Hoofdtekst
En dat er ook nog wel euh verhaaltjes zo zijn eh met enige humoristische inslag. Wil ik hiermee demonstreren, dat gaat namelijk over het spook in de mijnwagen. Der werd eens op een schandalige manier wagens afgeklauwd, af gestolen hè. En dat betekende voor diegene die de wagens kolen gedolven hadden een schadepost hè. Want die kwamen niet op hun conto, maar op het canto van diegene die de zaak had afgeklauwd hè. Het ging natuurlijk altijd in een akkoord hè, vastgesteld per wagen. En elke wagen gedolven kool hing de houwer de daarvoor bestemde mark, dat is een een een een penning eigenlijk is dat. Ennem had ie altijd bij eigen controle, dus penningen kwijt, ja dan klopte dat niet hè. En het was wel verwonderlijk dat meestal van dezelfde post de kolenwagens werden gemist. Men had al eens naar een voelige uitgekeken, naar een luie mijnwerker – die niet werkte en toch een goed loon opstreek. Men had al eens geloerd, of boven aan de dag de een of de andere oorspronkelijke penning eraf kwam hè. En een andere er aanhing, die mogelijkheid bestond ook. Maar ja, men heeft niets kunnen ontdekken. Het begon die postwerkers eigenlijk te verdrieten, want ze maakte immers een een een wagens kolen was er nooit een cent voor eigenlijk betaald krijgen. Totdat de oberhouwer, dat is de meesterhouwer, dat is de chef van de houwers, een inval kreeg. En toen ging het verder. De wagentjes vol gedolven kolen werden weggehaald en gesleept naar dat punt waar paard en locomotief ze verder naar de schacht zou brengen. Toen de sleper weer met lege terug was, met lege wagens terug was dus, kwam dat de dief. Hij had een nijptang in de hand, hij keek goed rond, dat er niemand in de buurt was en jawel met de nijptang zou hij de oorspronkelijke penning van een der wagens, de eerste, afknijpen en dan er een andere ophangen. Als eruit die wagen plotseling een hand, een arm kon steken en de man bij diens arm vastgreep. De man wist niet wat hem overkwam, hij werd zo bleek als kalk. Hij viel van schrik als dood neer. Toen kroop de posthouwer, die zich verscholen had in de mijnwagen, afgedekt met een paar planken waarop hij voor de schijn wat kolen uit de mijnwagen had gelegd. Het spook dat den dief had vastgegrepen. Deze man werd bijgewerkt hè. Maar bijgekomen bleef hij met handen en gezicht beven. En helemaal is het niet meer weggegaan, want zozeer had de schrik hem gepakt hè. Ja hè, en altijd heeft hij blijven volhouden en is ie blijven geloven dat hier een onheimelijkheid tussen zat, een spook in een mijnwagen!
Beschrijving
Spook in de mijnwagen blijkt een dief.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Motief
E293.1 - Ghost scares thief, prevents theft.   

