit. “Ik zal een bos je bloemen plukken voor Grootmoeder.
Dat vindt ze vast erg leuk en haar slaapkamertje zal zo lekker naar de bloemen gaan geuren!" Er waren zoveel bloemen, dat Roodkapje bijna niet wist waar ze beginnen zou. Er stonden sleutelbloemen en anemonen en viooltjes en nog veel meer. Al spoedig was Roodkapje van het pad afgedwaald zonder dat zij dit bemerkte. Zij plukte een arm vol met bloemen en toen zag ze ineens dat ze de belofte aan haar moeder gebroken had. En ze wist niet, dat achter een dikke boom, de boze wolf haar gadesloeg en zijn lippen reeds aflikte.
Eensklaps kwam de wolf achter de boom vandaan en zei op vriendelijke toon: “Goede morgen, lief kind! Wat een prachtige dag, hè?" Roodkapje sprong verschrikt achteruit, toen zij de stem van de wolf hoorde, maar deze zei: “Wees maar niet bang, Roodkapje. Ik zal je geen kwaad doen. Ik vroeg me alleen af waar jij op zo'n prachtige ochtend wel heen gaat." “Ik ga Grootmoeder opzoeken," zei Roodkapje. “Ze ligt ziek te bed en mamma heeft een mand vol met lekkere dingen voor haar ingepakt, die ik haar nu ga brengen."
"Wat een lieve moeder heb jij," zei de wolf.
"Maar jij bent ook lief om dat helemaal naar je arme grootmoeder toe te brengen. Wil je haar vooral mijn groeten doen als je bij haar bent?"
Roodkapje zei, dat ze het niet vergeten zou en nam afscheid van de wolf.
Er was een plannetje bij de boze wolf opgekomen. Hij verdween snel in het kreupelhout en rende zo snel hij kon voort, totdat hij Grootmoeder's huisje bereikt had. Daar klopte hij aan de deur. Grootmoeder was net op het punt om in slaap te vallen, toen zij het kloppen hoorde.
"Wie is daar?" vroeg ze met een hoog, zwak stemmetje.
"Ik ben het ... Roodkapje. Ik kom U opzoeken en breng een mandje lekkers mee voor U van moeder."
Grootmoeder was blij, dat haar kleindochtertje er was en riep: "Trek maar aan het touw mijn kind, dan gaat de deur vanzelf open!" De boze wolf deed precies wat Grootmoeder zei en ging naar binnen. Toen de wolf zijn kop om de hoek van de slaapkamer stak, schrok Grootmoeder vreselijk, maar zij had geen tijd om "hulp!" te roepen, want de wolf sprong op het bed toe, opende zijn mond en met één geweldige hap slikte hij Grootmoeder door. Vervolgens zette de wolf haar nachtmuts op. stapte in bed en dekte zich toe met de dekens, die hij tot aan zijn nek over zich heen trok.
Intussen liep Roodkapje met haar mandje en haar bloemen rustig door het bos naar Grootmoeders huisje. Ongeduldig lag de wolf op haar te wachten. Eindelijk hoorde hij buiten haar voetstappen en toen ze op de deur klopte, riep hij met een hoog, zwak stemmetje:
"En, o, Grootmoeder, wat hebt U een grote tanden!"
"Nu kan ik je beter opeten," brulde de wolf met zijn eigen, harde stem en voordat Roodkapje wist wat er gebeurde, had de boze wolf de dekens van zich afgeworpen en at het kleine meisje in één grote hap op.
Na deze zware maaltijd begon de wolf zich erg slaperig te voelen en hij dacht: "Voordat ik aan die mand vol lekkere hapjes begin, die Roodkapje meegebracht heeft, ga ik eerst even een dutje doen." Hij kroop dus weer onder de dekens en viel meteen in diepe slaap. Hij was echter zo dik geworden van het eten, dat hij een beetje moeilijk ademhaalde en eindelijk begon te snurken. Zijn gesnurk klonk al luider en luider en tenslotte werd het zo erg, dat zijn bed er van schudde en de ruiten trilden. Het leek wel of het stormde! Men kon het lawaai buiten horen en toen een jager voorbij kwam, op weg naar zijn huis, was het geen wonder, dat hij bleef staan luisteren naar dat vreemde geluid, dat uit het kleine huisje kwam.
"Ik begrijp niet, wat daar binnen aan de hand is," zei hij tot zichzelf. "Wat een raar geluid is dat. Ik geloof, dat ik maar eens een kijkje ga nemen!"
