Hoofdtekst
Zo was d’r eens een, een mijnwerker, die overal gezeten en gewerkt had, die opsneed heel wat gezien en meegemaakt te hebben en daarom veel flauwekul niet meer voor vol wilde aannemen. Die ’n grote mond durfde op en open te zetten. Men begrijpt, die was zeer onverschillig geworden, en gaf geen knip meer voor God en godsdienst. Hij schakelde zelfs dat helemaal uit als ‘t ‘m maar, alsof ‘t ‘m de minste moeite kostte. Een tijdlang begon zijn dienst ’s morgens vrij laat. Eens was ’t een feestdag, hij moest in eh onderhoudsdienst werken, hij had er zelfs om gevraagd. Een paar zilverstukjes meer in de zak was hem immers meer waard dan een min of meer behoorlijke zondagsviering. Nu had de opzichter echter voldoende tijd gelaten voordat de dienst begon dat ie eh ter kerke kon gaan om de heilige mis te horen. Maar onze mijnwerker stapte lang voor zijn tijd de weg naar De Koel op. En een kameraad kwam ‘m tegen, die naar de kerk toeging. Deze zag hem en hij zei ‘m: ‘Jaaah, dat jij gaat werken, alla, maar je hoeft toch niet zo vroeg aan te vangen, te beginnen, op zo’n dag als deze dien je dan toch eerst de heilige mis te horen.’ In het plat klinkt ‘mes’ voor ‘mis’ hetzelfde als ‘mes’ voor ‘mest’. ‘Ach wat’, spotte de ander, ‘mes, wat mes, een kar mest, dan hast de mes.’ En de man ging werken en hij bleef op deze dienst dood.
Beschrijving
Een mijnwerker verzaakt de zondagsmis. Hij spot met ‘mis’, ‘mes’ en ‘mest’. Hij sterft op zijn werk.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Naam Overig in Tekst
God   
Naam Locatie in Tekst
De Koel   
Plaats van Handelen
Limburg   

