Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ENGELB_05_002

Een sage (mondeling), van donderdag 01 maart 1973 t/m zaterdag 30 juni 1973

Hoofdtekst

Zie hann in 'n bôs woond. Doe was d'r nen keerl kömn, dee har door bliewn weeld "Oh, dat kôn he wa", hann ze zegd. En doe har dee maagd har zegd: "Jông, doe zeins in 't verkierde hoes, temet mos d'r an glööm". En zie hann kaart en gaeld genoog en doe har he zegd: "Um twaalf uur schuinn ze oet", en doe 't twaalf uur was, doe har he zik kloor maakt en doe har he ok nen hound had, har he bie zik had en dee har zegd: "Pak an" en doe wann dee ane keerls, dee wann aolmaol daodvaln, doe har he de strot d'r oethaald en doe was dee maagd, dee was vrijblewn, dee har in 't ber lengn, doe har he zik in 'n vinger snenn, hier läöw'k. Jao, zao precies wet ik dat ok nich en doe har de hound, dee har blood rökn van hem en dat har he in 'n stoetn daon en dat har dee maagd vuur 'n hals bunn en doe har he 't rökn. Zao was 't.

Beschrijving

Dienstmeid die man waarschuwt dat hij gedood zal worden, wordt gespaard als zijn hond de anderen doodbijt.

Bron

Collectie Engelbertink, verslag 5, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)

Motief

D1318.5 - Blood indicates guilt or innocence.    D1318.5 - Blood indicates guilt or innocence.   

Commentaar

Reactie Engelbertink over strekking verhaal:
Zij hadden in een bos gewoond. Toen was er een man gekomen, die had daar willen blijven. “Och, dat kan hij wel doen”, hadden ze gezegd. En toen had de dienstmeid gezegd:“Jongen, jij bent in 't verkeerde huis, strak moet je eraan geloven (wordt doodgemaakt). En zij hadden gekaart en hadden geld genoeg en toen had hij gezegd:“Om twaalf uur hielden ze op”. En toen het twaalf uur was, toen had hij zich klaar gemaakt en toen had hij ook een hond gehad, die had hij bij zich gehad en hij had gezegd:“Pak aan” en toen waren die andere mannen allemaal doodgevallen, hij had hun strot eruit gehaald en toen was de dienstmeid vrijgebleven (niet doodgevallen), die had in bed gelegen, toen had hij in zijn vinger gesneden, hier geloof ik (de oude man wees en plaats aan op zijn vinger). Ja zo precies weetik dat ook niet en toen had de hond dat bleod (van zijn vinger) gerokenen dat (bloed) had hij in een witbrood gedaan en dat had de dienstmeid voor haar hals gebonden en toen had de hond dat geroken (zodat het dienstmeisje niet werd doodgebeten door de hond, omdat zij het bloed bij zich had van de eigenaar van de hond. De eigenaar was zeker erkentelijk voor het feit dat het dienstmeisje hem gewaarschuwd had).