Jullie kunt je de verbazing van de jager voorstellen, toen hij de deur van de slaapkamer opende en de wolf in Grootmoeder's bed zag liggen snurken in een diepe, diepe slaap. De wolf sliep zo vast, dat hij de jager niet had horen binnenkomen en hij ging maar door met snurken. De jager liet geen minuut voorbijgaan.
Hij wist alles van de boze wolf af en hij had de boeren horen klagen, dat het dier de kippen opat, en de schapen wegsleepte en een grote schade veroorzaakte. Dit was een schitterende gelegenheid om de boeren van hun zorgen te bevrijden. Met een groot mes sneed hij de maag van de wolf open en daar stapten Grootmoeder en Roodkapje naar buiten, helemaal ongedeerd. Wat een verrassing was dat voor hen allen! Ze waren zo blij en dankbaar dat de jager hun leven gered had, dat zij nauwelijks woorden konden vinden om hem genoeg te bedanken.
Toen hun eerste verrassing voorbij was, begonnen ze te overleggen op welke wijze ze voor altijd van de boze wolf verlost konden worden.
De jager kreeg een uitstekend idee. Hij liep de tuin in en haalde een paar grote stenen. Daarna ging hij terug naar de slaapkamer, legde de stenen in de maag van de wolf en naaide die toen weer dicht. Vervolgens bonden ze met een sterk touw de poten van de wolf bijeen en sleepten hem het huis uit naar een vijver, die dicht in de buurt was. Daar wierpen zij hem in. De wolf meegegeven. Roodkapje had erge trek gekregen van alle opwinding, die ze doorstaan had en weldra was alles schoon op. Toen trok Roodkapje haar manteltje aan, zette haar rode mutsje weer op en kuste Grootmoeder.
"Kom je gauw terug?" vroeg Grootmoeder. "Ja Grootmoeder," antwoordde Roodkapje, "en dan zal ik niet van het bospad afgaan!" Zoals jullie ziet had Roodkapje haar lesje geleerd en toen zij thuis kwam vertelde zij moeder welk avontuur zij beleefd had. Moeder had zich al erg ongerust gemaakt, toen Roodkapje niet op tijd thuis gekomen was voor het eten. Ze was dolblij dat Roodkapje nu veilig en wel thuis was en ze was de jager even dankbaar als Grootmoeder en Roodkapje zelf.
Nog heel vaak ging Roodkapje haar Grootmoeder opzoeken en hoewel ze nu met meer bang behoefde te zijn voor de boze wolf, bleef ze voortaan toch altijd netjes op het bospad lopen en plukte ze alleen die bloemen, welke ze op het pad vond. Maar moeder was toch altijd erg blij, als Roodkapje weer gezond en wel thuis kwam.
Soms, als Roodkapje in het bos was, kwam ze de jager tegen. Hij en Roodkapje waren de beste vrienden geworden, maar de jager kon nooit nalaten zijn kleine vriendinnetje eventjes te plagen. “Kijk eens, achter die boom, Roodkapje, zie ik daar geen boze wolf?" De eerste keer was zij wel even geschrokken, maar toen ze het lachende gezicht van de jager zag, merkte ze dat hij haar voor de gek hield. “Nee hoor! Die ligt veilig in de vijver!" riep ze opgelucht.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Moeder waarschuwt Roodkapje om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven en niet te treuzelen. In het bos plukt ze bloemen, komt de wolf tegen, en vertelt dat ze naar grootmoeder gaat. De wolf gaat naar grootmoeders huis, klopt aan, doet Roodkapje na, kan binnenkomen, eet grootmoeder op en gaat in haar bed liggen. Als Roodkapje aanklopt doet de wolf grootmoeder na, Roodkapje verbaast zich over de tanden van grootmoeder, waarop de wolf haar opeet. Een jager hoort luid snurken, gaat kijken, vindt de wolf, snijdt de maag van de wolf open waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. De jager vult de wolf met stenen en gooit hem in de vijver. Roodkapje blijft voortaan altijd op het pad.

Bron

A. Bouman. Roodkapje. Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, [1962]
KB: KW BJ 51879
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

Commentaar

Deel van het verhaal ontbreekt
Ills J.C. van Hunnik

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-06-26