Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE297

Een sprookje (boek), 2011

Hoofdtekst

Op een mooie dag komt de wolf Roodkapje tegen. 'Dag rood hapje, ik bedoel, Roodkapje, zegt de wolf. 'Je ziet er héérlijk uit vandaag. Net een aardbeitje.' 'Dank je, wolf, antwoordt Roodkapje. De wolf zegt met zijn zware stem: 'Het is wel gevaarlijk om alleen in het bos te wandelen. Je kunt een wild beest tegenkomen. Een haai bijvoorbeeld! Haaien zijn heel gemeen.’ 'Gekke wolf,' zegt Roodkapje. 'Er zijn helemaal geen haaien in het bos!' 'Dat is waar!' lacht de wolf. 'Ik maakte maar een grapje. Maar vertel eens, aardbeitje, waar ga je naartoe?' 'Ik ga naar oma, zegt Roodkapje. 'Ze woont aan de andere kant van het bos.' 'Lief van je!' zegt de wolf. 'Maar waarom zo'n haast? Luister eens rustig naar de vogels. En zie je die mooie bloemen? Pluk een boeketje voor je oma. Dat zal ze fijn vinden!' Met die woorden gaat de wolf er fluitend vandoor.
De wolf haast zich door het bos. 'Ik ben de slimste, grinnikt hij. 'Dit wordt smullen! Vandaag eet ik oma, met een aardbeitje toe. Hèhèhè.'
Daar is het huisje van oma. De deur staat op een kier. De wolf sluipt naar binnen. Oma's nachtpon ligt op bed, maar oma zelf is er niet. Jammer, denkt de wolf, die honger begint te krijgen. Maar ik heb een idee! Ik ga me verkleden! De wolf trekt oma's nachtpon aan. 'Nu kruip ik in oma's bed,' zegt de wolf tegen zichzelf. 'En als Roodkapje dan komt, eet ik haar als voorgerecht … smullen maar? Maar eerst ga ik buiten mijn sporen uitwissen.’ De wolf holt de deur uit.
Woesj? BONK? Een windvlaag gooit de deur dicht. De deur zit op slot. De wolf kan niet meer naar binnen.
‘Alle knallen nog aan toe!' hoort de wolf. Het is de jager. Waarom kruipt hij over de grond? ‘O, dag oma, zegt de jager. 'Ik ben mijn bril kwijt. Wilt u me helpen zoeken?' 'Mooi niet!' mompelt de wolf. 'Met zijn bril op herkent de jager mij. Dan ben ik er geweest!'
De wolf gaat er gauw vandoor. Hij heeft nog maar een paar stappen gezet, of hij hoort een stemmetje. 'Dag lieve oma. Heeft u Goudlokje gezien?' Het is Kleine Beer. 'Lieve oma?' bromt de wolf. 'Bah! Ik krijg genoeg van deze malle kleren.' De wolf hoort gelach.
'Dag omaatje!' Het zijn de drie biggetjes. 'Past u op voor de wolf?.' 'Is het nou eens afgelopen met dat ge-oma!' gromt de wolf. 'Ik bén de wolf!’
He ho! He ho!
Je krijgt het niet cadeau!
He ho! He ho!
Maar steeds aan ons bureau ...
He ho! He ho!
Dat vinden wij zo-zo.
He ho! He ho!
Het strand dat lonkt daarzo!
Daar zijn de dwergen. 'Dag oma!' klinkt het uit zeven kelen.
Nu is het genoeg! denkt de wolf. Ik wil geen oma meer genoemd worden! De wolf probeert de nachtpon uit te trekken. Terwijl hij daarmee bezig is, hoort hij: ‘Dag oma!’ Het is de prins. 'Weet u de weg naar het kasteel van Doornroosje?' De wolf verstopt zich, grommend van boosheid.
De wolf probeert de nachtpon over zijn hoofd te trekken. Het lukt niet. De wolf wriemelt, frunnikt, trekt en sjort. Maar die stomme nachtpon wil niet uit.
Daar komt Roodkapje, met een boeketje in haar hand. 'Ha!' grijnst de wolf. 'Mijn aardbeitje zal mij herkennen. Daar zal ik voor zorgen. Let maar op?' Hij trekt zijn gemeenste gezicht en springt tevoorschijn ... Roodkapje schatert het uit. 'Oma? Wat een prachtig wolvenmasker?' roept ze. 'Wat een lange haren? Wat een gemene ogen? Wat een scherpe tanden?' De wolf zucht. 'Ik ben echt de wolf, bromt hij. 'En om het te bewijzen ga ik jou in één hap naar binnen schrokken?' Hij springt op Roodkapje af.
Maar de wolf struikelt over de nachtpon en slaat tegen de grond. Al zijn tanden breken af! 'Nu zie ik het; zegt Roodkapje. 'Je bent echt de wolf! Je hebt net zo'n nachtpon als mijn oma, wist je dat?'
'Fil je hem helpen uiffrekken?' vraagt de wolf. ‘Affeblief?' Dat doet Roodkapje. 'Zonder tanden kun je mij niet opeten, hè,' zegt ze. 'Misschien moet je dan maar een echte aardbei proberen.'

De wolf waarschuwt Roodkapje voor gevaarlijke dieren in het bos. Hij komt als eerste bij grootmoeders huis, maar grootmoeder is er niet. De wolf trekt haar nachtjapon aan, gaat naar buiten om zijn sporen uit te wissen. De deur slaat dicht waardoor de wolf niet meer naar binnen kan. Hij ontwijkt de jager die zijn bril zoekt. In de loop van het verhaal wordt hij door Kleine Beer, de drie biggetjes, de zeven dwergen, de prins van Doornroosje tot zijn ergernis voor grootmoeder. aangezien Roodkapje denkt dat grootmoeder een wolvenmasker heeft opgezet, de wolf probeert haar te grijpen, maar struikelt over de nachtpon. De wolf vraagt Roodkapje hem te helpen de nachtpon uit te trekken.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

De wolf waarschuwt Roodkapje voor gevaarlijke dieren in het bos. Hij komt als eerste bij grootmoeders huis, maar grootmoeder is er niet. De wolf trekt haar nachtjapon aan, gaat naar buiten om zijn sporen uit te wissen. De deur slaat dicht waardoor de wolf niet meer naar binnen kan. Hij ontwijkt de jager die zijn bril zoekt. In de loop van het verhaal wordt hij door Kleine Beer, de drie biggetjes, de zeven dwergen, de prins van Doornroosje tot zijn ergernis voor grootmoeder. aangezien Roodkapje denkt dat grootmoeder een wolvenmasker heeft opgezet, de wolf probeert haar te grijpen, maar struikelt over de nachtpon. De wolf vraagt Roodkapje hem te helpen de nachtpon uit te trekken.

Bron

Mario Ramos. De slimste. Utrecht: De Fontein, 2011
KB: 5276973
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Oorspr. titel en uitg. Le plus malin. Paris: L'École des Loisirs, 2011

Naam Overig in Tekst

Goudlokje    Goudlokje   

Roodkapje    Roodkapje   

Doornroosje    Doornroosje   

Kleine Beer    Kleine Beer   

Datum Invoer

2019-08-21