Hoofdtekst
Er was eens een klein meisje dat altijd een rood hoedje droeg. Daarom werd zij Roodkapje genoemd
Op een dag vroeg moeder aan Roodkapje om een mandje met lekkernijen naar grootmoeder, die ziek in bed lag, te brengen. "Ga rechtstreeks naar grootmoeders huis, Roodkapje!" zei moeder. "Ga niet van het pad af. De bossen zijn erg gevaarlijk. En praat niet met vreemden!" "Maak je geen zorgen," zei Roodkapje
Op het bospad kwam Roodkapje een houthakker tegen. “Waar ga je naar toe, Roodkapje?" vroeg hij. “Ik breng wat lekkers naar grootmoeder omdat zij ziek is," zei Roodkapje. "Dat is erg lief van je," zei de houthakker. "Maar vergeet niet, de bossen kunnen gevaarlijk zijn. Ga niet van het pad af. En praat niet met vreemden!" “Maak je geen zorgen," zei Roodkapje
Even later, kwam Roodkapje een grote grijze wolf tegen. "Waar ga je naartoe, Roodkapje?" vroeg hij. "Ik mag niet met vreemden praten," zei Roodkapje. "Zou ik je naam weten als ik een vreemde was?" zei de slimme wolf. "Ik denk het niet," zei Roodkapje. Zij wist namelijk niet dat de wolf haar had gehoord toen zij met de houthakker praatte. Dus vertelde zij aan de wolf waar zij naartoe ging.
De wolf rende naar het huisje van grootmoeder en sloot haar op in de kast. Daarna trok hij haar nachtpon en nachtmuts aan en ging in het bed liggen
Kort daarna kwam Roodkapje aan bij het huisje. Zij vond grootmoeder er vreemd uitzien. "Wat heeft u grote ogen, grootmoeder!" zei ze. "Dat is om je beter te kunnen zien, meisje," antwoordde de sluwe wolf met een verdraaide stem. "En wat heeft u grote tanden," zei Roodkapje. "Dat is om je beter op te kunnen eten!" zei de wolf en sprong uit het bed. Arme Roodkapje! Zij hoorde de wolventanden knarsen, terwijl ze naar de deur rende ....
... en in de armen viel van haar vriend de houthakker. Hij kwam langs om te kijken of het met grootmoeder beter ging. De houthakker gooide de wolf de deur uit en bevrijdde grootmoeder uit de kast. En zo leerde Roodkapje het verschil tussen vrienden en vreemden.
Op een dag vroeg moeder aan Roodkapje om een mandje met lekkernijen naar grootmoeder, die ziek in bed lag, te brengen. "Ga rechtstreeks naar grootmoeders huis, Roodkapje!" zei moeder. "Ga niet van het pad af. De bossen zijn erg gevaarlijk. En praat niet met vreemden!" "Maak je geen zorgen," zei Roodkapje
Op het bospad kwam Roodkapje een houthakker tegen. “Waar ga je naar toe, Roodkapje?" vroeg hij. “Ik breng wat lekkers naar grootmoeder omdat zij ziek is," zei Roodkapje. "Dat is erg lief van je," zei de houthakker. "Maar vergeet niet, de bossen kunnen gevaarlijk zijn. Ga niet van het pad af. En praat niet met vreemden!" “Maak je geen zorgen," zei Roodkapje
Even later, kwam Roodkapje een grote grijze wolf tegen. "Waar ga je naartoe, Roodkapje?" vroeg hij. "Ik mag niet met vreemden praten," zei Roodkapje. "Zou ik je naam weten als ik een vreemde was?" zei de slimme wolf. "Ik denk het niet," zei Roodkapje. Zij wist namelijk niet dat de wolf haar had gehoord toen zij met de houthakker praatte. Dus vertelde zij aan de wolf waar zij naartoe ging.
De wolf rende naar het huisje van grootmoeder en sloot haar op in de kast. Daarna trok hij haar nachtpon en nachtmuts aan en ging in het bed liggen
Kort daarna kwam Roodkapje aan bij het huisje. Zij vond grootmoeder er vreemd uitzien. "Wat heeft u grote ogen, grootmoeder!" zei ze. "Dat is om je beter te kunnen zien, meisje," antwoordde de sluwe wolf met een verdraaide stem. "En wat heeft u grote tanden," zei Roodkapje. "Dat is om je beter op te kunnen eten!" zei de wolf en sprong uit het bed. Arme Roodkapje! Zij hoorde de wolventanden knarsen, terwijl ze naar de deur rende ....
... en in de armen viel van haar vriend de houthakker. Hij kwam langs om te kijken of het met grootmoeder beter ging. De houthakker gooide de wolf de deur uit en bevrijdde grootmoeder uit de kast. En zo leerde Roodkapje het verschil tussen vrienden en vreemden.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Moeder waarschuwt Roodkapje om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven, niet met vreemden te praten en niet te treuzelen. Ook een houthakker waarschuwt haar. In het bos ontmoet ze een wolf, die haar vraagt waar ze naar toe gaat. Eerst wil ze niet met hem praten, maar als de wolf zegt dat hij geen vreemde is omdat hij haar naam weet, vertelt ze dat ze naar grootmoeder gaat. De wolf gaat naar grootmoeders huis en sluit haar op in een kast, trekt haar kleren aan en gaat in bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de ogen en tanden van grootmoeder, waarop de wolf haar wil opeten. Roodkapje rent naar de deur waar de houthakker staat. De houthakker verjaagt de wolf en bevrijdt grootmoeder uit de kast.
Bron
Robyn Bryant. Roodkapje. Lisse: R & B, 2001
KB: 2265002
Collectie Roodkapje/Karsdorp
KB: 2265002
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
B211.2.4 - Speaking wolf.   
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Commentaar
Ills Eric Plouffe
Oorspr. uitg. Montreal: Tormont Publications, 1998
Oorspr. uitg. Montreal: Tormont Publications, 1998
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
Datum Invoer
2019-06-26
