Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KROSENBRINK00803

Een sage (mondeling), van dinsdag 29 mei 1962 t/m donderdag 07 juni 1962

Hoofdtekst

Mien vader hef verteld, hoo ze ne keare an ut roggemeajen wazzen ewes. Zee wazzen met 6 meajers en dree binners. En iederbods leep ter ne katte rond te sliefkene en zee wollen ze wal wegslaon, maor konnen eur neet raken. De katte schot eur altied tussen de bene deur. An ut leste ging ze op ne kalen bulten zitten. Ne heetbulten da’j eur good zeen konnen. Ene hef der de hele tied de katte opepast umme te kieken waor ze bleef, maor ze hebt neet ezene, dat ze wegegaone is en toch was ze der neet maar.

Beschrijving

Mijn vader vertelde hoe ze een keer de rogge aan het maaien waren. Er liep een kat rond die ze wel wilden wegslaan, maar ze konden haar niet raken. Uiteindelijk gingen ze op een kale bult zitten, zodat ze haar goed konden zien. Iemand heeft de hele tijd op de kat zitten wachten, maar heeft niet gezien dat ze wegging en toch was ze er niet meer.

Bron

Corpus Krosenbrink, verslag 8, verhaal 3 (archief Meertens Instituut)